Schriftelijke vragen : Camerabrillen, privacy en sociale veiligheid
Vragen van de leden Zwinkels en Straatman (beiden CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over camerabrillen, privacy en sociale veiligheid (ingezonden 6 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de snelle opkomst van AI-brillen met ingebouwde
camera’s en microfoons en met incidenten waarbij mensen, onder wie vrouwen in toiletruimten,
zonder hun medeweten zijn gefilmd?1 2
Vraag 2
Deelt u de zorg dat camerabrillen zich onderscheiden van mobiele telefoons en reguliere
camera’s, omdat de opnameapparatuur vrijwel onzichtbaar in een alledaags montuur is
verwerkt en omstanders daardoor moeilijk kunnen vaststellen of zij worden opgenomen?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het op grote schaal gebruikelijk worden van dergelijke brillen
gevolgen kan hebben voor de sociale veiligheid en de vrijheid waarmee mensen zich
in de openbare ruimte en tijdens sociale gelegenheden bewegen?
Vraag 4
Welke Nederlandse wet- en regelgeving is van toepassing wanneer gebruikers met een
camerabril herkenbare personen filmen, geluidsopnamen maken, deze gegevens via de
servers van een technologiebedrijf verwerken of de beelden publiceren?
Vraag 5
Wie is juridisch verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van omstanders:
de drager van de bril, de aanbieder van de technologie of beide partijen? Is dit voor
gebruikers en omstanders voldoende duidelijk?
Vraag 6
Klopt het dat foto’s en video’s die met de Meta-AI-bril worden gemaakt via de systemen
of servers van Meta worden verwerkt? Welke beeld-, geluids- en metagegevens ontvangt
Meta daarbij en voor welke doeleinden mogen deze worden gebruikt?
Vraag 7
Kan worden uitgesloten dat beelden, geluidsopnamen of andere gegevens van omstanders
zonder hun uitdrukkelijke toestemming worden gebruikt voor het trainen, testen of
verbeteren van AI-systemen? Zo nee, welke bescherming hebben deze omstanders?
Vraag 8
Bent u bekend met berichten dat medewerkers van een door Meta ingeschakelde onderneming
toegang zouden hebben gehad tot zeer intieme opnamen? Heeft de Autoriteit Persoonsgegevens
hierover contact gehad met Meta of met andere Europese privacytoezichthouders?
Vraag 9
Bent u bekend met de opvatting van de Hamburgse privacytoezichthouder dat slimme brillen
mogelijk kunnen worden aangemerkt als in alledaagse voorwerpen verborgen opnameapparatuur
en daarom onder Duits recht verboden zouden kunnen zijn? Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling
en bent u bereid te onderzoeken welke betekenis deze juridische benadering kan hebben
voor de Nederlandse en Europese regelgeving rond camerabrillen?3
Vraag 10
Hoeveel meldingen, klachten of signalen hebben de politie, het Openbaar Ministerie
en de Autoriteit Persoonsgegevens ontvangen over mensen die met camerabrillen zonder
hun medeweten zijn gefilmd of van wie dergelijke beelden zijn gepubliceerd?
Vraag 11
Acht u het huidige kleine indicatielampje op camerabrillen voldoende duidelijk om
omstanders te informeren dat zij worden opgenomen, mede gezien het feit dat dit lampje
moeilijk zichtbaar kan zijn?
Vraag 12
Bent u bekend met de online aangeboden stickers, aanpassingen en instructies waarmee
het opname-indicatielampje kan worden afgedekt of omzeild zonder dat de camera wordt
uitgeschakeld? Bent u bereid te onderzoeken of de verkoop van dergelijke hulpmiddelen
kan worden verboden?
Vraag 13
Bent u bereid in Europees verband te pleiten voor bindende ontwerpeisen voor camerabrillen,
waaronder een duidelijk en niet te omzeilen visueel en hoorbaar signaal tijdens het
maken van foto-, video- of geluidsopnamen?
Vraag 14
Bent u bereid te onderzoeken of het mogelijk is om het dragen van deze brillen (deels)
te verbieden in publieke ruimtes?
Vraag 15
Bent u bereid te onderzoeken of het juridisch mogelijk is om te verplichten dat de
drager van een camerabril deze afzet of de opnamefunctie uitschakelt wanneer iemand
in de directe omgeving aangeeft niet gefilmd of opgenomen te willen worden?
Vraag 16
Welke beperkingen gelden voor het gebruik van gezichtsherkenning in combinatie met
camerabrillen? Bent u bereid zich in Europees verband uit te spreken tegen realtime
gezichtsherkenning van willekeurige omstanders door particuliere gebruikers?
Vraag 17
Hebben organisatoren van evenementen, horecagelegenheden, scholen, zorginstellingen,
zwembaden en andere organisaties voldoende juridische mogelijkheden om camerabrillen
te weren? Bent u bereid hiervoor duidelijke landelijke richtlijnen op te stellen?
Vraag 18
Bent u bereid de Autoriteit Persoonsgegevens te vragen onderzoek te doen naar het
gebruik van camerabrillen in Nederland, de gegevensstromen naar technologiebedrijven
en mogelijke juridische lacunes, en de Kamer hierover vóór het einde van het jaar
te informeren?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
Jantine Zwinkels, Kamerlid -
Medeindiener
Jeltje Straatman, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.