Schriftelijke vragen : Het bericht dat het Hoogheemraadschap van Delfland uitzonderlijke maatregelen neemt vanwege de waterschaarste.
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht dat het Hoogheemraadschap van Delfland uitzonderlijke maatregelen neemt vanwege de waterschaarste (ingezonden 4 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van het Hoogheemraadschap van Delfland om per 5 augustus
2026 een volledig verbod in te stellen op het onttrekken van oppervlaktewater voor
onder meer de glastuinbouw, landbouw en andere economische functies?
Vraag 2
Kunt u uiteenzetten hoe ernstig het watertekort in Delfland daadwerkelijk is en op
welke objectieve gegevens dit besluit is gebaseerd? In hoeverre verschilt de huidige
situatie van eerdere droge jaren waarin dergelijke ingrijpende maatregelen niet of
later zijn genomen?
Vraag 3
Kunt u gezien het watertekort het experiment «Haringvlietsluizen op een kier»1 tijdelijk stopzetten, zodat er minder zout water de Haringvliet binnenstroomt?
Vraag 4
Is bij u bekend welke economische schade dit verbod kan veroorzaken voor boeren en
tuinders in het beheergebied van Delfland, in het bijzonder voor grondgebonden glastuinbouwbedrijven
met teelten zoals radijs, sla, chrysanten en alstroemeria?
Vraag 5
Kunt u aangeven welke gevolgen dit onttrekkingsverbod kan hebben voor de productie,
werkgelegenheid en bedrijfscontinuïteit van de naar schatting 150 glastuinbouwbedrijven2 ?
Vraag 6
Klopt het dat tuinders onvoldoende of zeer laat zijn geïnformeerd over de ernst van
de situatie en de mogelijkheid van een volledig onttrekkingsverbod? Zo ja, acht u
dit goed bestuur en bent u bereid Delfland hierop aan te spreken?
Vraag 7
Klopt het dat in eerdere communicatie van Delfland richting ondernemers de indruk
is gewekt dat de watervoorziening voorlopig voldoende zou zijn? Hoe beoordeelt u in
dat licht de communicatie vanuit Delfland richting ondernemers?
Vraag 8
Klopt het dat Delfland vooral vasthoudt aan normen omtrent zoutgehalten in het water
en daarom kiest voor een volledig verbod op onttrekking? Zo ja, welke afweging is
daarbij gemaakt tussen de risico's van een tijdelijk hoger zoutgehalte enerzijds en
het volledig verloren gaan van gewassen anderzijds?
Vraag 9
Is onderzocht of een gedeeltelijk onttrekkingsverbod, bijvoorbeeld uitsluitend overdag,
mogelijk was geweest, zodat in de nacht nog beperkt gebruik van oppervlaktewater kon
plaatsvinden?
Vraag 10
Is onderzocht of onder gecontroleerde omstandigheden tijdelijk een hoger zoutgehalte
kon worden toegestaan om ernstige economische schade aan voedsel- en sierteeltgewassen
te voorkomen? Zo ja, wat waren hiervan de uitkomsten?
Vraag 11
Indien tijdelijke toelating van zouter water onvoldoende hulp zou bieden, is onderzocht
of aanvullend gebruik kan worden gemaakt van gezuiverd effluent van de rioolwaterzuiveringsinstallatie
(RWZI) in Hoek van Holland of Waterzuivering Harnaschpolder in Den Hoorn voor de bloementuinbouw? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Kunt u toezeggen om samen met Delfland, de glastuinbouwsector en andere betrokken
partijen te onderzoeken of een gedeeltelijk onttrekkingsverbod, een hoger zoutgehalte
of een tijdelijke inzet van gezuiverd effluent van de RWZI Hoek van Holland mogelijk
kan zijn om acute schade aan gewassen en bedrijven te voorkomen?
Vraag 13
Welke rol speelt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) bij deze
besluitvorming en is binnen die commissie gesproken over alternatieven waarbij bijvoorbeeld
tijdelijk meer verzilting wordt geaccepteerd ten gunste van voedselproductie en economische
continuïteit? Zo nee, waarom is deze commissie niet meegenomen hierin en welke lessen
trekt u hieruit?
Vraag 14
Hoe verhoudt de droogtesituatie in het beheergebied van Delfland zich tot de situatie
in andere delen van Nederland waar eveneens sprake is van aanhoudende droogte en lage
rivierafvoeren?
Vraag 15
Zijn er andere waterschappen die momenteel te maken hebben met vergelijkbare omstandigheden,
maar waarbij geen volledig verbod op het onttrekken van oppervlaktewater voor de glastuinbouw
of landbouw is ingesteld? Zo ja, welke verschillen bestaan er in de gekozen aanpak
en belangenafweging?
Vraag 16
Klopt het dat Glastuinbouw Nederland niet is betrokken bij de totstandkoming van deze
maatregelen en dat overleg over alternatieve oplossingen beperkt of zelfs niet heeft
plaatsgevonden? Indien dit klopt, hoe beoordeelt u dat?
Vraag 17
Is de gemeente Westland, waar een groot gedeelte tuinders actief zijn, vooraf betrokken
door Delfland bij de totstandkoming van deze maatregel en eventuele alternatieven? Zo niet, hoe beoordeelt u dit gebrek aan afstemming door Delfland?
Vraag 18
Deelt dit kabinet de mening dat voedselzekerheid, tuinbouwproductie en de bescherming
van familiebedrijven en ondernemers zwaarwegende publieke belangen zijn die nadrukkelijk
moeten worden meegewogen bij besluiten over waterschaarste?
Vraag 19
Hoe weegt het kabinet in situaties van waterschaarste, buiten het al bestaande overzicht
van verdeling van zoetwater in droge tijden3 , de belangen van voedselproductie, werkgelegenheid en economische continuïteit af
tegen andere belangen binnen de verdringingsreeks?
Vraag 20
Bent u momenteel in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland, Glastuinbouw Nederland
en andere betrokken partijen over de gevolgen van deze maatregel? Zo nee, bent u bereid
dit overleg met spoed te initiëren?
Vraag 21
Bent u bereid zich actief in te zetten voor een oplossing waarbij ondernemers niet
onnodig de dupe worden van bestuurlijke keuzes en waarbij ondernemers die binnen enkele
dagen zonder water komen te zitten worden geholpen?
Vraag 22
Deelt u de mening dat een overheid betrouwbaar, voorspelbaar en dienstbaar behoort
te handelen en dat ingrijpende besluiten die ondernemers direct raken tijdig, zorgvuldig
en in overleg met betrokken sectoren moeten worden voorbereid? Is dit volgens u beiden
voldoende gebeurd? Zo ja, graag een tijdlijn van overleggen met de daarbij horende
gespreksonderwerpen. Zo nee, hoe reflecteert u hierop en welke lessen trekt u hieruit?
Vraag 23
Bent u bereid in gesprek te gaan met Delfland over hun handelwijze, communicatie en
belangenafweging rondom dit onttrekkingsverbod, zodat kan worden vastgesteld of hier
sprake is geweest van zorgvuldig en proportioneel bestuur?
Vraag 24
Kunt u deze vragen, gezien de acute situatie, de beperkte watervoorraden bij veel
tuinders en de dreigende economische schade, uiterlijk 12 augustus 2026 beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.