Schriftelijke vragen : Ongeregeldheden in Den Haag na de WK-voetbalwedstrijd tussen Nederland en Marokko op 30 juni 2026
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over ongeregeldheden in Den Haag na de WK-voetbalwedstrijd tussen Nederland en Marokko op 30 juni 2026 (ingezonden 28 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de ongeregeldheden in Den Haag na de WK-voetbalwedstrijd
tussen Nederland en Marokko op 30 juni 2026, waarbij de Mobiele Eenheid (ME), een
waterkanon en wapenstokken zijn ingezet en dertien personen zijn aangehouden?1
Vraag 2
Klopt het dat de sfeer na afloop van de wedstrijd aanvankelijk feestelijk was, met
toeterende auto’s, vlaggen, dansende supporters en vuurwerk en dat de politie reeds
vooraf zichtbaar en grootschalig aanwezig was in de Haagse Schilderswijk?
Vraag 3
Kunt u een feitelijke reconstructie geven van de gebeurtenissen in de Haagse Schilderswijk
na afloop van deze wedstrijd, uitgesplitst naar tijdstip, locatie, aard van de incidenten,
gegeven bevelen, ingezette politie-eenheden, gebruikte geweldsmiddelen en verrichte aanhoudingen?
Vraag 4
Kunt u daarbij specifiek reconstrueren op welk moment de sfeer volgens politie en
driehoek omsloeg, welke concrete feiten of incidenten daaraan ten grondslag lagen
en welke rol meldingen over vuurwerk, stenen, flessen, opstoppingen, openbare-ordeverstoringen en het vermeende vuurwapenincident daarbij hebben
gespeeld?
Vraag 5
Op welk moment en door wie is besloten om op te schalen naar inzet van de ME, het
waterkanon en de wapenstok en welke concrete dreiging voor personen, goederen of de openbare orde maakte deze opschaling volgens u noodzakelijk?
Vraag 6
Welke minder ingrijpende middelen zijn voorafgaand aan deze opschaling overwogen of
ingezet en waarom zijn deze volgens politie en driehoek onvoldoende geacht?
Vraag 7
Is voorafgaand aan de inzet van het waterkanon en het gebruik van wapenstokken duidelijk
gewaarschuwd dat deze middelen zouden worden ingezet? Zo ja, hoe vaak, op welke wijze,
op welke locaties en in welke talen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Op grond van welke wettelijke bevoegdheden en geweldsinstructies zijn het waterkanon
en de wapenstok ingezet en hoe is daarbij voldaan aan de eisen van noodzakelijkheid,
proportionaliteit en subsidiariteit?
Vraag 9
Op grond van Artikel 12e van de Ambtsinstructie mag de wapenstok slechts worden gebruikt
in strikt omschreven situaties. Kunt u per bekende inzet van de wapenstok concreet
aangeven welke wettelijke grond aanwezig was, welk doel met het geweld werd beoogd
en waarom dit geweldsmiddel op dat moment noodzakelijk en proportioneel was?
Vraag 10
Op sociale media circuleren tevens beelden waarop is te zien dat jongeren in Den Haag
gehoor geven aan de politie om door te lopen, maar desondanks herhaaldelijk met wapenstokken
worden geslagen. De beelden wekken de indruk dat juist het voortdurende slaan en zwaaien
met wapenstokken paniek veroorzaakt onder jongeren die dus in beginsel meewerken.
Kunt u deze beelden bevestigen?2
Vraag 11
De beelden wekken de indruk dat het voortdurende slaan en zwaaien met wapenstokken
juist paniek veroorzaakt onder jongeren die in beginsel lijken mee te werken. Bent
u bereid deze beelden te laten beoordelen door een onafhankelijke instantie om vast
te stellen of het politieoptreden noodzakelijk, proportioneel, subsidiair en de-escalerend
was? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Kunt u uitsluiten dat feestvierende jongeren of omstanders die zelf geen geweld gebruikten
en gehoor gaven aan politiebevelen, toch zijn geraakt door politiegeweld of hardhandig
zijn aangehouden? Zo ja, waarop baseert u dat? Zo nee, welke vervolgstappen worden
gezet?
Vraag 13
Deelt u de mening dat geweld tegen politieagenten onacceptabel is, maar dat dit nooit
mag betekenen dat feestvierende jongeren collectief of disproportioneel hard worden
aangepakt?
Vraag 14
Hoe voorkomt de politie dat het gedrag van enkele ordeverstoorders leidt tot een collectieve
aanpak van een grotere groep Marokkaanse feestvierders, waaronder jongeren die geen
strafbare feiten plegen en juist gehoor geven aan politiebevelen?
Vraag 15
Wordt het politieoptreden in Den Haag onafhankelijk geëvalueerd, inclusief de voorbereiding,
de zichtbare aanwezigheid van de politie, het moment van opschaling, het gebruik van
geweldsmiddelen, de aanhoudingen en de vraag of de inzet de-escalerend of juist escalerend
heeft gewerkt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 16
Uit berichtgeving blijkt dat Amsterdam koos voor een de-escalerende aanpak waarbij
fans ruimte kregen om feest te vieren en geen aanhoudingen zijn verricht, terwijl
in Den Haag en Utrecht zwaarder is opgeschaald met ME, waterkanonnen en wapenstokken.
Hoe verklaart u dit verschil in politieaanpak en in hoeverre is vooraf meegewogen
dat grootschalige en zichtbare politie-inzet juist escalerend kon werken, met name
in een dichtbevolkte wijk waar veel jongeren en omstanders aanwezig waren, temeer
nu beelden de indruk wekken dat tegen aanwezige jongeren buitensporig en disproportioneel
geweld is gebruikt door herhaaldelijk met de wapenstok te slaan?3 45
Vraag 17
Gelet op het voorgaande, kunt u precies reconstrueren waardoor, hoe en op welk moment
de sfeer omsloeg, wanneer is besloten op te schalen naar inzet van de ME, waterkanonnen
en wapenstokken, welke concrete feiten of incidenten daaraan ten grondslag lagen en
in hoeverre en hoe daarbij de afweging is gemaakt dat voornoemde zware politie-inzet
noodzakelijk, proportioneel en de-escalerend was?
Vraag 18
Bent u bereid de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over de uitkomsten van de
evaluatie van het politieoptreden in Den Haag en daarbij expliciet in te gaan op de
vraag of de inzet van ME, waterkanon en wapenstokken noodzakelijk, proportioneel,
subsidiair en de-escalerend was?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ismail el Abassi, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.