Schriftelijke vragen : Het Instituut Mijnbouwschade Groningen
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het Instituut Mijnbouwschade Groningen (ingezonden 28 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de artikelen in Dagblad van het Noorden van 25 juli 2026
over de interne kritiek op het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) en de ervaringen
van gedupeerden met vastgelopen dossiers? Deelt u de conclusie dat de inrichting van
het huidige stelsel inherent op gespannen voet staat met de opdracht om de schadeafhandeling
milder, menselijker en makkelijker te maken?1
Vraag 2
Hoe rijmt u de beschrijving van een eigen medewerker dat het IMG «in de kern een keiharde,
juridische organisatie» is, en het gevoel van bewoners dat het loket «oogkleppen op
heeft en alleen naar een toetsenbord kijkt», met de opdracht om de schadeafhandeling
milder, menselijker en makkelijker te maken?
Vraag 3
Deelt u de mening dat een verhouding waarbij bijna de helft van het geld niet bij
gedupeerden terechtkomt, symptomatisch is voor een fundamenteel verkeerd ingericht
stelsel van schadeafhandeling? Welk percentage uitvoeringskosten acht u wel acceptabel
voor een publieke schadeorganisatie?
Vraag 4
Erkent u dat de hoge uitvoeringskosten in belangrijke mate voortkomen uit een systeem
dat is gebouwd op wantrouwen? Op welke wijze gaat u het stelsel zo herzien dat eenvoud
en vertrouwen het uitgangspunt worden, waardoor de uitvoeringskosten structureel dalen?
Vraag 5
Klopt het dat circa 40 procent van de ongeveer duizend medewerkers van het IMG extern
wordt ingehuurd, tegen tarieven van 115 tot bijna 200 euro per uur? Hoeveel is er
sinds de oprichting van het IMG in totaal uitgegeven aan externe inhuur?
Vraag 6
Hoe verhoudt dit inhuurpercentage zich tot de Roemer-norm van maximaal tien procent?
Bent u bereid de Roemer-norm bij het IMG alsnog af te dwingen?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de beschrijving van medewerkers van een «draaicarrousel» van externen
die elkaar binnenhalen, kort blijven, werk overdoen dat al eerder is geprobeerd en
vertrekken zonder overdracht? Erkent u dat een dergelijk verdienmodel voor consultancybureaus
haaks staat op het publieke belang van een snelle en zorgvuldige schadeafhandeling?
Vraag 8
Wat vindt u van de constatering van een manager binnen het IMG dat de organisatie
er belang bij lijkt te hebben zichzelf langer in leven te houden dan nodig? Deelt
u de analyse dat een organisatie die voor een groot deel draait op commerciële inhuur
een ingebouwde prikkel heeft om problemen niet definitief op te lossen?
Vraag 9
Deelt u de mening dat de situatie bij het IMG geen incident is, maar past in een breder
patroon waarbij de rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties structureel leunen op
dure externe inhuur?
Vraag 10
Erkent u dat decennia van inhuur, uitbesteding en het «tijdelijk» organiseren van
publieke taken ertoe hebben geleid dat de overheid haar eigen uitvoeringscapaciteit
heeft uitgehold, waardoor kennis wegvloeit naar de markt en vervolgens tegen commerciële
tarieven moet worden teruggekocht? Wat gaat u doen om deze vicieuze cirkel te doorbreken?
Vraag 11
Deelt u de mening dat het argument dat het IMG een tijdelijke organisatie is en daarom
extern inhuurt niet opgaat, aangezien de schadeafhandeling in Groningen al jaren duurt
en nog jaren zal duren, en het Rijk permanent behoefte heeft aan uitvoeringskennis
op het gebied van schadeafhandeling, herstel en compensatie (denk ook aan de toeslagenaffaire)?
Vraag 12
Bent u bereid deze kennis structureel in publieke dienst op te bouwen in plaats van
steeds opnieuw in te kopen?
Vraag 13
Hoe beoordeelt u de signalen dat het IMG een toplaag kent van ketenmanagers, kwartiermakers,
programmaleiders en domeinmanagers, terwijl de zaakbegeleiders die daadwerkelijk contact
hebben met bewoners zich een «boksbal» voelen en niet worden gehoord? Herkent u dit
als een breder probleem binnen de rijksoverheid zoals ook de Tijdelijke commissie
Uitvoeringsorganisaties eerder concludeerde?2
Vraag 14
Op wat voor manier worden de conclusies en aanbevelingen van de Tijdelijke commissie
Uitvoeringsorganisaties geïmplementeerd bij het IMG?
Vraag 15
Deelt u de mening dat uitvoerende medewerkers structureel betrokken moeten worden
bij het ontwerp van nieuwe regelingen?
Vraag 16
Hoe verklaart u dat het aantal woningen dat via Duurzaam Herstel geholpen zou worden,
is bijgesteld van 5.000–15.000 naar 800–900? Wat gebeurt er met het niet-bestede deel
van het budget van 1,35 miljard euro, en bent u bereid te garanderen dat dit geld
voor de regio behouden blijft?
Vraag 17
Wat vindt u ervan dat de wirwar aan regelingen ertoe leidt dat aan de randen van het
gebied relatief eenvoudig forse bedragen te claimen zijn, terwijl bewoners in het
kerngebied met de zwaarste schade vastlopen in complexe trajecten? Erkent u dat dit
het gevolg is van beleid dat per regeling is dichtgetimmerd in plaats van vanuit één
samenhangende, rechtvaardige aanpak?
Vraag 18
Wat is uw reactie op de situatie van Willeke Lode uit Midwolde die al 4,5 jaar wacht
op duidelijkheid over 97 scheuren in haar woonboerderij maar uit beeld raakte?
Vraag 19
Wat is uw reactie op de 329 vergelijkbare dossiers waarover de Nationale ombudsman
aan de bel trok? Kunt u garanderen dat al deze 329 dossiers inmiddels weer actief
in behandeling zijn en dat deze mensen persoonlijk zijn geïnformeerd?
Vraag 20
Wat vindt u ervan dat een bewoner pas via een Woo-verzoek inzicht kreeg in zijn eigen
schadedossier, nadat stukken bleken te missen en hij maandenlang niets hoorde? Deelt
u de mening dat het onacceptabel is dat gedupeerden juridische middelen als Woo-verzoeken
en rechtszaken moeten inzetten om überhaupt te weten waar ze aan toe zijn bij een
organisatie die er voor hen is?
Vraag 21
Wat is uw reactie op de signalen dat bewoners bij vertraging maandenlang geen brief
krijgen, dossiers acht à negen maanden op de plank blijven liggen zonder uitleg, brieven
verouderde informatie bevatten en bewoners data kregen toegezegd waarvan intern al
bekend was dat die niet gehaald zouden worden?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Sandra Beckerman, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.