Schriftelijke vragen : Water grote rivieren
Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over water grote rivieren. (ingezonden 27 juli 2026).
Vraag 1
Kunt u aangeven hoe u de toenemende watertekorten in Nederland beoordeelt en welke
gevolgen u verwacht voor de landbouw, natuur, drinkwatervoorziening, industrie en
regionale economie?
Vraag 2
Bent u bekend met de zorgen van de waterschappen over de verdeling van het beschikbare
Rijn- en Maaswater tussen de verschillende landen en bent u bereid zich in te zetten
voor een rechtvaardigere verdeling van het water bij zowel droogte als hoogwater?
Vraag 3
Bent u bereid om met de Rijn- en Maasstaten in overleg te treden om te komen tot nieuwe
of aangepaste afspraken over de verdeling van het beschikbare rivierwater, zodat Nederland
bij perioden van droogte niet onevenredig wordt benadeeld?
Vraag 4
Kunt u toelichten welke afwegingen momenteel worden gemaakt bij de verdeling van het
Rijnwater over de Waal, de Neder-Rijn/Lek en de IJssel tijdens perioden van lage afvoer
en hoe daarbij de belangen van landbouw, natuur, drinkwater, scheepvaart en het tegengaan
van verzilting worden meegewogen?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de signalen dat tijdens droogte een groot deel van het beschikbare
zoetwater wordt ingezet voor het tegengaan van verzilting in West-Nederland, terwijl
Noord-, Oost- en Zuid-Nederland hierdoor met watertekorten worden geconfronteerd?
Vraag 6
Bent u bereid onderzoek te laten uitvoeren naar de mogelijkheden om tijdens perioden
van lage rivierafvoer meer zoetwater in Nederland vast te houden, bijvoorbeeld door
aanvullende stuwen, sluizen of andere waterbergende maatregelen, zodat Nederland beter
bestand is tegen langdurige droogte?
Vraag 7
Welke concrete langetermijnmaatregelen bereidt u voor om de Nederlandse zoetwatervoorziening
toekomstbestendig te maken en wordt daarbij ook gekeken naar grootschalige infrastructurele
oplossingen, zoals extra stuw- en sluizencomplexen en andere maatregelen om meer rivierwater
in Nederland vast te houden?
Vraag 8
Kunt u aangeven in hoeverre binnen het Deltaprogramma en het Nationaal Waterprogramma
voldoende aandacht wordt besteed aan het vergroten van de strategische zoetwaterbuffers
en het vasthouden van rivierwater in Nederland?
Vraag 9
Bent u bereid de Kamer vóór het einde van 2026 te informeren over de voortgang van
de internationale gesprekken met de Rijn- en Maasstaten over een eerlijkere verdeling
van het beschikbare rivierwater en de aanvullende maatregelen die Nederland zelf wil
treffen om de beschikbaarheid van zoetwater tijdens langdurige droogte te verbeteren?
Vraag 10
Hoe worden natuurlijke zoetwaterbuffers, zoals klimaatbuffers, waterretentiegebieden
en natuurlijke sponsgebieden, momenteel ingezet binnen het nationale beleid om droogte
en zoetwatertekorten tegen te gaan?
Vraag 11
Hoeveel natuurlijke zoetwaterbuffers worden in Nederland beheerd door natuurorganisaties,
hoeveel zoet water kunnen deze gezamenlijk vasthouden en welke bijdrage leveren zij
aan de nationale zoetwatervoorziening?
Vraag 12
Kan inzichtelijk worden gemaakt in hoeverre water dat in deze natuurgebieden wordt
vastgehouden ook daadwerkelijk beschikbaar blijft voor omliggende landbouwgebieden
en andere maatschappelijke functies tijdens droge perioden?
Vraag 13
Hoe wordt voorkomen dat water langdurig wordt vastgehouden in afzonderlijke natuurgebieden,
terwijl elders in dezelfde regio tekorten ontstaan voor landbouw, scheepvaart of drinkwatervoorziening?
Vraag 14
Ziet u mogelijkheden om bestaande natuurlijke zoetwaterbuffers nadrukkelijker onderdeel
te maken van de landelijke zoetwaterstrategie, zodat zij niet alleen bijdragen aan
natuurdoelen, maar ook aan de beschikbaarheid van zoet water voor landbouw, drinkwater,
scheepvaart en economie?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Femke Wiersma, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.