Schriftelijke vragen : Sluiting Twentekanaal
Vragen van de leden Vellinga-Beemsterboer en Huizenga (beiden D66) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over sluiting Twentekanaal. (ingezonden 27 juli 2026).
Vraag 1
Kunt u aangeven voor welke binnenvaartwegen, naast de in de artikelen «Twentekanaal
vanaf zaterdag dicht voor scheepvaart vanwege lage waterstand» en «Maatregelen Kanaal
Almelo-De Haandrik vanwege de droogte» genoemde vaarwegen, in Nederland op dit moment
sluiting of stremming geldt of dreigt?1
2
Vraag 2
Welke gevolgen voorziet u voor de regionale economie, logistieke ketens en werkgelegenheid
in (Oost-) Nederland als scheepstransport over diverse kanalen (gedeeltelijk) stilvalt,
en hoe zijn deze geraamd (bijvoorbeeld qua extra kosten, vertragingen en CO2-uitstoot door verplaatsing naar wegtransport)?
Vraag 3
Hoe vaak zijn kanalen in de afgelopen vijf jaar (geheel of gedeeltelijk) gesloten
of beperkt inzetbaar geweest als gevolg van lage waterstanden en is er een trend zichtbaar
die duidt op toenemende kwetsbaarheid door klimaatverandering?
Vraag 4
Deelt u de mening dat Nederland zich moet voorbereiden op vaker voorkomende droogteperiodes?
Wat zijn de concrete maatregelen van het kabinet om de wateraanvoer naar cruciale
vaarwegen zoals het Twentekanaal klimaatbestendig te borgen (bijvoorbeeld middels
bufferbekkens, slimme sturing en koppeling met regionale waterreserves)?
Vraag 5
Hoe borgt het kabinet dat bij waterschaarste een eerlijke verdeling plaatsvindt tussen
belangen als scheepvaart, drinkwatervoorziening, natuur en landbouw, conform de landelijke
afspraken over waterverdeling (Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling)?
Vraag 6
Bent u bereid om, samen met provincies, waterschappen en gemeenten, een regionaal
waterbufferplan Twentekanaal te ontwikkelen dat specifiek gericht is op het voorkomen
van toekomstige vaarwegsluitingen door lage waterstand?
Vraag 7
Hoe verhoudt de huidige afhankelijkheid van het binnenvaarttransport zich tot de plannen
voor multimodaal transport (spooraansluitingen, overslagpunten) en welke versnelling
is nodig om bij sluitingen alternatieven te bieden?
Vraag 8
Wat doet het kabinet om bedrijven te stimuleren hun logistiek te verduurzamen (bijvoorbeeld
een modal shift naar spoor, elektrificatie van wagenparken en slimme logistieke planning)
zodat de impact van toekomstige sluitingen van vaarwegen kleiner wordt?
Vraag 9
Op welke wijze worden ondernemers en vervoerders tijdig en eenduidig geïnformeerd
over (dreigende) sluitingen van vaarwegen, de verwachte duur, alternatieve routes
en alternatieve capaciteit?
Vraag 10
Bestaan er afspraken tussen Rijk, provincies en gemeenten over (tijdelijke) ondersteuning
of compensatie voor ondernemers die onevenredig worden getroffen door vaarwegsluitingen
als gevolg van extreme droogte en bent u bereid hier actief op aan te sturen?
Vraag 11
Hoe borgt u dat lessen uit de huidige sluiting van het Twentekanaal en het kanaal
Almelo-De Haandrik structureel worden meegenomen in het nationale mobiliteit- en waterbeleid
(bijvoorbeeld via het Nationaal Waterprogramma)?
Vraag 12
Bent u bereid om in overleg te treden met belanghebbenden (bedrijven, vervoerders,
waterschappen, natuurorganisaties en medeoverheden) over een langetermijnvisie voor
kanalen als klimaatbestendige, schone transportas in Nederland?
Indieners
-
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Marieke Vellinga-Beemsterboer, Kamerlid -
Medeindiener
Renilde Huizenga, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.