Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over de vijfde Ministerial Conference on Feminist Foreign Policy
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de vijfde Ministerial Conference on Feminist Foreign Policy (ingezonden 2 juli 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 22 juli 2026).
Vraag 1
Waarom heeft Nederland, ondanks aanwezigheid bij de vijfde Ministerial Conference on Feminist Foreign Policy, in tegenstelling tot andere landen de politieke verklaring niet ondertekend?1
Antwoord 1
Dit kabinet zet zich, in lijn met de beleidsbrief buitenlandse zaken, internationaal
actief in voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Het niet-ondertekenen van deze
verklaring doet geen afbreuk aan deze inzet. Anders dan de Franse FFP-verklaring uit
2025, die Nederland wel heeft ondertekend, bestrijkt deze verklaring een breder terrein
dan uitsluitend vrouwenrechten en gendergelijkheid. Vanwege deze brede insteek – waaronder
elementen op het gebied van financiële hervormingen – heeft Nederland een zorgvuldige
afweging gemaakt en besloten niet te ondertekenen. Daarnaast werden de onderhandelingen
tot op het laatste moment gevoerd en was er onvoldoende tijd om de knelpunten in de
tekst op betreffende beleidsterreinen tijdig en gedegen af te stemmen. Nederland stond
hierin niet alleen: zo hebben onder andere Duitsland en Zweden, eveneens aanwezig
bij de conferentie, de verklaring ook niet ondertekend.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat de inhoud van de verklaring aansluit bij de Nederlandse inzet
op gendergelijkheid en buitenlandbeleid? Zo nee, op welke punten wijkt de inhoud van
de verklaring af van het Nederlandse beleid?
Antwoord 2
Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de verklaring niet verplicht tot bijvoorbeeld het overnemen
van terminologie maar wel een sterk internationaal signaal zou afgeven, mede gezien
het feit dat Nederland eerder zelf de tweede conferentie hierover heeft georganiseerd?
Kunt u hier een toelichting op geven?
Antwoord 3
Ik onderschrijf het belang van een krachtig internationaal signaal, en dit kabinet
zet zich daar nadrukkelijk voor in. Dit aspect is meegenomen in de brede afweging
om wel of niet te ondertekenen. Tegelijkertijd hebben de onder vraag 1 genoemde argumenten
zwaarder gewogen. Dat neemt niet weg dat de inzet van dit kabinet voor vrouwenrechten
en gendergelijkheid onverminderd groot blijft. Deze inzet reikt verder dan het ondertekenen
van verklaringen alleen.
Vraag 4
Deelt u de mening dat als de inhoud van de verklaring aansluit bij het beleid dat
Nederland voert en de waarden die Nederland uitdraagt het goed zou zijn om alsnog
aan te sluiten bij de verklaring? Waarom wel of niet? Wat zou er voor nodig zijn om
dit wel te doen?
Antwoord 4
De afweging tot ondertekening van de verklaring is gemaakt op basis van een appreciatie
van de tekst als geheel. Hoewel de verklaring onderdelen bevat die beleidsmatig in
lijn zijn met de inzet van dit kabinet op vrouwenrechten en gendergelijkheid, is de
insteek inhoudelijk veel breder. Daarmee raakt het aan andere beleidsterreinen. Nederland
heeft daarom, na zorgvuldige afweging, besloten niet te ondertekenen. Tekstuele wijzigingen
zijn in dit stadium niet meer mogelijk.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het alsnog ondertekenen van de verklaring in lijn is met de
aangenomen motie-Kröger (Kamerstuk 36 945 XVII, nr. 9) over het internationaal positioneren van Nederland als voorvechter van vrouwenrechten?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het kabinet zal, in lijn met deze motie en de ambities van de beleidsbrief buitenlandse
zaken, zich internationaal positioneren als voorvechter van vrouwenrechten. Dit gebeurt
via zowel diplomatieke als financiële inzet. Conform de motie zal Nederland – waar
passend – gezamenlijke verklaringen steunen. Gezien de brede insteek van de betreffende
verklaring blijft de inhoudelijke appreciatie echter onveranderd.
Vraag 6
Welke rol ziet u voor Nederland in toekomstige conferenties over feministisch buitenlands
beleid?
Antwoord 6
Hoewel Nederland geen feministisch buitenlands beleid meer voert, blijven we – indien
uitgenodigd – actief deelnemen aan conferenties op dit terrein. Zo nam de ambassadeur
Vrouwenrechten en Gendergelijkheid dit jaar deel aan het afsluitende panel van de
vijfde conferentie over feministisch buitenland beleid in Madrid.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.