Mededeling (uitstel antwoord) : Uitstel beantwoording vragen van het lid Mutluer over de juridische erkenning en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen
Vragen van het lid Mutluer (PRO) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de juridische erkenning en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen (ingezonden 1 juli 2026).
Mededeling van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 22 juli
2026).
Vraag 1
Kent u het artikel «Postume tussenadoptie. Juridische erkenning en vindbaarheid van
niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen»?1
Vraag 2
Is het waar dat vanwege de afwezigheid van formele registratie van niet-geïdentificeerde
overleden pasgeborenen er sprake is van «een lacune in het juridische en administratieve
systeem, waardoor deze kinderen juridisch en administratief onvindbaar blijven»? Zo
nee, waarom niet? Zo ja, acht u het bezwaarlijk dat deze lacune bestaat en waarom?
Vraag 3
Deelt u de mening van de auteur van het genoemde artikel dat de huidige Nederlandse
praktijk ook een potentieel mensenrechtelijk tekort betreft in de zin van dat deze
praktijk en de bestaande regelgeving op gespannen voet staan met het Verdrag inzake
de rechten van het kind en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die het
recht op naam en identiteit waarborgen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Wat is uw mening over de oplossing die de genoemde auteur voorstelt ter correctie
van het genoemde rechtstekort, namelijk het inzetten van «postume tussenadoptie»?
Ziet u zelf andere mogelijkheden om dit tekort te corrigeren en, zo ja, welke dan?
Vraag 5
Overweegt u om de wetgeving aan te passen, zodat de registratie en juridische erkenning
van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen verbeterd gaat worden? Zo ja, hoe
en op welke termijn gaat u hier zorg voor dragen? Zo nee, waarom niet?
Mededeling
Hierbij deel ik u mede dat de schriftelijke vragen van het lid Mutluer (PRO), van
uw Kamer aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de juridische erkenning
en vindbaarheid van niet-geïdentificeerde overleden pasgeborenen (ingezonden 1 juli
2026) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog
niet alle benodigde informatie is ontvangen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.