Schriftelijke vragen : Geen uitvoering geven aan de motie Piri die de regering verzoekt om te onderzoeken of (beperkte) individuele financiële tegemoetkoming mogelijk is voor goed gedocumenteerde gevallen van slachtoffers van Hawija
Vragen van de leden Piri (PRO), Belhirch (D66), Teunissen (PvdD), Ceder (CU), Van Baarle (DENK), Dobbe (SP) en Dassen (Volt) aan de Minister van Defensie over geen uitvoering geven aan de motie Piri die de regering verzoekt om te onderzoeken of (beperkte) individuele financiële tegemoetkoming mogelijk is voor goed gedocumenteerde gevallen van slachtoffers van Hawija (ingezonden 21 juli 2026).
Vraag 1
Herinnert u zich uw Kamerbrief van 13 juli jl. waarin u aangeeft niets de doen met
de Kameruitspraak om te onderzoeken of slachtoffers van Hawija individueel kunnen
worden gecompenseerd?
Vraag 2
Erkent u dat de Kamerbrief geen nieuwe informatie of argumenten bevat die de leden
niet al tot zich hadden genomen voor de stemming over de motie?
Vraag 3
Erkent u dat er in de motie niet wordt gesproken over de aansprakelijkheid van de
gevolgen van de wapeninzet door de Nederlandse staat, en deze motie dus ook los staat
van de rechtszaak die wordt gevoerd door slachtoffers?
Vraag 4
Klopt het dat andere partnerlanden en Nederland zelf in het verleden vrijwillige (ex gratia) betalingen hebben uitgekeerd aan burgerslachtoffers zonder dat
er sprake was van aansprakelijkheid? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het argument
dat het uitkeren van individuele vrijwillige betalingen in de zaak Hawija «de verwachting
zou wekken dat er ook bij toekomstige, legitieme wapeninzet – die correct en binnen
de kaders van het humanitair oorlogsrecht wordt uitgevoerd – een vrijwillige vergoeding
op individueel niveau zou volgen»?
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat de afgelopen jaren telkens tevens praktische bezwaren zijn geuit
tegen individuele vergoedingen – zoals dat het onmogelijk is om te achterhalen wie
er schade hebben geleden –, zonder dat hier serieus onderzoek naar is gedaan? Zo nee, op welke wijze is deze optie onderzocht?
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat reeds in 2020, toen er werd gekozen door het toenmalige kabinet
om niet over te gaan tot individuele compensatie, hierover verschil van mening was
tussen de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie? Zo ja, kunt u die stukken
met de Kamer delen?
Vraag 7
Denkt u dat het moeilijk is om conform de motie-Fritsma vast te stellen dat de vijf
omgekomen kinderen van Abdullah Rashid Saleh geen ISIS-sympathisanten waren? Zo ja,
waarom?
Vraag 8
Hoe kan het tot rechtsongelijkheid leiden als mensen niet voldoende kunnen bewijzen
dat zij slachtoffer zijn van de Nederlandse wapeninzet in Hawija? Is er bij eerdere
vrijwillige betalingen ook uitgekeerd aan slachtoffers die daar geen enkel bewijs
voor hebben aangeleverd?
Vraag 9
Bent u bereid om conform de aangenomen Kamermotie alsnog te onderzoeken of individuele
compensatie mogelijk zou kunnen zijn en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Kunt u de bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Indiener
Kati Piri, Kamerlid -
Medeindiener
Christine Teunissen, Kamerlid -
Medeindiener
Don Ceder, Kamerlid -
Medeindiener
Stephan van Baarle, Kamerlid -
Medeindiener
Fatimazhra Belhirch, Kamerlid -
Medeindiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.