Schriftelijke vragen : De gewelddadige straatroof van een 96-jarige vrouw in Overveen en het uitblijven van adequaat politieoptreden
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de gewelddadige straatroof van een 96-jarige vrouw in Overveen en het uitblijven van adequaat politieoptreden (ingezonden 20 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Mieke (96) bruut overvallen, maar politie heeft geen
tijd, kleinzoon Bing (23) start massale klopjacht op daders: «Het net sluit zich»»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat een 96-jarige vrouw die op 4 juli jl. in Overveen op
klaarlichte dag gewelddadig van haar gouden ketting werd beroofd, van de politie te
horen kreeg dat er pas over zeventien dagen plek was om aangifte te doen?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat een wachttijd van zeventien dagen voor het doen van aangifte
van een geweldsmisdrijf tegen een hoogbejaarde volstrekt onacceptabel is, mede omdat – zoals
de kleinzoon van het slachtoffer terecht constateerde – cruciaal bewijsmateriaal zoals
camerabeelden na zo'n periode veelal gewist is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het gegeven dat drie jonge burgers binnen enkele dagen deden wat
de politie naliet: camerabeelden verzamelen bij winkeliers en bewoners, de daders
haarscherp in beeld brengen – inclusief het misdrijf zelf – en dit bewijsmateriaal,
in de woorden van de Telegraaf, «op een presenteerblaadje» aanleveren bij de Haarlemse
politie?
Vraag 5
Kunt u verklaren waarom zelfs ná het aanleveren van dit bewijsmateriaal het politieoptreden
volgens de betrokkenen «vrij bureaucratisch» verliep, waarbij het ene politiedistrict
niet direct schakelde met het andere en de jongens niet konden worden doorverbonden
met het district Zandvoort waar de zaak onder viel?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de reactie van de politiewoordvoerder dat een aangifte-afspraak «moet
passen in de agenda's van de politie en de aangever»? Deelt u de opvatting van onze
fractie dat bij een gewelddadige straatroof op een 96-jarige de agenda van de politie
zich moet voegen naar het slachtoffer, en niet andersom?
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat de daders – volgens het artikel drie vermoedelijk Oost-Europese
mannen – op dit moment nog altijd voortvluchtig zijn? Welke opsporingsinzet wordt
er nu daadwerkelijk gepleegd om hen aan te houden, en op welke termijn verwacht u
resultaat?
Vraag 8
Kunt u de Kamer, zodra de daders zijn aangehouden, informeren over hun nationaliteit
en verblijfsstatus?
Vraag 9
Deelt u de opvatting van onze fractie dat daders die een oma van 96 beroven lang in
de cel horen en daarna keihard ons land uitgetrapt moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bereid ervoor te zorgen dat het Openbaar Ministerie in deze zaak maximaal inzet
op een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf, en dat na afloop van de detentie wordt
ingezet op ongewenstverklaring, uitzetting en een duurzaam inreisverbod? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 11
Is de politie bekend met de eerdere incidenten die in het artikel worden genoemd waarbij
de daders volgens de sociale-mediacampagne van de drie vrienden meer berovingspogingen
hebben gedaan en eerder een vrouw hebben achtervolgd en worden deze meegenomen in
het opsporingsonderzoek?
Vraag 12
Welke structurele maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat slachtoffers van geweldsmisdrijven
direct aangifte kunnen doen en dat burgers zich niet langer genoodzaakt voelen zelf
rechercheur te spelen omdat de politie geen tijd heeft?
Vraag 13
Kunt u deze vragen, gezien de maatschappelijke onrust rond deze zaak en het feit dat
de daders nog voortvluchtig zijn, ieder afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Gidi Markuszower, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.