Schriftelijke vragen : Het bericht dat rechters verkeersboetes te hoog vinden en dit mogelijk gevolgen heeft voor kabinetsbeleid
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat rechters verkeersboetes te hoog vinden en dit mogelijk gevolgen heeft voor kabinetsbeleid (ingezonden 20 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Spectaculair: rechters vinden verkeersboetes te hoog,
mogelijk gevolgen voor kabinetsbeleid» van het AD d.d. 3 juli 2026?1
Vraag 2
Bent u bekend met de recente uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland en de daarin
opgenomen rechtsoverwegingen waaruit blijkt dat de verhoging van de boetebedragen
uit 2024 en 2025 onverbindend is verklaard wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel?2
Vraag 3
Hoe reflecteert u op het oordeel van drie kantonrechters dat de verhogingen van de
verkeersboetes in 2024 en 2025 onredelijk zijn en neerkomen op verkapte belastingheffing
bij verkeersovertreders?3
Vraag 4
Hoe beoordeelt u, in het licht van het voorgaande, de kritiek dat de overheid daarmee
haar boekje te buiten gaat wanneer zij een wettelijke bevoegdheid voor verkeersveiligheid
inzet voor een ander, oneigenlijk budgettair doel, oftewel détournement de pouvoir?
Vraag 5
In hoeverre acht u uw beleid rechtsstatelijk houdbaar, nu de overheid burgers met
steeds hogere verkeersboetes aanspreekt op naleving van de wet, terwijl diezelfde
overheid deze boetes mede inzet als begrotingsinstrument en daarmee volgens meerdere
rechters (on)geschreven regels, zoals het evenredigheidsbeginsel, schendt?4
Vraag 6
Waarom heeft u geen dragende juridische motivering gegeven voor de verhouding tussen
de verhoogde boetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
(hierna: Wahv) en boetes voor commune delicten, terwijl zowel het Openbaar Ministerie
als de Raad van State nadrukkelijk op deze disbalans heeft gewezen?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat het maatschappelijk moeilijk uitlegbaar is dat foutparkeren
op een gehandicaptenplaats kan leiden tot een hogere boete dan een geldboete die in
de strafrechtpraktijk regelmatig wordt opgelegd voor mishandeling? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 8
Hoe gaat u nu voorkomen dat een wettelijke bevoegdheid die bedoeld is voor verkeersveiligheid,
normhandhaving en bestraffing van verkeersovertredingen, wordt ingezet voor het dichten
van begrotingsgaten?
Vraag 9
Kunt u de verhoging van de verkeersboetes in 2024 en 2025 uitsplitsen naar aard en
hoogte, waarbij per boetecategorie inzichtelijk wordt gemaakt welk deel voortvloeit
uit inflatiecorrectie en welk deel uit een beleidsmatige keuze, en hoeveel deze beleidsmatige
verhogingen exact hebben opgeleverd voor de staatskas?
Vraag 10
Kunt u vervolgens uiteenzetten hoe deze extra opbrengsten budgettair zijn verwerkt,
waaraan zij zijn besteed en welk concreet maatschappelijk of verkeersveiligheidseffect
daarmee is bereikt?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u het risico dat ook andere rechters de verhogingen van 2024, 2025
en 2026 exceptief gaan toetsen en onverbindend verklaren wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel?
Vraag 12
Bent u zich ervan bewust dat, wanneer deze zaken uiteindelijk bij het gerechtshof
of de Hoge Raad terechtkomen en ook daar wordt geoordeeld dat de verhogingen van de
verkeersboetes uit 2024 en 2025 in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel, dit
kan dwingen tot verlaging van de hoogte van verkeersboetes in Nederland?
Vraag 13
Op 3 juli 2026 heeft de advocaat-generaal bij het parket van de Hoge Raad advies uitgebracht.
Hij stelt dat Wahv-verhogingen door hun afschrikwekkende en bestraffende karakter
niet kunnen worden afgedaan als louter incassomaatregel. Hoe rechtvaardigt u dat deze
verhogingen automatisch worden opgelegd zonder de rechtsbescherming die hoort bij
een criminal charge onder Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens?5
Vraag 14
Welke concrete maatregelen neemt u naar aanleiding van de uitspraken van de rechtbank
Midden-Nederland en de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad?
Vraag 15
Bent u bereid om, mede naar aanleiding van deze rechterlijke uitspraken, met een integraal
voorstel te komen om verkeersboetes, verhogingen en aanmaningskosten proportioneel
te maken en te voorkomen dat verkeersboetes mensen onnodig in problematische schulden
duwen? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ismail el Abassi, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.