Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 997 Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van de verplichting tot het stellen van milieuprestatie-eisen in aanbestedingen voor grond-, weg- en waterbouwwerken
ARTIKEL I
ARTIKEL II
Nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is eenduidige milieuprestatie-eisen
ten behoeve van het toepassen van minder vervuilende materialen en producten bij aanbestedingen
van GWW-werken verplicht te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.1 worden in alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
aanbestedende dienst:
een aanbestedende dienst als bedoeld in artikel 1.1 van Aanbestedingswet 2012;
concessieopdracht voor werken:
een concessieopdracht voor werken als bedoeld in artikel 1.1 van Aanbestedingswet
2012;
overheidsopdracht voor werken:
een overheidsopdracht voor werken als bedoeld in artikel 1.1 van Aanbestedingswet
2012;
speciale-sectorbedrijf:
een speciale-sectorbedrijf als bedoeld in artikel 1.1 van Aanbestedingswet 2012;
speciale-sectoropdracht voor werken:
een speciale-sectoropdracht voor werken als bedoeld in artikel 1.1 van Aanbestedingswet
2012;
B
In het opschrift van titel 9.6 wordt «de vervoerssector» vervangen door «aanbestedende
diensten en speciale-sectorbedrijven in de vervoerssector en grond-, weg- en waterbouw».
C
In titel 9.6 worden twee artikelen toegevoegd, luidende:
Artikel 9.6.2
1. Voor de aanbesteding van een overheidsopdracht, speciale-sectoropdracht of concessieopdracht
voor werken in de grond- weg- of waterbouw kunnen ter bescherming van het milieu en
de menselijke gezondheid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:
a. milieuprestatie-eisen worden vastgesteld voor bij die maatregel aan te wijzen materialen
en producten die in deze werken worden toegepast;
b. voor de toepassing van artikel 2.115 van de Aanbestedingswet 2012 nadere criteria
worden beschreven;
2. In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden voor de toepassing
van het eerste lid, onder b, regels gesteld, waarbij in elk geval een minimum geraamde
opdrachtwaarde wordt gesteld.
Artikel 9.6.3
1. Een aanbestedende dienst formuleert of stelt bij de voorbereiding en het tot stand
brengen van een overheidsopdracht of concessieopdracht voor een werk in de grond-
weg- of waterbouw in elk geval:
a. als technische specificatie, de milieuprestatie-eisen die op grond van artikel 9.6.2,
eerste lid, onder a, voor een betrokken materiaal of product zijn vastgesteld; en
b. indien van toepassing op de betreffende overheidsopdracht of concessieopdracht: de
nadere criteria die op grond van artikel 9.6.2, eerste lid, onder b, zijn beschreven.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op speciale-sectorbedrijven die
een speciale-sectoropdracht of concessieopdracht voor een werk voorbereiden en tot
stand brengen voor activiteiten in de grond- weg- of waterbouw die zijn genoemd in
de artikelen 3.1 tot en met 3.6 van de Aanbestedingswet 2012 en voor zover die zijn
aangewezen bij algemene maatregel van bestuur.
3. Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf kan afwijken van het eerste lid
als de technische specificatie of de nadere criteria, bedoeld in artikel 9.6.2:
a. overeenkomstig de artikelen 1.10, eerste lid, 1.13, eerste lid, en 1.16, eerste lid,
van de Aanbestedingswet 2012 niet in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp
van een opdracht, en
b. de gronden voor de afwijking deugdelijk worden gemotiveerd in de aanbestedingsstukken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het uitzonderen
van overheidsopdrachten, speciale-sectoropdrachten of concessieopdrachten voor werken
van de toepassing van het eerste of het tweede lid.
ARTIKEL II
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.