Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Vos over het geschrapte ‘rampscenario’ van het IPCC
Vragen van het lid De Vos (FVD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het geschrapte «rampscenario» van het IPCC (ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 17 juli 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2238.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het Intergovernmental Panel on Climate Change
(IPCC) zijn meest extreme rampscenario (4 tot 6 graden opwarming in 2100) heeft geschrapt?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Heeft u kennisgenomen van de analyse dat meer dan 80 procent van de mediaberichtgeving
gebaseerd zou zijn op dit inmiddels achterhaalde scenario?2
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de berichtgeving zoals genoemd in vraag 1 en 2?
Antwoord 3
Door een internationale groep wetenschappers is een nieuwe set mondiale emissiescenario’s
gepresenteerd met een beperktere bandbreedte dan voorheen. Dit zijn geen «IPCC-scenario’s»,
maar emissiescenario’s waar de IPCC na doorrekening haar beoordeling van de klimaateffecten
op baseert. Sinds de opstelling van de eerdere scenario’s is er veel gebeurd. Daarmee
is het ergste scenario- dat uitging van een situatie waarin er geen klimaatbeleid
gevoerd zou worden, nu gelukkig niet meer plausibel. Helaas constateren de onderzoekers
tegelijkertijd dat er ook onvoldoende klimaatbeleid is gevoerd om het laagste scenario
nog als haalbaar te beschouwen. Het is niet meer mogelijk om de opwarming aan het
eind van deze eeuw tot 1,5 graad te beperken zonder dat niveau eerst te overschrijden,
zoals bij de eerdere lage scenario’s nog wel mogelijk was.
Vraag 4
Bent u van mening dat de afgelopen jaren een vertekend en te alarmistisch beeld van
de klimaatontwikkelingen is geschetst? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nee. Scenario's zijn geen voorspellingen, maar projecties om een bandbreedte aan mogelijke
toekomstige ontwikkelingen in kaart te brengen. Het hoogste scenario was lange tijd
een realistisch scenario in een wereld zonder effectief klimaatbeleid. Bovendien worden
de gevolgen van klimaatverandering bij toenemende wereldgemiddelde temperatuurstijgingen
nu ernstiger beoordeeld dan voorheen zodat voorzichtigheid geboden is.
Vraag 5
In hoeverre is het huidige Nederlandse klimaatbeleid gebaseerd op aannames en modellen
van het IPCC, die inmiddels door datzelfde IPCC zijn bijgesteld? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Antwoord 5
Het Nederlands klimaatbeleid is gebaseerd op inzichten van het IPCC en Nederlandse
kennisinstellingen zoals het KNMI en PBL. Het mitigatiebeleid richt zich op het beperken
van de mondiale temperatuurstijging tot 1,5 graad aan het eind van deze eeuw met een
zo beperkt en kort mogelijke overschrijding daarvan om de ernstigste effecten van
klimaatverandering te vermijden en de risico’s van het bereiken van kantelpunten in
het klimaatsysteem zo klein mogelijk te houden.
Voor het Nederlandse adaptatiebeleid zullen de doorrekeningen van de klimaateffecten
van deze set aan nieuwe emissiescenario's een hulpmiddel zijn voor het opstellen van
nieuwe klimaatscenario’s voor Nederland, inclusief Caribisch Nederland.
Vraag 6
Acht u het verantwoord om door te gaan met beleid dat een zeer grote economische en
maatschappelijke impact heeft, terwijl de onder dat beleid liggende en van het IPCC
afkomstige aannames en modellen inmiddels door datzelfde IPCC zijn bijgesteld? Zo
ja, waarom wel? Zo nee, welke wijzigingen bent u bereid door te voeren?
Antwoord 6
Ja. Dat zowel het meest ongunstige als het meest gunstige scenario zijn komen te
vervallen onderstreept het belang van de huidige koers. Daarbij moet immers worden
opgemerkt dat de kosten van niets doen aanzienlijk hoger zijn dan de kosten van het
tegengaan van klimaatverandering3.
Vraag 7
Bent u bereid een volledige herijking uit te voeren van het Nederlandse klimaatbeleid?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?
Antwoord 7
Nee. Zoals aangegeven is daar geen aanleiding toe.
Vraag 8
Bent u bereid om, in het licht van deze ontwikkelingen, maatregelen te nemen om de
lasten voor burgers te verlagen, bijvoorbeeld door het klimaatbeleid (deels) te schrappen
of zelfs terug te draaien? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 8
Nee. Zoals aangegeven is daar geen aanleiding toe.
Vraag 9
Hoe gaat u voorkomen dat beleid in de toekomst wordt gebaseerd op extreme en onrealistische
scenario’s?
Antwoord 9
Zoals aangegeven is dat niet het geval geweest. Ook in de toekomst blijft het Nederlands
klimaatbeleid gebaseerd op inzichten van het IPCC en Nederlandse kennisinstellingen,
zoals het KNMI en PBL.
Vraag 10
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat alle klimaatrechtszaken van de afgelopen
jaren zouden verwijzen naar het inmiddels geschrapte rampscenario van het IPCC?4
Antwoord 10
Ja.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de berichtgeving zoals genoemd in vraag 10?
Antwoord 11
Dat het hoge emissiescenario onwaarschijnlijk is geworden, is daarvoor niet wezenlijk
van belang. In klimaatrechtszaken wordt veelal een aanscherping van het klimaatbeleid
gevorderd. Daarbij gaat het niet om het vermijden van het hoogste emissiescenario,
maar vooral om de vraag of staten een eerlijke bijdrage leveren aan het beperken van
de mondiale opwarming tot 1,5 graad Celsius.
Vraag 12
Erkent u dat, als de berichtgeving zoals genoemd in vraag 10 klopt, dit verstrekkende
gevolgen heeft voor de juridische grondslagen op basis waarvan rechters de Nederlandse
staat en Nederlandse bedrijven hebben veroordeeld tot vergaand en kostbaar klimaatbeleid?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 12
Nee. Zie het antwoord op vraag 11.
Vraag 13
Bent u bereid te laten onderzoeken in hoeverre de vonnissen in klimaatrechtszaken
direct of indirect steunen op het rampscenario van het IPCC, dat inmiddels door datzelfde
IPCC is geschrapt? Bent u bereid de Kamer over de uitkomsten van dit onderzoek te
informeren? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Nee. Dit is niet aan het kabinet.
Vraag 14
In de klimaatrechtszaak inzake Bonaire (ECLI:NL:RBDHA:2026:1344) gaat de rechter onder
punt 4.21 uit van een zeespiegelstijging van 27 cm in 2050 en 85 cm in 2100, gebaseerd
op het inmiddels door het IPCC geschrapte «rampscenario» SSP5-8.5; hoe beoordeelt
u het feit dat deze rechterlijke uitspraak met verstrekkende gevolgen mede gebaseerd
is op scenario’s van het IPCC die inmiddels door datzelfde IPCC zijn geschrapt? Kunt
u uw antwoord toelichten?
Antwoord 14
Zie antwoord vraag 11 en vraag 15.
Vraag 15
Bent u bereid om in het hoger beroep tegen de uitspraak inzake Bonaire expliciet mee
te nemen dat de rechtbank zich mede heeft gebaseerd op het inmiddels door het IPCC
geschrapte SSP5-8.5-scenario, en dat de onderbouwing van de uitspraak daarmee wezenlijk
is gewijzigd? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 15
Het kabinet beraadt zich op de hoofdlijnen van de gronden voor het hoger beroep, om
op basis daarvan de memorie van grieven te kunnen opstellen. In deze fase kunnen hierover
geen mededelingen of toezeggingen worden gedaan.
Vraag 16
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 16
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat