Schriftelijke vragen : Nieuwe EU-belastingen en de voorgenomen verhoging van de EU-meerjarenbegroting 2028-2034
Vragen van het lid Markuszower (Groep Markuszower) aan de Minister-President en de Minister van Financiën over nieuwe EU-belastingen en de voorgenomen verhoging van de EU-meerjarenbegroting 2028–2034 (ingezonden 17 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Europese belastingen op komst»?1
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel Nederland in 2024 bruto heeft afgedragen aan de EU-begroting
en hoeveel Nederland aan Europese Unie (EU)-gelden heeft terugontvangen, en kunt u
dit omrekenen naar een bedrag per Nederlands huishouden?2 3 Kunt u daarbij bevestigen dat dit neerkomt op circa € 7,5 miljard bruto afdracht
en € 3,15 miljard aan ontvangsten (netto circa € 4,35 miljard), oftewel omgerekend
over de ruim 8,4 miljoen Nederlandse huishoudens ongeveer € 890 bruto en € 520 netto
per huishouden per jaar?4 5
Vraag 3
Kunt u een inschatting geven van wat de Nederlandse afdracht aan de EU per huishouden
zou worden als het voorstel van de Europese Commissie (EC) voor het Meerjarig Financieel
Kader (MFK) 2028–2034 wordt aangenomen? Kunt u daarbij ingaan op de eigen schatting
van het kabinet dat alleen al de Bruto Nationaal Inkomen (BNI)-afdracht voor 2028
kan oplopen tot circa € 9 miljard per jaar – zo’n € 4,5 miljard hoger dan in 2024 –
wat, nog exclusief douanerechten, btw-afdracht en de nieuwe EU-belastingen, neerkomt
op ruim € 1.070 per huishouden per jaar alleen al voor het BNI-deel?6 7 Kunt u bevestigen dat de grove inschatting, waarbij de overige afdrachtscomponenten
(douanerechten, btw-afdracht, plasticheffing) op het huidige niveau van circa € 3 miljard
per jaar worden verondersteld, uitkomt op een totale afdracht van ruim € 12 à 13 miljard
per jaar, oftewel circa € 1.450 tot € 1.550 per huishouden per jaar? Kunt u een volledige,
officiële raming geven van de totale afdracht per huishouden inclusief alle afdrachtscomponenten
en de nieuwe eigen middelen en aangeven of mijn hierboven genoemde inschatting in
de juiste orde van grootte zit?
Vraag 4
Bent u bekend met de berichtgeving over de plannen van de EC en het Europees Parlement
(EP) voor het MFK 2028–2034, waarin de begroting bijna wordt verdubbeld naar circa
€ 2.000 miljard en het EP zelfs inzet op € 2.200 miljard, een verhoging van 10 procent
ten opzichte van het Commissievoorstel?8 9
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat een verdubbeling van de EU-begroting, in een tijd waarin
Nederlandse huishoudens de broekriem moeten aanhalen, onaanvaardbaar is? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven
in te zetten op «een verlaging van het voorgestelde MFK», omdat de voorziene stijging
van de EU-afdrachten niet past bij de budgettaire kaders uit het Hoofdlijnenakkoord?10 Deelt u de opvatting dat het huidige niveau van de EU-begroting van bijna € 1.200 miljard
over zeven jaar al belachelijk hoog en volstrekt onnodig is?11 Bent u bereid deze kabinetsinzet radicaal aan te scherpen, niet tot een verlaging
ten opzichte van het Commissievoorstel, maar tot een forse verlaging van de EU-begroting
tot ruim onder het huidige niveau van € 1.200 miljard en tot een structureel veel
kleinere EU-begroting dan nu het geval is? Zo nee, waarom niet? Kunt u dan puntsgewijs
onderbouwen waarom een EU-begroting van bijna € 1.200 miljard over zeven jaar wél
gerechtvaardigd zou zijn?
Vraag 7
Bent u bekend met het feit dat de EC ter dekking van deze begroting vijf nieuwe «eigen
middelen» (EU-belastingen) heeft voorgesteld: een vennootschapsheffing voor bedrijven
met een jaaromzet boven € 100 miljoen, een tabaksaccijnsafdracht (TEDOR), een heffing
op elektronisch afval en aanpassingen in de inkomsten uit het Emission Trading System
(ETS) en het CO2-grenscorrectiemechanisme (CBAM), die samen circa € 58,5 miljard per jaar zouden moeten
opleveren?12
Vraag 8
Onderschrijft u de positie dat het heffen van belastingen een kernbevoegdheid van
soevereine lidstaten is en moet blijven en dat de EU nooit de bevoegdheid mag krijgen
om eigenstandig belasting te heffen bij Nederlandse burgers of bedrijven? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 9
Klopt het dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 heeft aangegeven
nieuwe eigen middelen niet bij voorbaat af te wijzen maar «op eigen merites» te beoordelen
en daarbij al in beginsel opening heeft gegeven voor een nieuw eigen middel op basis
van ETS-1-inkomsten en een nieuw eigen middel op basis van CBAM?13 Bent u bereid deze opening alsnog in te trekken en categorisch af te wijzen dat de
EU eigenstandig belasting heft, in welke vorm dan ook? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u bereid toe te zeggen dat Nederland in de Raad zijn veto zal gebruiken tegen
ieder onderdeel van het Eigenmiddelenbesluit dat voorziet in nieuwe EU-belastingen
én tegen een MFK 2028–2034 dat een verhoging van het totale EU-budget en/of een verhoging
van de Nederlandse afdracht inhoudt ten opzichte van het huidige MFK, aangezien zowel
het MFK als het Eigenmiddelenbesluit unanimiteit in de Raad vereisen?14 Kunt u daarbij bevestigen dat het Eigenmiddelenbesluit bovendien pas in werking treedt
nadat alle lidstaten het hebben goedgekeurd overeenkomstig hun eigen grondwettelijke
bepalingen en dat dit voor Nederland op grond van Artikel 91 van de Grondwet parlementaire
goedkeuring door beide Kamers vereist, via een goedkeuringswet conform de Rijkswet
goedkeuring en bekendmaking verdragen? Zo nee, waarom niet? (Kamerstuk 22 112, nr. 3760) (Kamerstuk 35 711, nr. 3)
Vraag 11
Kunt u bevestigen dat het bestaande Eigenmiddelenbesluit de Commissie nu al de mogelijkheid
geeft om lidstaten te verzoeken om aanvullende, op het BNI gebaseerde bijdragen als
de opbrengst van de nieuwe EU-belastingen achterblijft bij de verwachtingen, zodat
Nederland via een omweg alsnog voor de rekening kan opdraaien? Wat is uw inzet om
dit vangnetmechanisme voor Nederland uit te sluiten?
Vraag 12
Klopt het dat Nederland zich tijdens de Raad Algemene Zaken van 17 november 2025 al
heeft uitgesproken tegen gemeenschappelijke schuld voor het verstrekken van NRPP-leningen
aan lidstaten, en dat het kabinet in de Kamerbrief van 15 september 2025 al heeft
aangegeven geen voorstander te zijn van gemeenschappelijke leningen voor een nieuw
crisisinstrument?15 16 Bent u bereid deze lijn te verbreden en categorisch af te wijzen dat de EU nieuwe
schulden aangaat of nieuwe EU-gedekte leningen verstrekt – zoals het door de Commissie
voorgestelde «Catalyst Europe»-instrument – en dat Nederland daar in de Raad ook op
zal inzetten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Bent u bekend met het bericht dat Spanje bij de Eurogroep van 9 juli 2026 een voorstel
heeft gepresenteerd voor een «European Sovereign Facility», waarbij de EC tot wel
€ 850 miljard per jaar aan gemeenschappelijke schuld zou kunnen uitgeven namens de
lidstaten en dat dit voorstel – zoals verwacht – op weerstand stuit van met name Duitsland
en Nederland, de twee landen die zich het meest consistent hebben verzet tegen verdere
gemeenschappelijke schuld?17 18 19
Vraag 14
Bent u bereid dit Spaanse voorstel en iedere vergelijkbare poging om een permanent
EU-mechanisme voor gemeenschappelijke schuld (een «Europees veilig actief») te creëren,
resoluut en publiekelijk af te wijzen en dit standpunt uit te dragen bij zowel de
onderhandelingen over het MFK 2028–2034 als bij de Eurogroep? Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Kunt u bevestigen dat er nog altijd geen besluit is genomen over de wijze waarop de
circa € 750 miljard aan gemeenschappelijke schuld uit het coronaherstelfonds NextGenerationEU
wordt terugbetaald en dat landen als Frankrijk en Griekenland pleiten voor het doorrollen
van deze schuld in plaats van aflossing, terwijl de Franse president Macron oproept
tot vervroegde terugbetaling «idioot» noemde? Deelt u de opvatting dat Nederland zich
niet door dergelijke uitspraken uit andere lidstaten moet laten weerhouden van een
strikt aflossingsschema? Zo nee, waarom niet?
Vraag 16
Bent u bereid om, ook voor wat betreft de resterende aflossing en rentebetaling van
de bestaande NextGenerationEU-schuld, aan te sturen op versnelde afbouw in plaats
van het doorschuiven van deze lasten binnen de MFK-plafonds tot 2058? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 17
Bent u bereid in de onderhandelingen in te zetten op een Nederland dat per saldo geen
netto-betaler meer is aan de EU-begroting, maar netto-ontvanger wordt? Zo nee, kunt
u toelichten waarom Nederland structureel meer aan de EU zou moeten blijven afdragen
dan het terugkrijgt?
Vraag 18
Hoe beoordeelt u het feit dat verschillende ingewijden in Brussel de onderhandelingen
willen afronden vóór de Franse presidentsverkiezingen van april 2027, uit vrees dat
een eurosceptische regering het akkoord zou kunnen blokkeren? Deelt u de opvatting
dat dit geen reden mag zijn voor Nederland om onder tijdsdruk in te stemmen met een
voor Nederland ongunstig akkoord?
Vraag 19
Bent u bereid om een fundamenteel andere onderhandelingsinzet naar de Kamer te sturen
waarin wordt uitgegaan van een substantieel lagere EU-begroting, een substantieel
lagere Nederlandse afdracht, categorische afwijzing van alle nieuwe EU-belastingen,
en categorische afwijzing van nieuwe EU-schulden of EU-gedekte leningen – inclusief
het Spaanse voorstel voor een European Sovereign Facility? Zo nee, waarom niet?
Vraag 20
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Indiener
Gidi Markuszower, Kamerlid