Schriftelijke vragen : Het bericht dat het kabinet wel bouwstenen, maar nog geen plan heeft voor de huisvesting van mensen in de knel
Vragen van de leden Nobel en Ellian (VVD) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Asiel en Migratie over het bericht dat het kabinet wel bouwstenen, maar nog geen plan heeft voor de huisvesting van mensen in de knel (ingezonden 17 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Wel de «bouwstenen», nog geen plan voor huisvesting mensen in de knel»?1
Vraag 2
Klopt het dat het kabinet bij de huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder statushouders,
ook nadrukkelijk kijkt naar woningdeling binnen de sociale woningvoorraad?
Vraag 3
Klopt het dat er gemeenten en woningcorporaties zijn die sociale huurwoningen beschikbaar
stellen als «doorstroomlocatie»?
Vraag 4
Waarom kiest het kabinet er niet voor om, conform het coalitieakkoord, als uitgangspunt
te hanteren dat alternatieve huisvestingsvormen voor statushouders zoveel mogelijk
buiten de bestaande sociale woningvoorraad worden gerealiseerd?
Vraag 5
Welke alternatieven buiten de sociale woningvoorraad onderzoekt u om invulling te
geven aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders, zonder de druk op
de reguliere sociale huurmarkt verder te vergroten?
Vraag 6
In hoeverre deelt u de opvatting dat het oneerlijk is dat woningzoekenden soms pas
na 10 jaar in aanmerking komen voor een sociale huurwoning terwijl statushouders voorrang
krijgen op sociale huurwoningen? Zo niet, waarom niet?
Vraag 7
In hoeverre deelt u de opvatting dat statushouders daarom zoveel mogelijk in sobere
alternatieve huisvesting buiten de sociale woningvoorraad moeten worden gehuisvest?
Vraag 8
Welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat gemeenten en woningcorporaties
reguliere sociale huurwoningen inzetten als doorstroomlocatie voor statushouders?
Vraag 9
Welke mogelijkheden tot inspraak hebben omwonenden wanneer een sociale huurwoning
wordt aangewezen als doorstroomlocatie?
Vraag 10
Hoeveel statushouders zijn de afgelopen drie jaar gehuisvest in een zelfstandige sociale
huurwoning? Welk aandeel van de jaarlijkse toewijzingen aan corporatiewoningen betreft
dit? Welk effect verwacht u dat de beschreven plannen zullen hebben op dit aandeel?
Vraag 11
Bent u het eens dat woningdelen voor statushouders binnen de bestaande voorraad strijdig
is met het voornemen om te komen tot een wetsvoorstel waarmee de voorrang voor statushouders
op sociale huurwoningen wettelijk niet meer mogelijk is? Zo niet, waarom niet?
Vraag 12
In antwoord op eerdere schriftelijke vragen gaf u aan dat er slechts 48 doorstroomlocaties
met 1.853 plekken zijn gerealiseerd. De verwachting was dat er nog voor het zomerreces
263 extra plekken gerealiseerd zouden worden. Zijn deze plekken ook daadwerkelijk
voor het zomerreces gerealiseerd?
Vraag 13
Hoeveel plekken moeten volgens u nog worden gerealiseerd voordat u een wetsvoorstel
naar de Kamer kunt sturen waarmee de wettelijke voorrang voor statushouders op sociale
huurwoningen wordt beëindigd? Wanneer verwacht u dit wetsvoorstel naar de Kamer te
sturen?
Vraag 14
In uw brief «Bouwstenen: versnelde realisatie aanvullende vormen van huisvesting»
heeft mijn fractie niet kunnen opmaken op welke wijze u invulling heeft gegeven aan
de motie Nobel/Flach (Kamerstuk 36 881, nr. 9) over onderzoeken hoe gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie
van alternatieve huisvesting zodat de voorrang statushouders kan worden afgeschaft,
kunnen worden beloond. Kunt u hier alsnog antwoord op geven?
Vraag 15
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Jurgen Nobel, Kamerlid -
Medeindiener
Ulysse Ellian, Kamerlid