Schriftelijke vragen : De separate scheiding van innovatieve biobased materialen naar aanleiding van het antwoord van de minister op eerder gestelde vragen
Vragen van het lid Zalinyan (PRO) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de separate scheiding van innovatieve biobased materialen naar aanleiding van het antwoord van de Minister op eerder gestelde vragen (ingezonden 16 juli 2026).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het risico dat innovatieve verpakkingsmaterialen, die nog niet binnen
bestaande inzamel-, sorteer- en verwerkingsketens passen, onvoldoende kunnen opschalen
doordat zij in de praktijk geen passende verwerkingsroute hebben en dus niet op grote
schaal recyclebaar zijn?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat artikel 48 PPWR juist ruimte biedt om via ketenafspraken,
pilots of andere maatregelen te zorgen voor passende inzameling, sortering en verwerking
van innovatieve verpakkingsmaterialen, ook wanneer deze nog geen onderdeel zijn van
bestaande afvalstromen?
Vraag 3
Bent u bereid om vóór 12 augustus 2026 samen met de sector te verkennen welke belemmeringen
innovatieve biobased en composteerbare verpakkingen ondervinden binnen de huidige
afvalketen en welke oplossingen mogelijk zijn?
Vraag 4
Bent u bereid om daarbij te onderzoeken of gerichte pilots kunnen bijdragen aan een
eerlijke beoordeling en verwerking van innovatieve verpakkingsmaterialen, zodat kansrijke
innovaties die milieutechnisch grote voordelen hebben t.o.v. bestaande verpakkingen
niet onnodig worden belemmerd?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Ani Zalinyan, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.