Schriftelijke vragen : De klimaatimpact van de veehouderij en de kabinetsaanpak
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de klimaatimpact van de veehouderij en de kabinetsaanpak (ingezonden 16 juli 2026).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat volgens de meest recente Klimaat- en Energieverkenning (KEV)
nog circa 24 megaton CO₂-reductie nodig is om de klimaatdoelen voor 2030 te halen?
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel de landbouwsector en specifiek de veehouderij uitstoot in
CO₂-equivalenten volgens de meest recente cijfers? Welk aandeel is dit van de totale
uitstoot in Nederland?
Vraag 3
Hoeveel van de nog benodigde reductiedoelstelling van 24 megaton gaat u toerekenen
aan de landbouw- en veehouderijsector?
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel broeikasgasreductie het kabinet op dit moment concreet verwacht
te realiseren in de veehouderij richting 2030 en 2035, uitgesplitst naar maatregelen
en in megatonnen CO₂-equivalenten, gezien het voornemen om pas vanaf 2035 doelsturing
in te voeren?
Vraag 5
Staat de reductiedoelstelling uit het Klimaatakkoord 2019 van 1,2 tot 2,7 megaton
nog steeds overeind, of gelden er op dit moment andere doelstellingen, aangezien in
het Klimaatplan 2025–2035 geen concrete reductiedoelstellingen worden genoemd voor
landbouw en veehouderij?
Vraag 6
Wordt de reductiedoelstelling uit het Klimaatakkoord 2019 van 1,2 tot 2,7 megaton
vanuit de veehouderij gehaald, en zo nee, waarom en welke reductie resteert?
Vraag 7
Kunt u toelichten waarom in het Klimaatplan 2025–2035 geen concrete reductiedoelen
of maatregelen voor de landbouw en veehouderij in megatonnen zijn opgenomen, terwijl
deze sector een substantiële bijdrage levert aan de nationale uitstoot?
Vraag 8
Deelt u de conclusie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat het huidige
beleid onvoldoende is om de klimaatdoelen te halen en dat aanvullend beleid noodzakelijk
is dat op korte termijn emissiereductie oplevert? Zo ja, welke aanvullende maatregelen
bereidt u specifiek voor de veehouderij voor?
Vraag 9
Kunt u aangeven hoeveel CO₂-reductie wordt verwacht als gevolg van het stikstofbeleid?
Wat betekent dit voor de zekerheid waarmee klimaatdoelen gehaald kunnen worden?
Vraag 10
Kunt u inzichtelijk maken in welke mate de omvang van de veestapel onderdeel is van
het klimaatbeleid, gegeven dat het PBL aangeeft dat deze voor een groot deel bepalend
is voor de broeikasgasemissies? Welke concrete beleidskeuzes en doelstellingen hanteert
het kabinet op dit punt?
Vraag 11
Kunt u toelichten wat u verstaat onder «een stevige aanpak [.] om invulling te geven aan het sectordoel van de veehouderij
en mestaanwending in de akkerbouw» zoals genoemd in het Klimaatplan 2025–2025 (p. 43), en welke concrete maatregelen
daar op dit moment onder vallen?
Vraag 12
Kunt u per maatregel aangeven wat het verwachte reductiepotentieel is, binnen welke
termijn deze gerealiseerd wordt en hoe zeker deze reductie is (bijvoorbeeld op basis
van gevalideerde praktijkdata)?
Vraag 13
In hoeverre leunt het huidige beleid op technologische innovaties, zoals emissiearme
stalsystemen en managementmaatregelen? Hoe beoordeelt u de risico’s dat deze innovaties
onvoldoende of te laat leveren?
Vraag 14
Klopt het dat het kabinet voornemens is doelsturing pas vanaf 2035 in te voeren, waarbij
agrariërs afrekenbare emissiedoelen krijgen? Waarom wordt deze systematiek niet al
vóór 2030 ingevoerd, gezien de urgentie van de klimaatopgave?
Vraag 15
Hoe verhoudt het uitstellen van doelsturing tot na 2030 zich tot de noodzaak om op
korte termijn substantiële emissiereducties te realiseren?
Vraag 16
Welke alternatieve instrumenten zet het kabinet vóór 2030 in om daadwerkelijk afdwingbare
emissiereductie in de veehouderij te realiseren?
Vraag 17
Kunt u toelichten waarom het kabinet stelt dat emissies uit de veehouderij in 2050
niet tot nul kunnen worden teruggebracht, en in hoeverre deze aanname invloed heeft
op de ambitie en inzet richting 2030?
Vraag 18
Hoe groot acht u de resterende emissies uit de landbouwsector in 2030, en in hoeverre
rekent u op koolstofverwijdering of andere vormen van compensatie om deze te neutraliseren?
Vraag 19
Acht u het wenselijk om in te zetten op compensatie van landbouwemissies, in plaats
van maximale reductie aan de bron? Kunt u dit toelichten?
Vraag 20
Hoe borgt u dat Nederland voldoet aan de verplichtingen onder de Europese Effort Sharing
Regulation (ESR), waarin landbouwemissies zijn inbegrepen, indien aanvullende nationale
maatregelen uitblijven?
Vraag 21
Kunt u aangeven wat de gevolgen zijn als Nederland zijn ESR-doelen niet haalt, zowel
financieel als juridisch?
Vraag 22
Kunt u reflecteren op de bredere klimaatimpact van het in stand houden van de huidige
omvang van de veehouderij, mede in relatie tot beleidskeuzes rond bijvoorbeeld groen
gas? In hoeverre worden hier ook scope-2 en -3 effecten meegenomen?
Vraag 23
Welke concrete stappen is het kabinet bereid op korte termijn te zetten om de uitstoot
van de veehouderij daadwerkelijk en substantieel te reduceren, en wanneer kan de Kamer
hierover uitgewerkte voorstellen verwachten?
Vraag 24
Deelt u de opvatting dat het huidige beleid onvoldoende concreet, onvoldoende afdwingbaar
en onvoldoende ambitieus is om de klimaatdoelen te halen? Zo nee, waarop baseert u
dat?
Vraag 25
Kunt u deze vragen afzonderlijk, onderbouwd en op tijd beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.