Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Eerdmans over het bericht 'Verbijstering over webshop gouden helm-dief vanuit bajes: ’Een hele dikke middelvinger naar justitie’
Vragen van het lid Eerdmans (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel «Verbijstering over webshop gouden helm-dief vanuit bajes: «Een hele dikke middelvinger naar justitie»» (ingezonden 8 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 juli
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2403.
Vraag 1
In hoeverre is het mogelijk om een verbod op te leggen aan gedetineerden die online
een webshop runnen waarbij zij hun delict romantiseren?1
Antwoord 1
Het is niet passend dat een gedetineerde vanuit zijn cel actief handelsactiviteiten
ontplooit die zijn delict verheerlijken. Zolang daarmee echter geen verboden handelingen
worden verricht of mogelijk gemaakt, de orde en veiligheid niet in gevaar komen of
slachtoffers/benadeelden onrechtmatig in hun belangen worden geschaad, kunnen (ondernemings)activiteiten
van gedetineerden niet algemeen worden beëindigd of verboden.
Daarnaast is het relevant om te benoemen dat het voeren van een legale commerciële
activiteit door derden in relatie tot een gedetineerde buiten de inrichting in het
algemeen niet bij wet verboden is. Ook is er geen wettelijke grondslag die alle commerciële
uitingen verband houdend met het gepleegde delict verbiedt.
Wel zijn gedetineerden gebonden aan de communicatiebeperkingen die gelden binnen de
inrichting. Ook telt gedrag van een gedetineerde dat de terugkeer in de samenleving
eventueel tegenwerkt mee bij beslissingen over de rechten en vrijheden van de gedetineerde,
zoals verlof of overplaatsing naar een regime met meer vrijheden.
Naar aanleiding van de motie-Ellian (Kamerstuk 24 587, nr. 883) zijn concrete stappen gezet om financiële transacties van en naar gedetineerden
aan banden te leggen. Zo is de myTelio-applicatie buiten gebruik gesteld, kunnen gedetineerden
onderling geen geld meer overmaken en kunnen transacties naar buiten alleen plaatsvinden
onder opgave van reden. Daarnaast geldt dat het saldo op de rekening-courant van een
gedetineerde maximaal € 250 mag bedragen. Geld overmaken gaat met tussenkomst van
een medewerker van de PI. Op deze manier is het mogelijk toezicht te houden op transacties.
Indien de medewerker van de PI naar aanleiding van een financiële transactie vermoedt
dat er sprake is van voortgezet crimineel handelen, kan de medewerker een melding
doen bij het Bureau Inlichtingen en Veiligheid (BIV) van de desbetreffende PI.
Vraag 2
Wordt het adres van het Justitieel Centrum Schiphol daadwerkelijk gebruikt als postadres
voor de webshop die handelt in «merchandise» van de Roemeense kunstroof? In hoeverre
kan hiertegen worden opgetreden en in hoeverre gebeurt dit al in deze zaak?
Antwoord 2
Ik kan niet ingaan op individuele casussen. In zijn algemeenheid kan ik mededelen
dat het gebruik van een penitentiaire inrichting (PI) als postadres voor een commercieel
bedrijf niet in lijn is met de bestemming en het karakter van een justitiële inrichting.
Het is echter aan de Kamer van Koophandel om te toetsen of een ondernemer bij een
officiële inschrijving het opgegeven adres mag gebruiken.
Vraag 3
In hoeverre is het mogelijk om opbrengsten van deze webshop te verhalen en in te zetten
om een deel van de gemaakte kosten (zoals in het strafproces, het onderzoek, etc.)
te dekken? Kan er worden ingegaan op hoe dat in deze specifieke zaak is gebeurd?
Antwoord 3
Ik ga niet in op individuele zaken. In algemeenheid geldt dat de mogelijkheid om opbrengsten
die iemand met een strafbaar feit heeft behaald, af te romen via een ontnemingsmaatregel
(art. 36e Sr) gericht is op wederrechtelijk verkregen voordeel. Of en in hoeverre
dit per individuele casus toepasbaar is, hangt af van het verband tussen de opbrengsten
en een gepleegd delict.
In beginsel worden de kosten van een strafproces, behoudens enkele uitzonderingen,
niet verhaald op de verdachte.
Vraag 4
Bent u voornemens om zo snel mogelijk een einde te maken aan deze webshop? Zo niet,
waarom niet?
Antwoord 4
Ik ga niet in op de specifieke casus. Ik verwijs naar het antwoord op vraag 1 voor
een overzicht van wat wel en niet mogelijk is.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.