Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ellian over het bericht dat de dader van de kunstroof Assen in de gevangenis een kledinglijn opzet met gouden helm als logo
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het bericht dat de dader van de kunstroof Assen in de gevangenis een kledinglijn opzet met gouden helm als logo (ingezonden 10 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 juli
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2450.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Dader kunstroof Assen zet in gevangenis kledinglijn
op met gouden helm als logo»?1
Antwoord 1
Ik ben bekend met het bericht.
Vraag 2
Wat vindt u ervan dat een gedetineerde een webshop kan oprichten en kennelijk kan
exploiteren vanuit de gevangenis?
Antwoord 2
Ik deel de opvatting dat het niet past dat een gedetineerde vanuit zijn cel actief
handelsactiviteiten ontplooit die zijn delict verheerlijken. Zolang daarmee echter
geen verboden handelingen worden verricht of mogelijk gemaakt, de orde en veiligheid
niet in gevaar komen of slachtoffers/benadeelden onrechtmatig in hun belangen worden
geschaad, kunnen (ondernemings)activiteiten van gedetineerden niet algemeen worden
beëindigd of verboden.
Daarnaast is het relevant om te benoemen dat het voeren van een legale commerciële
activiteit door derden in relatie tot een gedetineerde buiten de inrichting in het
algemeen niet bij wet verboden is. Ook is er geen wettelijke grondslag die alle commerciële
uitingen verband houdend met het gepleegde delict verbiedt.
Wel zijn gedetineerde gebonden aan de communicatiebeperkingen die gelden binnen de
inrichting. Ook telt gedrag van een gedetineerde dat de terugkeer in de samenleving
eventueel tegenwerkt mee bij beslissingen over de rechten en vrijheden van de gedetineerde,
zoals verlof of overplaatsing naar een regime met meer vrijheden.
Naar aanleiding van de motie-Ellian (Kamerstuk 24 587, nr. 883) zijn concrete stappen gezet om financiële transacties van en naar gedetineerden
aan banden te leggen. Zo is de myTelio-applicatie buiten gebruik gesteld, kunnen gedetineerden
onderling geen geld meer overmaken en kunnen transacties naar buiten alleen plaatsvinden
onder opgave van reden. Daarnaast geldt dat het saldo op de rekening-courant van een
gedetineerde maximaal € 250 mag bedragen. Geld overmaken gaat met tussenkomst van
een medewerker van de PI. Op deze manier is het mogelijk toezicht te houden op transacties.
Indien de medewerker van de PI naar aanleiding van een financiële transactie vermoedt
dat er sprake is van voortgezet crimineel handelen, kan de medewerker een melding
doen bij het Bureau Inlichtingen en Veiligheid (BIV) van de desbetreffende PI.
Vraag 3
Waarom mag een gedetineerde het postadres van de gevangenis gebruiken voor een webshop?
Antwoord 3
Het gebruik van het adres van een justitiële inrichting als vestigings- of postadres
van een bedrijf is niet in lijn met de bestemming van die inrichting en past niet
binnen het karakter van een justitiële inrichting. Het is echter aan de Kamer van
Koophandel om te toetsen of een ondernemer bij een officiële inschrijving het opgegeven
adres mag gebruiken.
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat iemand die procesafspraken maakt met het Openbaar Ministerie
en altijd heeft gezwegen over zijn rol, een webshop opricht en/of daarbij betrokken
is, met T-shirts over het strafbare feit dat hij heeft gepleegd?
Antwoord 4
Ik ga niet in op individuele gevallen. Verder verwijs ik naar de toelichting onder
vraag 2.
Vraag 5
Waarom is het oprichten van een rechtspersoon vanuit de gevangenis, of het betrokken
zijn bij die oprichting daarvan, toegestaan?
Antwoord 5
De Penitentiaire Beginselenwet (Pbw) bevat geen expliciete verbodsbepaling voor het
voeren van een (online) onderneming vanuit detentie. Gedetineerden kunnen in beginsel
een rechtspersoon oprichten of een onderneming starten of voortzetten. Het is uiteraard
niet toegestaan om met een onderneming of rechtspersoon verboden activiteiten te ontplooien
of een verboden doel na te streven. Zo is het oprichten van een organisatie die in
strijd is met de openbare orde bij wet verboden.
Vraag 6
Wat is er gebeurd sinds de toezegging van de toenmalig Minister in de Kamerbrief van
22 november 2021 dat het oprichten van rechtspersonen vanuit de gevangenis aan banden
zou worden gelegd (Kamerstuk 29 911, nr. 339)?
Antwoord 6
In de Kamerbrief van 22 november 2021 (Kamerstukken 29 911, 29 279 en 24 587, nr. 339) schreef zoals bij vraag 4 is aangegeven dat de toenmalige Minister voor Rechtsbescherming
het oprichten van organisaties vanuit detentie aan banden wilde leggen dan wel verbieden
voor gedetineerden die in de EBI of op een Afdeling Intensief Toezicht (AIT) verblijven.
In de voortgangsbrief van 13 juni 2022 (Kamerstuk 29 911, nr. 353) is de Kamer geïnformeerd over de uitkomst van dit onderzoek. Hierbij is aangegeven
dat het complex is om een algemeen verbod op het oprichten van rechtspersonen vorm
te geven, dat het bovendien al verboden is om een organisatie op te richten die in
strijd is met de openbare orde, en dat een dergelijke maatregel op gespannen voet
staat met het resocialisatiebeginsel. Om die redenen is destijds besloten hier niet
verder op in te zetten.
Vraag 7
Bent u bereid om het oprichten van rechtspersonen vanuit de gevangenis aan banden
te leggen? Zo ja/nee, waarom?
Antwoord 7
Ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 6, waarin ik heb uiteengezet waarom destijds
is besloten niet in te zetten op een algemeen verbod op het oprichten van rechtspersonen
vanuit detentie, en welke maatregelen sindsdien wel zijn getroffen ten aanzien van
financiële transacties.
Gelet op de redenen die toen zijn aangevoerd zie ik op dit moment geen aanleiding
om dat standpunt te herzien.
Vraag 8
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat gedetineerden niet betrokken kunnen zijn bij
het exploiteren van ondernemingen terwijl zij hun straf ondergaan?
Antwoord 8
Zoals toegelicht in mijn antwoord op vragen 5 en 6 is er geen algemene grondslag om
het exploiteren van ondernemingen door gedetineerden te verbieden. Wel bieden de Pbw
en de huisregels de directeur de bevoegdheid om op te treden wanneer een gedetineerde
beschikt over niet-toegestane communicatiemiddelen of wanneer zijn gedragingen de
orde of veiligheid in gevaar brengen.
Daarnaast is, zoals toegelicht in antwoord 1, de financiële handelingsruimte van gedetineerden
sinds 1 januari 2024 verder ingeperkt: het saldo op de rekening-courant is gemaximeerd
op € 250 en transacties vinden plaats onder toezicht van medewerkers van de PI.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.