Schriftelijke vragen : Het bericht dat een huurder met twee koopappartementen in een sociale huurwoning mag blijven
Vragen van het lid Nobel (VVD) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht dat een huurder met twee koopappartementen in een sociale huurwoning mag blijven (ingezonden 15 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Rechter zet streep door ontruiming: man met twee koopappartementen
mag in sociale huurwoning blijven»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze situatie waarin een huurder die eigenaar is van twee koopappartementen
toch in zijn sociale huurwoning kan blijven wonen, terwijl honderdduizenden woningzoekenden
jarenlang niet aanmerking komen voor een (sociale huur-) woning?
Vraag 3
In hoeverre deelt u de opvatting dat sociale huurwoningen in de eerste plaats bedoeld
zijn voor huishoudens die (financieel) niet in staat zijn zelfstandig in hun huisvesting
te voorzien en dat het onwenselijk is dat personen met een substantieel vermogen een
sociale huurwoning bezet houden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Weet u hoeveel sociale huurwoningen worden bewoond door mensen die daarnaast eigenaar
zijn van één of meerdere woningen of beschikken over vermogen dat ruim boven de nog
in te voeren vermogensgrens ligt? Zo ja, hoe veel woningen zijn dit? Zo niet, bent
u bereid dit in kaart te brengen?
Vraag 5
Klopt het dat woningcorporaties in dergelijke gevallen op dit moment slechts beperkt
mogelijkheden hebben om een huurovereenkomst te beëindigen? Hoe beoordeelt u deze
situatie?
Vraag 6
Wat is de stand van zaken van de in het coalitieakkoord aangekondigde invoering van
de eenmalige vermogenstoets en de jaarlijkse inkomenstoets bij sociale huurwoningen?
Indien sprake is van vertraging, wat is daarvan de oorzaak?
Vraag 7
Bent u bereid in de toekomst een herhaaldelijke vermogenstoets te verkennen voor sociale
huurders die na intrekking in de woning aanzienlijk vermogen opbouwen? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 8
Bent u bereid te bezien of woningcorporaties een expliciete wettelijke grondslag kunnen
krijgen om de huur te beëindigen indien een huurder beschikt over voldoende vermogen
en daarmee redelijkerwijs zelf in zijn huisvesting kan voorzien?
Vraag 9
Welke andere maatregelen acht u noodzakelijk om ervoor te zorgen dat sociale huurwoningen
daadwerkelijk beschikbaar blijven voor huishoudens die daarop zijn aangewezen en niet
worden bezet door mensen die over aanzienlijke vermogens beschikken?
Vraag 10
Bent u bereid de Kamer vóór de begrotingsbehandeling Volkshuisvesting en Ruimtelijke
Ordening te informeren over de voortgang van de invoering van de vermogenstoets en
andere maatregelen om scheefwonen effectiever tegen te gaan?
Vraag 11
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Jurgen Nobel, Kamerlid