Schriftelijke vragen : Ruim 200 Nederlandse kinderen hebben geen vaste voogd
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over ruim 200 Nederlandse kinderen hebben geen vaste voogd (ingezonden 14 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Ruim 200 Nederlandse kinderen hebben geen vaste voogd» van Investico en Trouw van 14 juli 2026?1
2
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevinding dat ruim 200 kinderen geen vaste voogd hebben, terwijl
het gezag van hun ouders door de rechter is beëindigd en de overheid daarmee verantwoordelijk
is voor hun bescherming?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat juist deze kwetsbare kinderen geen
vaste voogd hebben die hen persoonlijk kent, hun veiligheid bewaakt en namens hen
belangrijke beslissingen neemt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Hoeveel kinderen hebben momenteel geen vaste voogd? Kunt u dit uitsplitsen per gecertificeerde
instelling, aangeven hoe lang zij gemiddeld en maximaal zonder vaste voogd zitten
en in welke vorm van opvang zij verblijven?
Vraag 5
Wie draagt gedurende deze periode de eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid van
deze kinderen en voor besluiten over onder meer medische behandelingen, onderwijs,
jeugdhulp, contact met ouders en familieleden en officiële documenten? Hoe wordt daarbij
gewaarborgd dat deze besluiten worden genomen door iemand die het kind daadwerkelijk
kent?
Vraag 6
Hoe wordt gedurende de periode zonder vaste voogd geborgd dat ieder kind regelmatig
persoonlijk wordt gesproken en dat voortdurend zicht bestaat op zijn of haar veiligheid
en ontwikkeling?
Vraag 7
Hoeveel belangrijke beslissingen zijn het afgelopen jaar vertraagd doordat geen vaste
voogd beschikbaar was en welke gevolgen heeft dit gehad voor de betrokken kinderen?
Vraag 8
Zijn bij u, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd of de Inspectie Justitie en Veiligheid
incidenten, calamiteiten of onveilige situaties bekend waarbij het ontbreken van een
vaste voogd een rol heeft gespeeld? Zo ja, hoeveel en wat was de aard daarvan?
Vraag 9
Hoe verhoudt het ontbreken van een vaste voogd zich tot de wettelijke taak van gecertificeerde
instellingen om uitvoering te geven aan een door de rechter opgelegde voogdijmaatregel?
Vraag 10
Hoe beoordeelt u het feit dat een kinderrechter weliswaar een gecertificeerde instelling
als voogd benoemt, maar dat er geen wettelijke waarborg bestaat dat een kind binnen
een bepaalde termijn een vaste jeugdbeschermer of voogd krijgt die het kind persoonlijk
kent en de voogdij feitelijk uitvoert? Acht u dit verenigbaar met de rechtsbescherming
en de belangen van deze kinderen?
Vraag 11
Acht u het huidige Handelingsperspectief en de veldnorm bij onderbezetting toereikend
voor kinderen van wie het ouderlijk gezag is beëindigd, gelet op de eerdere constateringen
van de inspecties dat hierdoor onvoldoende zicht kan bestaan op de veiligheid van
kinderen?
Vraag 12
Waarom is niet eerder landelijk inzichtelijk gemaakt hoeveel kinderen zonder vaste
voogd zitten, terwijl de inspecties al jaren waarschuwen voor personeelstekorten,
hoge werkdruk en onvoldoende continuïteit binnen de jeugdbescherming?
Vraag 13
Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat rechterlijke voogdijbeslissingen
daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd en dat ieder kind tijdig een vaste voogd krijgt?
Vraag 14
Bent u bereid de gecertificeerde instellingen opdracht te geven kinderen zonder vaste
voogd met voorrang een vaste voogd toe te wijzen en de Kamer te informeren over de
voortgang hiervan?
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer binnen 6 weken te informeren over het exacte aantal kinderen
zonder vaste voogd, de duur van de wachtperiode per gecertificeerde instelling en
de maatregelen waarmee deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Nicole Moinat, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.