Schriftelijke vragen : Meer aandacht in het onderwijs voor (het voorkomen van) geweld tegen vrouwen en meisjes
Vragen van de leden Becker (VVD), Van der Werf (D66) en Mutluer (PRO) aan de Staatssecretaris en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over meer aandacht in het onderwijs voor (het voorkomen van) geweld tegen vrouwen en meisjes (ingezonden 14 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de petitie «Van achter de voordeur naar het klaslokaal» van de Federatie
Nabestaanden Geweldsslachtoffers, Valente en de Blijf Groep?
Vraag 2
Wat vindt u van de oproep om aan gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid en
geweldpreventie expliciet aandacht te besteden in de klas als onderdeel van het burgerschapsonderwijs
en/of seksuele vorming en ziet u mogelijkheden om deze elementen expliciet op te nemen
in de SLO-documenten of in de wijze waarop de Inspectie toeziet op de naleving ervan?
Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat professionals en organisaties in het veld belangrijke hiaten
zien in de wijze waarop scholen binnen de kerndoelen en eindtermen aandacht besteden
aan gendergerelateerd geweld en het voorkomen daarvan en bent u het met de indieners
van de petitie eens dat dit nog onvoldoende gebeurt?
Vraag 4
Heeft u cijfers van de mate waarin op scholen expliciet aandacht wordt besteed aan
gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid en geweldpreventie? Zo nee, bent u
bereid de Inspectie hiernaar te vragen?
Vraag 5
Op welke manier is het herkennen van signalen en het veilig en zorgvuldig handelen
wanneer een kind mogelijk met geweld (zelf of in het gezin) te maken heeft, op dit
moment onderdeel van de opleidingen in het onderwijs en bent u bereid te werken aan
een verbetering voor meer structurele aandacht hiervoor en zo ja, op welke wijze?
Vraag 6
Op welke wijze is het lesgeven over gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid
en geweldpreventie momenteel onderdeel van de opleidingen in het onderwijs en bent
u bereid te werken aan een verbetering voor meer structurele aandacht hiervoor en
zo ja, op welke wijze?
Vraag 7
Zijn er op dit moment voldoende lesmethodes waar scholen gebruik van kunnen maken
als zij aandacht willen besteden aan gendergelijkwaardigheid, relationele veiligheid
en geweldpreventie en zo ja, waar kunnen scholen deze vinden? Zo nee, wat kunt u vanuit
uw rol doen om meer laagdrempelige lesmethodes hiervoor beschikbaar te krijgen?
Vraag 8
Bent u bereid het gesprek aan te gaan met de indieners van de petitie om gezamenlijk
tot een aanpak te komen waarmee het onderwijs beter in staat wordt gesteld een rol
te spelen in het voorkomen en het herkennen van gendergerelateerd geweld en relationele
onveiligheid?
Vraag 9
In hoeverre acht u, vanuit uw zicht op de praktijk van scholen, de huidige mogelijkheden
voor het tijdig delen van informatie over signalen en meldingen over gendergerelateerd
geweld tussen scholen, politie en Veilig Thuis voldoende en bent u bereid hier navraag
over te doen bij scholen?
Vraag 10
Bent u bereid in overleg te treden met de Minister van J&V en de Minister van VWS
om het onderwijs op te nemen als één van de pijlers in het Actieplan Stop geweld tegen
vrouwen?
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Gericht aan
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Bente Becker, Kamerlid