Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van der Werf en Bamenga over aanvallen Israëlische leger op medisch personeel in Libanon
Vragen van de leden Van der Werf en Bamenga (beiden D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over herhaalde aanvallen van het Israëlische leger op medisch personeel in Libanon (ingezonden 25 juni 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 13 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «De eerste ambulance werd geraakt; toen de tweede, derde
en vierde. Hoe Israël medisch personeel aanvalt in Libanon»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat het Israëlische leger in Libanon zogenoemde double-tap-aanvallen
uitvoert, waarbij hulpverleners die na een eerste aanval te hulp schieten herhaaldelijk
opnieuw worden beschoten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Het kabinet ziet inderdaad dat herhaaldelijk sprake is van situaties waarin medisch
en humanitair personeel dat toestroomt na een aanval wordt getroffen door een vervolgaanval.
Aanvallen waarbij hulpverleners worden getroffen verontrusten het kabinet altijd,
en dit geldt des te meer voor vervolgaanvallen, waarbij het risico aanzienlijk toeneemt
dat hulpverleners worden getroffen. Het kabinet kent ook de cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie
over het hoge aantal zorgverleners dat is omgekomen in Libanon sinds de start van
het conflict op 2 maart. De impact van de geweldsescalatie tussen Israël en Hezbollah
op hulpverleners en medische faciliteiten, en daarmee op de gehele hulpverlening,
in Libanon is zorgwekkend.
Vraag 3
Deelt u de conclusie van de door NRC geraadpleegde experts dat deze aanvallen in strijd
zijn met het humanitair oorlogsrecht, in het bijzonder met de bescherming van medisch
personeel en ambulances? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Volgens het humanitair oorlogsrecht genieten ziekenhuizen, medisch personeel en ambulances
een speciale, beschermde status. Het doelbewust aanvallen van medische gebouwen, transporten
of medisch personeel die herkenbaar zijn en hun neutrale taak uitvoeren, is een ernstige
schending van het humanitair oorlogsrecht. Onder het Statuut van Rome van het Internationaal
Strafhof is het opzettelijk aanvallen van medische gebouwen, medische eenheden en
transporten gecategoriseerd als een oorlogsmisdrijf. De bescherming onder het humanitair
oorlogsrecht vervalt alleen als een medische entiteit buiten haar humanitaire taak
wordt gebruikt om handelingen te verrichten die schadelijk zijn voor de vijand.
Het kabinet onderstreept deze uitgangspunten en veroordeelt dan ook doelbewuste aanvallen
op hulpverleners en medische faciliteiten. Tegelijkertijd kan in complexe conflictsituaties
niet altijd worden vastgesteld wat de precieze omstandigheden zijn. Het kabinet dringt
aan op transparant en onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen van het humanitair
oorlogsrecht. Het is in eerste instantie aan de lokale autoriteiten om dergelijk onderzoek
te doen. In dat kader steunt Nederland de komende vier jaar het Nationale Comité voor
het Humanitair Oorlogsrecht (National International Humanitarian Law Committee) van
Libanon met een financiële bijdrage, zodat dit onderzoek kan doen naar mogelijke schendingen
van het humanitair oorlogsrecht.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u deze aanvallen op medisch personeel en ambulances in het licht van
de verplichtingen van Israël onder artikel 2 van de EU-Israël Associatieovereenkomst?
Antwoord 4
Zoals bekend in uw Kamer waren in mei 2025 de humanitaire situatie in de Gazastrook,
de situatie op de Westelijke Jordaanoever, en de Israëlische positie die wezen op
de herbezetting van (delen van) de Gazastrook, Syrië en Libanon reden om de EU Hoge
Vertegenwoordiger (HV) Kallas te verzoeken om een evaluatie van artikel 2 van het
EU-Israël Associatieakkoord. Naar aanleiding van de conclusie van de HV en de Europese
Dienst voor Extern Optreden (EDEO) dat er aanwijzingen zijn dat Israël in strijd zou
handelen met zijn verplichtingen onder artikel 2 van het Associatieakkoord heeft Nederland
zich in EU-verband ingezet voor concrete EU-maatregelen. Het beoogde doel van de Nederlandse
inzet voor maatregelen was de druk op te voeren en Israël van koers te doen veranderen.
Hiervoor blijkt tot op heden te weinig draagvlak onder lidstaten. Niettemin blijft
de kabinetsinzet ten aanzien van de opvolging van de evaluatie van Artikel 2 van het
EU-Israël Associatieakkoord erop gericht om voldoende steun te vergaren voor EU-maatregelen.2
Vraag 5
Is het kabinet bereid deze aanvallen scherp en publiekelijk te veroordelen, en dit
ook rechtstreeks over te brengen aan de Israëlische regering? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het kabinet onderstreept dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal
recht mag plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht, alsook het recht
voor het gebruik van geweld door staten, door alle partijen moet worden gerespecteerd.
Daar waar dat niet gebeurt of lijkt te gebeuren, spreekt het kabinet zich uit, voor
en achter de schermen. Zoals uw Kamer bekend wijst het kabinet de Israëlische regering
op zijn internationaalrechtelijke verplichtingen, waaronder de bescherming van burgers,
hulpverleners en medische faciliteiten.
Vraag 6
Hebben eerdere gesprekken met Israëlische Ministers en andere diplomatieke contacten
geleid tot aantoonbare verandering in het optreden van het Israëlische leger? Zo nee,
welke conclusie trekt het kabinet daaruit over de effectiviteit van diplomatieke waarschuwingen?
Antwoord 6
Het kabinet zet zich – met partners en naar vermogen – in om de situatie in Israël,
de Palestijnse Gebieden en de bredere regio te de-escaleren en te verbeteren. Het
kabinet benut daarvoor de goede relaties die Nederland heeft met zowel Israël als
de Palestijnse Autoriteit, en staat in nauw en intensief contact met landen in de
regio, o.a. om regionale spanningen te verlagen en humanitaire hulp te bieden. Zowel
voor als achter de schermen is het kabinet actief om invloed uit te oefenen. Het kabinet
brengt zorgen over het optreden van Israël in Libanon consistent op bij de autoriteiten.
Zoals bekend in uw Kamer is naast dialoog ook het opvoeren van druk een belangrijk
onderdeel van de diplomatieke inspanningen, o.a. om gedragsverandering van Israël
te realiseren Die inzet gaat door. Daarom zet het kabinet zich in EU-verband in om
de draagvlak voor EU-maatregelen te vergroten
Vraag 7
Is het kabinet bereid deze praktijken aan te grijpen om in Europees verband opnieuw
en blijvend te pleiten voor spoedige politieke en handelsmaatregelen tegen Israël,
zolang het Israëlische leger burgers, hulpverleners en medisch personeel blijft aanvallen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zie beantwoording vraag 4.
Vraag 8
Welke concrete gevolgen verbindt het kabinet aan de relatie met Israël nu het Israëlische
leger, na meerdere waarschuwingen, opnieuw hulpverleners, ambulances en medische voorzieningen
blijkt aan te vallen?
Antwoord 8
Zie beantwoording vraag 6.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.