Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over het gebrek aan draagvlak voor de uitvoering van de Spreidingswet en de inzet van dwangmaatregelen jegens gemeenten
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Asiel en Migratie over het gebrek aan draagvlak voor de uitvoering van de Spreidingswet en de inzet van dwangmaatregelen jegens gemeenten. (ingezonden 29 mei 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 10 juli 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2300
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Asielminister Van den Brink wil uitleg over opvangplekken:
dit is het tekort in jouw gemeente»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Kunt u bevestigen dat op dit moment 250 van de 342 gemeenten niet voldoen aan de taakstelling
uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de
Spreidingswet), en dat ruim honderd gemeenten in het geheel geen opvang bieden?
Indien de cijfers in bovenstaande vraag niet correct zijn, hoeveel gemeenten voldoen
op dit moment dan niet aan de taakstelling van de Spreidingswet en hoeveel gemeenten
bieden in zijn geheel geen opvang?
Antwoord 2 en 3
Gemeenten hebben op 26 mei een brief ontvangen in het kader van het interbestuurlijk
toezicht. Op basis van de informatie die het Ministerie van Justitie en Veiligheid
op die datum tot zijn beschikking had, waren er 119 gemeenten die voldeden aan hun
wettelijke taak. 116 gemeenten voldeden gedeeltelijk aan hun wettelijke taak en 107
gemeenten voldeden niet (dat wil zeggen dat zij geen enkele asielopvangplek realiseerden).
De som van de gemeenten die gedeeltelijk of niet voldoen telt op tot 223 van de 342
gemeenten. Ten aanzien van deze gemeenten worden stappen gezet in het kader van het
interbestuurlijk toezicht. De afgelopen weken hebben de eerste ambtelijke gesprekken
met deze gemeente plaatsgevonden.
Vraag 4 t/m 7
Deelt u de opvatting dat een situatie waarin bijna driekwart van de gemeenten niet
aan de wettelijke taak voldoet, wijst op een breed en structureel gebrek aan maatschappelijk
en bestuurlijk draagvlak voor de gedwongen vestiging van asielzoekerscentra?
Indien u de in vraag 4 verwoorde opvatting niet deelt, hoe verklaart u dan dat na
ruim twee jaar werking van de wet slechts 92 gemeenten aan hun opgave voldoen?
Acht u het uitvoerbaar en proportioneel om een wet met dwang te handhaven waarvan
de naleving bij een ruime meerderheid van de gemeenten uitblijft?
Indien het antwoord op vraag 6 bevestigend luidt, op grond van welke afweging?
Antwoord 4 t/m 7
Het doel van de Spreidingswet is het creëren van voldoende opvangplekken die evenwichtig
over het land verdeeld zijn. Helaas is dit doel nog niet bereikt. Op dit moment is
de bezettingsgraad in de asielopvang hoger dan 100%. In Ter Apel geldt gecontroleerde
toegang. Dit laat eens temeer zien dat er acuut meer opvangplekken nodig zijn voor
de lange termijn. De Spreidingswet is het instrument dat gaat bijdragen aan voldoende
opvangplekken voor de lange termijn. Ik verwacht van gemeenten dan ook dat zij zich
aan deze wet houden en solidariteit tonen met gemeenten die al een bijdrage leveren.
Het interbestuurlijk toezicht bestaat uit meerdere stappen waarin aan de gemeente
maximaal de gelegenheid wordt geboden zelf alsnog de benodigde opvangplekken te realiseren.
Vraag 8 t/m 11
Is er naar uw oordeel een omstandigheid denkbaar die een tekort aan opvangplekken
in een gemeente kan rechtvaardigen?
Indien het antwoord op vraag 8 bevestigend luidt, welke omstandigheden acht u dan
legitiem, en betrekt u daarbij factoren als het ontbreken van lokaal draagvlak, ruimtelijke
beperkingen en zorgen over de openbare orde en veiligheid?
Indien het antwoord op vraag 8 ontkennend luidt, met welk oogmerk nodigt u gemeenten
dan uit om uitleg te komen geven, indien de uitkomst van die gesprekken reeds op voorhand
vaststaat?
Kunt u uiteenzetten in welke gevallen een door een gemeente aangevoerde reden kan
leiden tot bijstelling van haar taakstelling?
Antwoord 8 t/m 11
In de gesprekken die in het kader van het interbestuurlijk toezicht worden gevoerd
kunnen gemeenten aandragen waarom zij (nog) niet aan hun wettelijke taak voldoen.
In het interbestuurlijk toezicht worden alle feiten en omstandigheden meegewogen en
is hier ook ruimte toe. Dit zal per gemeente worden bezien.
Vraag 12 t/m 16
Acht u het wenselijk de autonomie van 250 gemeenten te doorkruisen door over te gaan
tot actief toezicht en, in laatste instantie, tot het aanwijzen van opvanglocaties
die gemeenten verplicht zijn te accepteren?
Erkent u dat het zelf aanwijzen van opvanglocaties, tegen een besluit van de gemeenteraad
in, een vergaande inbreuk vormt op de lokale democratische besluitvorming?
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, waarom niet?
Bent u bereid af te zien van dwangmaatregelen jegens gemeenten waar aantoonbaar geen
lokaal draagvlak bestaat?
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, waarom weegt de uitvoering
van de taakstelling voor u zwaarder dan de uitkomst van het lokale democratische proces?
Antwoord 12 t/m 16
Gemeenten hebben een wettelijke taak vanuit de Spreidingswet. Ik ga ervan uit dat
gemeenten zich ook aan hun wettelijke taak houden en zij hun verantwoordelijkheid
nemen en zich solidair tonen met gemeenten die al een bijdrage leveren. De wet is
de wet, en die voer ik volledig uit.
Deze situatie laat eens te meer zien dat voor de lange termijn voldoende opvang noodzakelijk
is. De Spreidingswet is het instrument om op lange termijn voldoende opvang te realiseren.
Uitvoering van de wet is noodzakelijk, om situaties zoals de huidige tekorten te voorkomen
en om ervoor te zorgen dat opvangplekken op evenwichtige wijze over het land verdeeld
worden.
Vraag 17 en 18
Bent u bereid de Spreidingswet in te trekken indien de medewerking van gemeenten niet
wezenlijk verbetert?
Indien u niet bereid bent tot intrekking, bent u dan bereid een gedoogbeleid te voeren
waarbij de dwangbepalingen van de Spreidingswet niet worden uitgevoerd zolang het
vereiste lokale draagvlak ontbreekt?
Antwoord 17 en 18
De huidige situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat voor de lange termijn
voldoende opvang noodzakelijk is. De Spreidingswet is het instrument om op lange termijn
voldoende opvang te realiseren. Om een rechtvaardige verdeling over gemeenten te borgen,
houdt dit kabinet de Spreidingswet in stand. Wanneer er voldoende vaste en flexibele
opvangplekken van het COA zijn, en er dus een stabiel opvanglandschap is, wordt inzet
van de wet overbodig.
Vraag 19
Waarom kiest u niet voor het reduceren van de instroom tot nihil, als structurele
oplossing?
Antwoord 19
Dit kabinet zet zich in om de instroom duurzaam en structureel te verminderen, onder
andere aan de hand van de Wet invoering tweestatusstelsel. Daarnaast wordt gewerkt
aan de implementatie van het Europees Asiel- en Migratiepact dat afgelopen maand in
werking is getreden. Ook wordt er ingezet op terugkeer. Dit doet er niet aan af dat
asielzoekers die zich eenmaal in Nederland bevinden, fatsoenlijk moeten worden opgevangen.
Daartoe zijn we volgens internationale en Europese wettelijke kaders ook verplicht.
Vraag 20 t/m 23
Beschikt uw ministerie over voldoende ambtelijke capaciteit (fte) om de circa 250
niet-voldoende presterende gemeenten onder actief toezicht te plaatsen?
Kunt u kwantificeren hoeveel fte gemoeid is met het onder actief toezicht plaatsen
van één gemeente, en welk totaal beslag dit zou leggen indien dit voor 250 gemeenten
gelijktijdig zou moeten geschieden?
Indien de daarvoor benodigde capaciteit ontbreekt, betekent dit dan dat het instrument
van actief toezicht in de praktijk slechts selectief of symbolisch kan worden ingezet?
Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt, hoe verhoudt zich dat tot
een gelijke behandeling van gemeenten?
Antwoord 20 t/m 23
Het interbestuurlijk toezicht is van toepassing op alle gemeenten die de, aan hen
volgens het verdeelbesluit gegeven, asielopgave niet realiseren. Dit kabinet voert
de wet uit en is inmiddels begonnen met het interbestuurlijk toezicht. De eerste gesprekken
met gemeenten hebben in dit kader al plaatsgevonden.
Vraag 24
Hoe verhoudt het uitnodigen van gemeentebestuurders om zich op uw ministerie te verantwoorden
zich tot gemeentelijke autonomiteit?
Antwoord 24
Gemeenten hebben een wettelijke taak vanuit de Spreidingswet. Voor gemeenten die niet
voldoen aan hun wettelijke taak, is zoals gebruikelijk het rijksbrede kader voor interbestuurlijk
toezicht van toepassing. Onderdeel van dit kader zijn eerst de ambtelijke gesprekken
met gemeenten en vervolgens, indien nodig, bestuurlijke gesprekken.
Vraag 25 en 26
Bent u bereid de verslagen of notulen van de gesprekken met gemeenten openbaar te
maken, dan wel vertrouwelijk aan de Kamer ter inzage te geven?
Indien u daartoe niet bereid bent, waarom niet?
Antwoord 25 en 26
Het is belangrijk dat de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken in vertrouwelijkheid
plaatsvinden. In zo’n gesprek zal ook vertrouwelijke informatie besproken worden,
zoals de voornemens van gemeenten over hoe ze aan de wettelijke taak willen voldoen
en welke (premature) plannen ze daarvoor hebben. Ik vind het belangrijk dat gemeenten
volledige openheid durven te geven. De gespreksverslagen worden daarom niet openbaar
gemaakt.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.