Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Westerveld en Piri over gesprekken die op EU-niveau worden gevoerd met de Taliban
Vragen van de leden Westerveld en Piri (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Asiel en Migratie en van Buitenlandse Zaken over gesprekken die op EU-niveau worden gevoerd met de Taliban (ingezonden 13 mei 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie), mede namens de Minister van
Buitenlandse Zaken (ontvangen 10 juli 2026)`Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 2119
Vraag 1
Bent u bekend met het Euractiv-artikel waarin vermeld staat dat er voor de zomer gesprekken
gevoerd zullen worden tussen EU-ambtenaren en een Talibandelegatie met als doel om
Afghanen mogelijk terug te sturen?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Bent u door de Europese Commissie of andere betrokken landen op de hoogte gesteld
van deze gesprekken?
Antwoord 2
Ja
Vraag 3
Zullen er ook Nederlandse ambtenaren deelnemen aan deze gesprekken? Op welke manier
is Nederland betrokken bij deze gesprekken?
Antwoord 3
EU-lidstaten, inclusief Nederland, hebben de week voorafgaand aan het gesprek de uitnodiging
ontvangen voor dit gesprek in Brussel. Nederland onderhoudt minimale operationele
contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Dit gesprek was hier onderdeel
van. Naar aanleiding van deze uitnodiging is besloten dat een Nederlandse ambtenaar
op operationeel niveau het gesprek zou bijwonen.
Vraag 4
Kunt u de Kamer informeren over wat er besproken zal worden met de Talibandelegatie?
Antwoord 4
Op 16 oktober jl., hebben verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een brief
gestuurd aan Eurocommissaris Brunner met de oproep om op Europees niveau vrijwillige
terugkeer van personen zonder verblijfsrecht in de EU te stimuleren en de mogelijkheden
voor gedwongen terugkeer naar Afghanistan te onderzoeken, voor lidstaten die dat willen.
Uw Kamer heeft een afschrift van deze brief ontvangen2. De Commissie heeft gevolg gegeven aan deze oproep door over deze onderwerpen op
operationeel niveau met de facto autoriteiten te spreken. De gesprekken in Brussel
waren een voortzetting hierop.
Vraag 5
Klopt het dat de gesprekken als doel hebben om mensen met de Afghaanse nationaliteit
waaronder asielzoekers in Europa terug te sturen naar Afghanistan? Zo ja, over welke
doelgroep gaat het?
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Ziet u Afghanistan als een veilig en vrij land, specifiek voor bijvoorbeeld vrouwen
en meisjes en mensen die in het verleden kritiek hebben geuit op de Taliban?
Antwoord 6
De situatie in Afghanistan is onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen
en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden.
In het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is rekening gehouden met de zeer
kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.
Vraag 7 en 8
Als er Afghaanse asielzoekers terug zouden worden gestuurd naar Afghanistan, kunt
u dan zeker weten dat zij daar geen gevaar zullen lopen zoals verplicht onder het
non-refoulement principe? Zo ja, hoe?
Is het terugsturen van Afghaanse vrouwen en meisjes naar een land waar zij zeer onderdrukt
leven niet überhaupt onethisch?
Antwoord 7 en 8
Zoals ook benadrukt in antwoord op vraag 6, is de situatie in Afghanistan onverminderd
ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande
beperkingen van hun rechten en vrijheden. Het niet naleven van deze leefregels kan
voor vrouwen en meisjes verstrekkende gevolgen hebben voor hun veiligheid, bewegingsvrijheid,
toegang tot onderwijs, werk en maatschappelijke participatie.
In de systematiek van het tot stand komen van landgebonden asielbeleid wordt er op
basis van de informatie uit het door Buitenlandse Zaken gepubliceerde ambtsbericht
gekeken welke (groepen) personen risico lopen op vervolging of ernstige schade. Een
geüpdatet versie van het landgebonden asielbeleid is 28 mei jl. met uw Kamer gedeeld.
Wanneer daarvan sprake is, verzet het beginsel van non-refoulement zich tegen afwijzing
van de asielaanvraag. Afhankelijk van de mate van vervolging kan er worden geoordeeld
dat er sprake is van groepsvervolging of kan een risicoprofiel worden aangewezen.
Uiteindelijk gaat het om een individuele beoordeling waarbij geldt dat ook personen
die niet onder groepsvervolging vallen of niet zijn aangemerkt als risicoprofiel nog
steeds in aanmerking kunnen komen voor bescherming. In het landgebonden asielbeleid
voor Afghanistan is rekening gehouden met de zeer kwetsbare positie van vrouwen en
meisjes.
Momenteel leidt die individuele beoordeling bij Afghaanse vrouwen en meisjes in vrijwel
alle gevallen tot vergunningverlening. Nederland blijft zich in EU- en VN-verband
inzetten voor het beschermen van mensenrechten, en roept in deze gremia de Taliban
op om mensenrechten te beschermen, in het bijzonder de rechten van vrouwen en meisjes,
te respecteren in overeenstemming met internationale verdragsverplichtingen.
Vraag 9
Ziet u de Taliban als een normale gesprekspartner?
Antwoord 9
Nederland erkent het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoordiging van de
Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de
orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten
in Afghanistan. De gesprekken in Brussel passen in dit kader.
Vraag 10
Bent u van mening dat een dergelijke bijeenkomst een stap zet in de richting van het
erkennen van het Talibanregime? Acht u dat wenselijk? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Nee, het onderhouden van minimale operationele contacten is geen stap richting erkenning
van het Taliban regime. Het kabinet steunt het initiatief van de Europese Commissie
en gelooft dat er middels het operationele EU spoor mogelijk een handelingsperspectief
is om terugkeer naar Afghanistan vanuit EU lidstaten te bevorderen. Erkenning van
het Taliban regime is niet aan de orde.
Vraag 11
Kunt u deze vragen voor het eerstvolgende commissiedebat op 27 mei a.s. over de JBZ-Raad
beantwoorden?
Antwoord 11
Nee.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Mede namens
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.