Schriftelijke vragen : Het bericht OM vervolgt Tata Steel strafrechtelijk voor opzettelijk vervuilen
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht OM vervolgt Tata Steel strafrechtelijk voor opzettelijk vervuilen (ingezonden 9 juli 2026).
Vraag 1
Was u voorafgaand aan de publicatie van het bericht «OM vervolgt Tata Steel strafrechtelijk
voor opzettelijk vervuilen» op de hoogte van het besluit van het Openbaar Ministerie
(OM) om Tata Steel strafrechtelijk te vervolgen voor het opzettelijk uitstoten van
stoffen die gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid?1 Zo ja, sinds wanneer, en heeft Tata Steel Nederland u hierover geïnformeerd, vergelijkbaar
met de wijze waarop het bedrijf u informeerde over het CCI-onderzoek in India, zoals
beschreven in uw antwoord van 2 februari 2026 op vraag 6?
Vraag 2
Wat is uw reactie op de constatering van het OM dat Tata Steel de fabrieken slecht
onderhoudt, soms zonder de juiste vergunning werkt en incidenten onder de pet houdt?
Verandert dit uw eerdere oordeel, zoals verwoord in uw antwoord van 2 februari 2026
op vraag 9, dat het niet aan het kabinet is om een oordeel te vormen over de betrouwbaarheid
van Tata Steel als partner?
Vraag 3
Zijn er voor het besluit van het OM al eerder signalen ontvangen bij ministeries waaruit
een vermoeden bleek dat Tata opzettelijk stoffen in de bodem, de lucht of het oppervlaktewater
heeft gebracht of laten brengen met een mogelijk gevaar voor de gezondheid van mensen?
Vraag 4
Is dit besluit van het OM reden voor het kabinet om meetgegevens inzake Tata Steel
toegankelijk te maken voor onafhankelijke analyses waar dat nog niet gebeurt om zo
het vertrouwen in de gegevens en conclusies te versterken?
Vraag 5
In hoeverre is deze strafrechtelijke vervolging voor u aanleiding om de onderhandelingen
over de definitieve maatwerkafspraak, die volgens planning uiterlijk eind september
2026 moeten zijn afgerond, op te schorten totdat er meer duidelijkheid is over de
uitkomst van de strafzaak?
Vraag 6
Bent u van mening dat er maatwerkafspraken gemaakt kunnen worden als er zulke zware
beschuldigingen na meerjarig onderzoek door het OM boven Tata Steel hangen? Zo ja,
kunt u dat uitleggen?
Vraag 7
Deelt u de mening dat een strafrechtelijke vervolging wegens opzettelijke vervuiling
een zwaardere aanwijzing is voor structureel niet-naleven van wet- en regelgeving
dan de bestuursrechtelijke boetes die Tata Steel dit jaar al kreeg opgelegd, waarbij
voor één kooksfabriek de maximale dwangsom van ruim 17 miljoen euro al is bereikt?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Welke consequenties heeft deze strafzaak, en de inhoud daarvan, voor de beoordeling
of Tata Steel Nederland in aanmerking komt voor circa 2 miljard euro aan overheidssteun,
gelet op de eis die u noemde in uw antwoord van 26 maart 2026 op vraag 6, dat er voldoende
waarborgen moeten zijn dat subsidie daadwerkelijk bijdraagt aan het behalen van de
gezondheids- en klimaatdoelen?
Vraag 9
Kunt u garanderen dat er geen maatwerkafspraak met Tata Steel wordt afgesloten voordat
er een vonnis is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Kunt u garanderen dat er geen maatwerkafspraak met Tata Steel wordt gemaakt indien
de (voormalige) bestuurders van Tata Steel ook in persoon zullen worden gedagvaard
door het OM?
Vraag 11
Bent u, gezien deze ontwikkeling van vervolging van Tata Steel door het OM, alsnog
bereid de Joint Letter of Intent (JLoI) op te schorten of te heroverwegen, in aanvulling
op uw antwoord van 2 februari 2026 op vraag 10, waarin u aangaf op dat moment geen
aanleiding te zien de JLoI te beëindigen?
Vraag 12
Bent u bekend met het feit dat het OM tevens onderzoekt of leidinggevenden van Tata
Steel persoonlijk vervolgd zullen worden? Bent u bereid de Kamer hierover te informeren
zodra hier meer duidelijkheid over is? Welke betekenis heeft een eventuele persoonlijke
vervolging van leidinggevenden volgens u voor de bestuurlijke relatie en de lopende
onderhandelingen met het bedrijf?
Vraag 13
Waarom schrijft u in de brief van 8 juli 2026 dat het kabinet na het publiek bekend
worden van het dagvaarden van Tata Steel door het OM «geen onomkeerbare stappen zal
zetten in het maatwerktraject», terwijl u op basis van de intentieovereenkomst van
september 2025 met Tata Steel zich nu ook direct had kunnen terugtrekken bij een strafrechtelijk
onderzoek «dat ernstige zorgen doet ontstaan bij de Staat over het aangaan van de
maatwerkafspraak»?
Vraag 14
Wat is de stand van zaken in de onderhandelingen tussen de overheid en Tata Steel
met betrekking tot het eerder sluiten van kooksfabriek 1 en 2?
Vraag 15
Wat is uw visie op het sluiten van kooksfabrieken 1 en 2 om gezondheidsredenen, en
stuurt u aan op sluiting van beide kooksfabrieken in 2027?
Vraag 16
Bent u van oordeel dat er geen definitieve en onvoorwaardelijke maatwerkafspraken
gemaakt kunnen worden zolang de Milieueffectrapportage (MER) en de Gezondheidseffectrapportage
(GER) niet beschikbaar zijn?
Vraag 17
Bent u bereid om, in afwachting van de resultaten van de GER, tenminste aanvullende
afspraken op te nemen in de maatwerkafspraken om te zorgen dat gezondheidswinst daadwerkelijk
geborgd wordt? Zo nee, waarom niet?
Vraag 18
Neemt u het advies van de Expertgroep inzake betere monitoring van de gezondheidseffecten
en een betere koppeling daarvan aan de GER over in de maatwerkafspraken? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 19
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de geldende termijn van drie weken beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Laurens Dassen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.