Schriftelijke vragen : Het publiceren van tien gemeenten op trede 3 van de interventieladder met betrekking tot de Spreidingswet
Vragen van het lid Ceulemans (JA21) aan de minister van Asiel en Migratie over het publiceren van tien gemeenten op trede 3 van de interventieladder met betrekking tot de Spreidingswet (ingezonden 8 juli 2026).
Vraag 1
Op grond waarvan zijn specifiek deze tien gemeenten nu op trede 3 van de interventieladder
binnen het interbestuurlijk toezicht geplaatst?
Vraag 2
Waarin wijken deze gemeenten af van andere gemeenten die eveneens op 9 april jl. een
brief (en op 26 mei jl. een vervolgbrief) van u hebben gehad over interbestuurlijk
toezicht naar aanleiding van het verdeelbesluit inzake de eerste cyclus van de Spreidingswet?
Vraag 3
Hoeveel gemeenten verwacht u nog meer op trede 3 te gaan plaatsen en op welke termijn?
Kunt u het proces schetsen dat hieraan ten grondslag ligt?
Vraag 4
Op grond waarvan wordt bepaald of bij gemeenten sprake is van «voldoende voortgang»
om plaatsing op trede 3 te voorkomen, zoals o.a. in de vervolgbrief interbestuurlijk
toezicht van 26 mei jl. wordt vermeld? Kunt u dit zo concreet mogelijk toelichten?
Vraag 5
Klopt het dat u heeft aangegeven van de nu aangewezen gemeenten «nul op rekest» heeft
gekregen naar aanleiding van uw brief van 9 april jl.? Zo ja, wat is uw reactie op
het feit dat in ieder geval de gemeente Beverwijk aangeeft wel degelijk een bestuurlijke
reactie op deze brief te hebben gegeven en daarop ook een reactie van het ministerie
teruggekregen te hebben?1
Vraag 6
Klopt het tevens dat één of meerdere van deze gemeenten de plaatsing op trede 3 uit
de media moest(en) vernemen? Zo ja, vindt u dit een gepaste manier om met gemeenten
om te gaan?
Vraag 7
Bent u bereid deze verdere escalatie binnen een operatie waar toch al geen maatschappelijk
draagvlak voor bestaat te staken? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Simon Ceulemans, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.