Schriftelijke vragen : Het bericht ‘’ME-commandant Amsterdam over vrij spel Marokko-fans en niet ingrijpen van politie: ‘Als je gaat handhaven op kleine vergrijpen, wordt het oorlog’’
Vragen van het lid Keijzer (Lid Keijzer) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «ME-commandant Amsterdam over vrij spel Marokko-fans en niet ingrijpen van politie: «Als je gaat handhaven op kleine vergrijpen, wordt het oorlog»» (ingezonden 8 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «ME-commandant Amsterdam over vrij spel Marokko-fans
en niet ingrijpen van politie: «Als je gaat handhaven op kleine vergrijpen, wordt
het oorlog»»?1
Vraag 2
Klopt het dat de Amsterdamse politie tijdens en na de wedstrijd Marokko-Canada bewust
heeft afgezien van direct optreden tegen personen die met zwaar vuurwerk gooiden,
gevaarlijk rijgedrag vertoonden, verkeersregels overtraden, agenten provoceerden en
de openbare orde verstoorden?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de ME-commandant, dat handhaving bij dergelijke
overtredingen kan leiden tot «oorlog»?
Vraag 4
Vindt u het acceptabel dat overtredingen feitelijk worden gedoogd, omdat de politie
verwacht dat handhaving tot rellen, vernielingen of brandstichting kan leiden? Zo
ja, waarom? Zo nee, welke consequenties verbindt u hieraan?
Vraag 5
Deelt u de mening dat in een rechtsstaat de bereidheid van relschoppers om geweld
te gebruiken nooit een reden mag zijn om af te zien van handhaving van de wet?
Vraag 6
Hoe verhoudt de geschetste handelwijze zich tot het uitgangspunt dat de overheid het
geweldsmonopolie bezit en de openbare orde dient te handhaven?
Vraag 7
Op basis van welke criteria wordt besloten om overtredingen wel of niet te handhaven
tijdens dergelijke bijeenkomsten?
Vraag 8
Bestaan er (landelijke) richtlijnen of instructies die het bewust niet-optreden tegen
strafbare feiten toestaan om escalatie te voorkomen? Zo ja, kunt u deze met de Kamer
delen?
Vraag 9
Klopt het dat politiemensen hebben aangegeven zich onveilig te voelen en soms niet
durven op te treden, omdat zij onvoldoende mogelijkheden krijgen om hun taak uit te
voeren? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?
Vraag 10
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de commandant dat agenten «moe worden van hoe het
op straat eraan toegaat» en dat sommige agenten inmiddels gewend zijn geraakt aan
dit soort gedrag?
Vraag 11
Welke maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat toekomstige ordeverstoringen
niet worden beantwoord met gedogen, maar met zichtbaar en effectief optreden?
Vraag 12
Welke boodschap denkt u dat uitgaat naar goedwillende burgers wanneer zij zien dat
overtreders ongestoord vuurwerk kunnen afsteken, gevaarlijk kunnen rijden, politie
kunnen intimideren en verkeersregels kunnen negeren, terwijl handhaving achterwege
blijft omdat anders «oorlog» zou ontstaan?
Vraag 13
Deelt u de mening dat dit het gezag van de overheid ernstig ondermijnt?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.