Schriftelijke vragen : Het VN-rapport inzake mogelijke genocide en doelbewust geweld tegen Palestijnse kinderen in Gaza
Vragen van de leden Van der Werf en Bamenga (beiden D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het VN-rapport inzake mogelijke genocide en doelbewust geweld tegen Palestijnse kinderen in Gaza (ingezonden 7 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het recente rapport van de onafhankelijke VN-onderzoekscommissie,
waarin wordt geconcludeerd dat Israël zich schuldig maakt aan genocidale handelingen
in Gaza en dat Palestijnse kinderen doelbewust zijn gedood en verwond door militair
geweld?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt het kabinet de conclusie van de VN-commissie dat sprake is van een
patroon waarbij Palestijnse kinderen worden gedood, verwond en beroofd van hun toekomst
door aanvallen op kinderen, scholen, weeshuizen en medische voorzieningen?
Vraag 3
Herkent het kabinet zich in de conclusie van de VN-onderzoekscommissie dat Israëlische
strijdkrachten Palestijnse kinderen in Gaza doelbewust doden en verwonden, wat onder
meer blijkt uit terugkerende gevallen van enkelvoudige schotwonden aan hoofd of borst?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Welke juridische gevolgen verbindt het kabinet aan deze bevindingen, in het bijzonder
in het licht van de Nederlandse verplichting om genocide te voorkomen en het internationaal
humanitair recht te doen eerbiedigen?
Vraag 5
Welke consequenties verbindt het kabinet aan de ernstige bevindingen van de VN-commissie
voor de Nederlandse relatie met de Israëlische regering?
Vraag 6
Welke stappen zet Nederland om te voorkomen dat Nederlandse goederen, technologie,
dual-usegoederen, militaire onderdelen of doorvoer via Nederland bijdragen aan mogelijke
oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid of genocidale handelingen?
Vraag 7
Is het kabinet bereid in EU-verband te pleiten voor aanvullende maatregelen, waaronder
gerichte sancties tegen verantwoordelijke Israëlische bewindspersonen en militairen
en herziening van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Welke inzet pleegt Nederland binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties om onafhankelijke
onderzoeken naar oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid en mogelijke genocide
in Gaza te ondersteunen?
Vraag 9
Op welke wijze garandeert Nederland het onafhankelijk en onbelemmerd functioneren
van het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en andere bevoegde
rechtsorganen om verantwoordelijken voor ernstige internationale misdrijven ter verantwoording
te roepen?
Vraag 10
Wat gaat het kabinet doen met de aanbevelingen van deze VN-commissie?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Indiener
Hanneke van der Werf, Kamerlid -
Medeindiener
Mpanzu Bamenga, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.