Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over authentieke en inauthentieke social media accounts
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over authentieke en inauthentieke social media accounts (ingezonden 8 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 6 juli 2026).
Vraag 1
Hoe wordt het onderscheid tussen «authentiek» en «inauthentiek» gedrag op sociale
media gemaakt?
Antwoord 1
Voor «authentiek» en «inauthentiek» gedrag op socialemediadiensten zijn geen eenduidig
afgebakende begrippen. In artikel 34 en overweging 55 en 84 van de Europese digitaledienstenverordening
(DSA) wordt wel verwezen naar de term «niet-authentiek gebruik». Die omschrijving
biedt aanknopingspunten om dergelijk gebruik te onderscheiden van authentiek gebruik.
Daaruit valt af te leiden dat bij niet-authentiek gebruik bijvoorbeeld gedacht kan
worden aan het aanmaken van nepaccounts, het gebruik van bots, of andere bedrieglijke
vormen van gebruik van de dienst. Artikel 34 van de DSA verwijst ook naar geautomatiseerde
exploitatie van de dienst en de versterking en mogelijk snelle en wijde verspreiding
van illegale inhoud en van informatie die niet verenigbaar is met de algemene voorwaarden
van de dienst.
Vraag 2
Worden er accounts als «inauthentiek» geïdentificeerd?
Antwoord 2
De overheid identificeert niet welke accounts niet-authentiek zijn. Die verantwoordelijkheid
ligt op grond van de DSA bij aanbieders van zeer grote online platforms en zoekmachines.
Zij zijn op grond van artikel 34 DSA verplicht een risicobeoordeling uit te voeren
van het ontwerp en de werking van hun dienst, waarbij zij zogenaamde systeemrisico's
identificeren en vervolgens beperken. Bij deze risicobeoordeling dienen zij rekening
te houden met de manier waarop risico's worden beïnvloed door opzettelijke manipulatie
van hun dienst, waaronder niet-authentiek gebruik. Daarnaast zijn zij op grond van
artikel 37 DSA verplicht jaarlijks een onafhankelijke audit te laten uitvoeren om
te controleren of de verplichtingen rond systeemrisicobeheer voldoende worden nageleefd.
De Europese Commissie houdt toezicht op de naleving van deze verplichtingen.
Vraag 3
Als dat zo is, welke maatregelen worden vervolgens concreet tegen deze «authentieke
accounts» genomen?
Antwoord 3
Er worden geen maatregelen tegen authentieke accounts genomen door de overheid. Wel
kunnen online diensten maatregelen nemen tegen accounts die hun gebruikersvoorwaarden
schenden.
Indien niet-authentiek gebruik van online diensten leidt tot systeemrisico’s voor
de maatschappij, dienen aanbieders van zeer grote online platforms en zoekmachines
met meer dan 45 miljoen actieve gebruikers mitigerende maatregelen te treffen. Deze
maatregelen kunnen onder meer het aanpassen van het ontwerp, de kenmerken of de werking
van hun diensten omvatten, met inbegrip van hun online-interfaces, het testen en aanpassen
van hun algoritmische systemen en/of het aanpassen van inhoudsmoderatieprocedures.
Artikel 35 DSA noemt verder het markeren van gegenereerd of gemanipuleerd beeld-,
audio- of videomateriaal als voorbeeld van een mitigerende maatregel. De Europese
Commissie houdt toezicht op de naleving van de verplichtingen voor zeer grote online
platforms en zoekmachines. In geval van niet-naleving kunnen bijvoorbeeld boetes worden
opgelegd ter hoogte van 6% van de jaarlijkse omzet.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.