Schriftelijke vragen : De opening van de Renaissanceschool in Almere
Vragen van het lid Rooderkerk (D66) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de opening van de Renaissanceschool in Almere (ingezonden 6 juli 2026).
Vraag 1
Klopt het dat de Renaissanceschool in Almere rijksbekostiging ontvangt? Per welke
datum is deze bekostiging toegekend en kan het advies van de Inspectie van het Onderwijs
(onderwijsinspectie) als bijlage worden meegestuurd?
Vraag 2
Welke rechtspersoon is het bevoegd gezag van de Renaissanceschool? Wie zijn de bestuurders
en toezichthouders, en welke andere organisaties zijn formeel of feitelijk bij deze
school betrokken?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het onacceptabel is dat een school aparte leertrajecten aanbiedt
voor jongens en meisjes op basis van «de biologische verschillen tussen de seksen»
en daarbij stelt dat individuele verschillen in aanleg en geslacht «fundamenteel en
onveranderlijk» zijn?
Vraag 4
Hoe verhoudt het aanbieden van aparte leertrajecten zich tot de Algemene wet gelijke
behandeling en sociale veiligheidsverplichting uit artikel 8, lid 3a, Wet op het primair
onderwijs?
Vraag 5
Is het huidige toezichtkader voldoende toegerust om in te grijpen wanneer scholen
leerlingen op basis van geslacht structureel verschillend behandelen of verschillende
leertrajecten aanbieden?
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat een school leerlingen moet leren kritisch te denken op basis
van feiten en wetenschap, en dat het wegzetten van wetenschappelijke consensus als
«falsifieerbare hypothesen» in de levensovertuiging van de school hiermee op gespannen
voet staat?
Vraag 7
Hoe verhoudt de publieke bekostiging van een school die door een politieke partij
expliciet als «onze eigen school» en als onderdeel van de eigen «zuil» wordt gepresenteerd,
zich tot de vereiste van algemeen maatschappelijk nut die ten grondslag ligt aan de
bekostigingssystematiek?
Vraag 8
Hoe wenselijk acht u het dat een politieke partij of politieke beweging een eigen
school opricht?
Vraag 9
Deelt u de mening dat het gebruik van rijksbekostiging voor het opbouwen van de politieke
infrastructuur van een partij een ongeoorloofd doel is dat haaks staat op de publieke
functie van onderwijs?
Vraag 10
Hoe waarborgt u dat leerlingen leren omgaan met verschillende opvattingen en niet
worden opgevoed binnen de ideologische wereld van één politieke partij?
Vraag 11
Welke wettelijke waarborgen bestaan er op dit moment om te voorkomen dat een bekostigde
school feitelijk functioneert als verlengstuk van een politieke partij of politieke
beweging?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat artikel 23 van de Grondwet ruimte biedt voor scholen met
een eigen richting, maar geen vrijbrief is voor discriminatie, uitsluiting, antidemocratische
vorming of partijpolitieke indoctrinatie?
Vraag 13
Hoe beoordeelt u de opening van de school in het kader van de burgerschapsopdracht?
Acht u de het huidige toetsingskader van de onderwijsinspectie voldoende toereikend?
Vraag 14
Bent u bereid, indien blijkt dat deze praktijk binnen het huidige toezichtkader onvoldoende
kan worden aangepakt, te onderzoeken of het toezichtkader of de wet ten aanzien van
de oprichting van nieuwe scholen moet worden aangescherpt?
Vraag 15
Klopt het dat dit de eerste school is die via een marktonderzoek is opgericht en welk
bureau heeft dit onderzoek uitgevoerd? Kan het marktonderzoek meegestuurd worden?
Vraag 16
Hoe beoordeelt u dat via een marktonderzoek de oprichting van de school wordt mogelijk
gemaakt, terwijl het eerder niet gelukt is ondanks flinke campagnes de benodigde verklaringen
te verzamelen en gezien het geringe aantal aanmeldingen?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Kisteman (VVD),
ingezonden 25 juni 2026 (vraagnummer 2026Z14593)
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Ilana Rooderkerk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.