Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Leijen en Klos over het bericht ‘Isolatiebedrijven in nood’
Vragen van de leden Van Leijen en Klos (beiden D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Isolatiebedrijven in nood» (ingezonden 15 juni 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 3 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Isolatiebedrijven in nood» van de Telegraaf1 en «Isolatiebedrijven in zwaar weer» van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie
(NVDE)?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u de signalen uit de isolatiesector over de gevolgen van versnipperd lokaal,
regionaal en nationaal beleid?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Herkent u tevens signalen over de gevolgen van de uit 2 augustus 2023 stammende uitspraak
van de Raad van State inzake toepassing van de Wet natuurbescherming, en de zorgplicht?
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Wat zijn volgens u de gevolgen van de delegatie van de voor het Nationaal Isolatieprogramma
beschikbare subsidies naar gemeentelijk niveau op de voortgang van het Nationaal Isolatieoffensief?
Antwoord 4
Versnelde isolatie van woningen is voor mij een zeer belangrijke inzet. Met de middelen
uit het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) die beschikbaar zijn op gemeentelijk niveau
kan er gericht ondersteuning worden gegeven, tot achter de voordeur. Het gaat in totaal
om 1,6 miljard euro, waarmee 750.000 koopwoningen en woningen in gemengde Verenigingen
van Eigenaars (VvE’s) van huishoudens die extra ondersteuning nodig hebben worden
geïsoleerd.
Gerichte, pro-actieve ondersteuning is voor veel doelgroepen met energiearmoede of
een risico daarop van belang om tot verduurzamingsmaatregelen te komen en de energierekening
omlaag te brengen.
Gemeenten weten het beste wat er in de wijk speelt en kunnen hun isolatieaanpak zo
vormgeven dat de juiste ondersteuning geboden wordt die nodig is voor de bewoners.
De ondersteuning gaat dan ook verder dan alleen subsidie en behelst ook advies en
ondersteuning in het proces. Zo is er in de lokale isolatieaanpak 120.000 keer een
energieadvies afgegeven, 6.000 keer financieel advies gegeven en is 13.000 keer ondersteund
bij het aanvragen van landelijke subsidies.
Er zijn gemeenten die zo al bijna hun volledige isolatieopgave hebben voltooid3, maar er zijn ook gemeenten waar de aanpak minder snel op gang komt en versnelling
nodig is. Via het Nationaal Isolatieoffensief, waar ik bij het antwoord op vraag 8
verder op in ga, zetten we in op versnelling in de wijken die achterlopen en waar
de urgentie het grootst is.
Vraag 5
Welke impact heeft de maximering van prijzen, zoals vastgelegd in de maatregelencatalogus
binnen het programma Nij Begun op de mogelijkheid om maatwerk te leveren dat nodig
is in verschillende situaties?
Antwoord 5
Binnen de isolatieaanpak van Nij Begun is ervoor gekozen om het beproefde model van
de Nationaal Coördinator Groningen bij de versterking toe te passen en een maatregelencatalogus
op te stellen met een prijzenoverzicht van alle isolatie- en ventilatiemaatregelen.
Al meer dan 1.000 bedrijven in de regio en daarbuiten hebben zich bij het bedrijvennetwerk
van de isolatieaanpak aangesloten en zich aan deze maatregelencatalogus gecommitteerd.
Het doel is om er voor te zorgen dat uniforme prijzen gehanteerd worden en verschillen
tussen woningeigenaren in de kosten van maatregelen en de uitvoering voorkomen worden.
De prijzen uit de catalogus worden in nauwe samenwerking vastgesteld met verschillende
belanghebbenden zoals (vertegenwoordigers van) marktpartijen. De verschillende partijen
praten en denken mee over de prijzen. Zo hanteren we voor de verschillende maatregelen
marktconforme prijzen.
Binnen de isolatieaanpak is het mogelijk om via de maatregelencatalogus maatwerk te
leveren als dat nodig is. Er zijn verschillende categorieën, zoals de bijkomende kosten
welke afhankelijk zijn van de situatie. Dit is bijvoorbeeld het plaatsen van een steiger
maar ook het natuurvriendelijk werken als er spouwmuurisolatie toegepast wordt. Daarnaast
is maatwerk via een offerte mogelijk als dit noodzakelijk is om de isolatie- of ventilatiemaatregel
uit te voeren en de kosten niet onder de reguliere bijkomende kosten uit de maatregelencatalogus
vallen. Het is en blijft dus altijd mogelijk om maatwerk te leveren.
Vraag 6
Wat is de huidige stand van zaken in de uitvoering van de doelstelling om tot 2030
2,5 miljoen woningen te verduurzamen?
Antwoord 6
Via het NIP zijn al veel huishoudens geholpen aan een lagere energierekening dankzij
isolatiemaatregelen. Een grove inschatting is dat op dit moment circa 800.000 woningen
van de 2,5 miljoen woningen zijn geïsoleerd in het Nationaal Isolatieprogramma.
Met de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) en de Subsidieregeling
verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) zijn sinds 2022 t/m nu in circa
550.000 woningen isolatiemaatregelen toegepast. Ruim 80.000 woningen zijn via gemeenten
geholpen met isoleren. Omdat de subsidies uit de lokale aanpak en de landelijke subsidies
kunnen worden gecombineerd zal er overlap tussen deze cijfers zitten. Hoeveel unieke
woningen precies zijn geïsoleerd, is na de zomer bekend, wanneer de gegevens over
de lokale aanpak zijn opgenomen in het dashboard energiesubsidies woningen van het
CBS4.
Voor de huursector is geen volledig beeld beschikbaar van het aantal woningen dat
is geïsoleerd sinds de start van het NIP in 2022. Wel blijkt uit de jaarlijkse benchmark
van Aedes dat tussen medio 2023 en medio 2025 er 331.000 isolatiemaatregelen zijn
genomen in de corporatiesector.5 Op energielabelniveau zien we ook dat corporaties goed op weg zijn: het aantal EFG
labels bij corporaties is tussen 2022 en 2025 gedaald van ca 247.000 tot 115.000.
Voor de private huursector ontbreekt een vergelijkbare registratie van uitgevoerde
maatregelen. We baseren ons daarom op de energielabels. ABF heeft tweemaal een onderzoek
gedaan naar de stand van zaken van de energielabels in de private huursector. We zien
daarin dat het aantal huurwoningen met een EFG-label is gedaald van circa 292.000
in 2023 naar circa 244.000 in 2025. Volgens ABF zal het aantal private huurwoningen
met een E-, F- of G-label richting 2029 naar verwachting met circa 202.000 afnemen.
Daarmee is de verwachting dat het grootste deel van de huidige EFG-opgave in de private
huursector de komende jaren wordt uitgefaseerd.
Vraag 7
Acht u aanvullende maatregelen noodzakelijk om deze doelstelling te halen?
Antwoord 7
Ja, versnelling blijft nodig om het doel van 2,5 miljoen woningen van het NIP voor
2031 te behalen. Met name in wijken waar de urgentie het grootst is, is versnelling
het meest belangrijk. Via het recent aangekondigde isolatieoffensief wil ik deze versnelling
creëren.
Vraag 8
Zo ja, welke maatregelen overweegt u?
Antwoord 8
Met het Nationaal Isolatieoffensief zet ik in op versnelling van de isolatieaanpak,
zoals aangekondigd in mijn brief van 22 juni 20266. Met onder andere standaardisatie en toepassing van geleerde lessen, een versnellingsteam
voor wijken die achterlopen en extra inzet in de NPLV-wijken pakken we door in de
isolatieaanpak en zetten we een belangrijke stap van leren en ontdekken, naar concluderen
en toepassen.
Om meer eenduidigheid en handelingsperspectief te creëren rond natuurvriendelijk isoleren
werkt het Rijk samen met het IPO, de provincies, de VNG, soortenorganisaties en de
isolatiebranche aan een landelijke, tijdelijke gedragscode als overbrugging naar de
Soorten Management Plannen (SMP’s), zoals aangegeven in de brief. De gedragscode geeft
vrijstelling van de vergunningplicht bij een positieve eDNA-test voor de twee meest
voorkomende vleermuissoorten indien wordt voldaan aan de voorwaarden van de gedragscode.
Bij een negatieve eDNA-test kan spouwmuurisolatie direct plaatsvinden. Het Rijk zet
zich in om de nieuwe gedragscode dit jaar nog te consulteren.
Vraag 9
Ziet u daarbij kansen voor het uniformeren van voorwaarden voor subsidieverstrekking
binnen het Nationaal Isolatieprogramma?
Antwoord 9
Ja. Via het eerste spoor van het isolatieoffensief wordt onder andere ingezet op standaardisatie
waar dat de isolatieopgave kan helpen versnellen. Met het Energiehuis zorgen we voor
uniforme ondersteuning en een centraal punt voor de verduurzaming, ook op de langere
termijn.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.