Schriftelijke vragen : Het verplaatsen van de zorgtaken van het VUmc naar het AMC.
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat de Gezondheidsraad wil dat de overheid alcoholgebruik verder ontmoedigt en denormaliseert (ingezonden 3 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Gaat alcohol het roken achterna? Gezondheidsraad wil
dat overheid ingrijpt» van de NOS en het advies van de Gezondheidsraad dat alcoholgebruik
verder moet worden ontmoedigd en «minder normaal» moet worden gemaakt?
Vraag 2
Deelt u de mening dat er een principieel verschil bestaat tussen het informeren van
burgers over gezondheidsrisico’s enerzijds en het actief sturen, ontmoedigen en denormaliseren
van legaal gedrag van volwassen burgers anderzijds?
Vraag 3
Waar ligt volgens u de grens tussen volksgezondheidsbeleid en staatsbemoeienis met
de persoonlijke levenssfeer van volwassen Nederlanders?
Vraag 4
Erkent u dat alcoholgebruik, net als bijvoorbeeld suikerconsumptie, vleesconsumptie,
autorijden, wintersport, zonnen, festivals, vuurwerk, barbecueën of andere vormen
van levensgenot, nooit volledig risicovrij is, maar dat dit op zichzelf nog geen vrijbrief
vormt voor steeds verdergaande overheidsinmenging?
Vraag 5
Deelt u de zorgen dat in het preventiebeleid steeds vaker een beleidscultuur ontstaat
waarin niet langer uitsluitend excessen of misstanden worden bestreden, maar waarin
de overheid normaal, legaal en maatschappelijk ingebed gedrag van burgers actief probeert
te ontmoedigen?
Vraag 6
Bent u van mening dat het de taak van de overheid is om alcoholgebruik als zodanig
«minder normaal» te maken? Zo ja, op basis van welke democratische opdracht meent
u dat de overheid het mandaat heeft om diepgewortelde sociale gebruiken en culturele
tradities te denormaliseren?
Vraag 7
Hoe verhoudt het pleidooi om alcoholgebruik te denormaliseren zich tot de eigen verantwoordelijkheid
van volwassen burgers?
Vraag 8
Acht u het wenselijk dat de overheid zich ontwikkelt tot een instantie die niet alleen
waarschuwt voor gezondheidsrisico’s, maar ook actief bepaalt welke vormen van ontspanning,
genot en sociaal gedrag maatschappelijk nog als normaal mogen gelden?
Vraag 9
Kunt u garanderen dat het kabinet geen beleid zal voeren dat erop gericht is om gematigd
alcoholgebruik door volwassenen maatschappelijk te stigmatiseren?
Vraag 10
Kunt u aangeven of het kabinet voornemens is om de aanbevelingen van de Gezondheidsraad
over te nemen, zoals het duurder maken van alcohol, het beperken van verkooppunten,
het beperken van reclame, neutrale verpakkingen of gezondheidswaarschuwingen?
Vraag 11
Kunt u per genoemde maatregel aangeven welke concrete beleidsopties het kabinet overweegt,
welke maatregelen het kabinet uitsluit en op welke termijn de Kamer hierover wordt
geïnformeerd?
Vraag 12
Erkent u dat «niet risicovrij» iets anders is dan «onaanvaardbaar», en dat vrijwel
geen enkele menselijke activiteit volledig risicovrij is – aangezien de Gezondheidsraad
stelt dat er geen veilige ondergrens is voor alcoholgebruik en dat ook één glas per
dag risicovol is?
Vraag 13
Bent u bereid in toekomstige communicatie over alcoholgebruik helder onderscheid te
maken tussen zwaar of problematisch alcoholgebruik enerzijds en incidenteel of gematigd
alcoholgebruik door volwassenen anderzijds?
Vraag 14
Acht u het proportioneel om maatregelen te nemen die alle volwassen Nederlanders raken,
terwijl de grootste maatschappelijke problemen samenhangen met problematisch gebruik,
verkeersdeelname onder invloed, geweld, verslaving of overmatig drinken?
Vraag 15
Klopt het dat het Nationaal Preventieakkoord zich oorspronkelijk vooral richtte op
problematisch alcoholgebruik? Zo ja, erkent u dat het huidige advies van de Gezondheidsraad
een verschuiving betekent van het bestrijden van problematisch gebruik naar het ontmoedigen
van alcoholgebruik als zodanig?
Vraag 16
Deelt u de mening dat beleid tegen problematisch alcoholgebruik iets wezenlijk anders
is dan beleid dat erop gericht is om alcoholgebruik in brede zin uit het normale maatschappelijke
leven terug te dringen?
Vraag 17
Bent u bereid om in uw reactie op het advies expliciet in te gaan op de gevolgen voor
horeca, slijterijen, supermarkten, brouwerijen, wijnhandelaren, evenementen, sportverenigingen
en lokale gemeenschappen?
Vraag 18
Is onderzocht wat de economische gevolgen zijn van hogere accijnzen, verkoopbeperkingen,
reclameverboden of neutrale verpakkingen voor Nederlandse ondernemers? Zo nee, bent
u bereid dit eerst te laten onderzoeken voordat nieuwe maatregelen worden overwogen?
Vraag 19
Bent u bereid om bij iedere voorgenomen maatregel niet alleen gezondheidseffecten,
maar ook effecten op vrijheid, ondernemerschap, regeldruk, uitvoerbaarheid, handhaving
en sociale cultuur in kaart te brengen?
Vraag 20
Erkent u dat prijsverhogingen via accijnzen relatief zwaar kunnen neerslaan bij mensen
met lagere inkomens, terwijl het gedragseffect onzeker kan zijn?
Vraag 21
Bent u bereid om af te zien van verdere accijnsverhogingen op alcohol zolang niet
overtuigend is aangetoond dat zulke verhogingen daadwerkelijk leiden tot minder problematisch
gebruik in plaats van vooral tot lastenverzwaring, grenseffecten en ontwijkgedrag?
Vraag 22
Hoe voorkomt u dat verdere alcoholaccijnzen leiden tot meer aankopen over de grens,
illegale handel of thuisproductie?
Vraag 23
Acht u het wenselijk dat alcohol mogelijk alleen nog via slijterijen verkrijgbaar
zou zijn? Zo ja, hoe verhoudt dat zich tot de vrijheid van ondernemers en consumenten?
Vraag 24
Kunt u uitsluiten dat het kabinet voornemens is alcohol uit supermarkten te weren?
Vraag 25
Kunt u uitsluiten dat het kabinet neutrale verpakkingen voor alcoholische dranken
wil invoeren, vergelijkbaar met tabaksproducten?
Vraag 26
Kunt u uitsluiten dat het kabinet gezondheidswaarschuwingen op alcoholverpakkingen
wil invoeren die vergelijkbaar zijn met waarschuwingen op tabaksproducten?
Vraag 27
Deelt u de mening dat alcohol cultureel, sociaal en historisch een andere plaats inneemt
dan tabak, en dat het daarom onwenselijk is om alcoholbeleid simpelweg langs dezelfde
lijn als tabaksbeleid te ontwikkelen?
Vraag 28
Welke andere producten of gedragingen zouden volgens dezelfde redenering van «geen
veilige ondergrens» in aanmerking komen voor denormalisering door de overheid?
Vraag 29
Als de redenering is dat ieder gezondheidsrisico een reden kan zijn voor ontmoediging,
welke principiële begrenzing hanteert het kabinet dan nog om te voorkomen dat steeds
meer vormen van normaal leven onder preventiebeleid worden gebracht?
Vraag 30
Deelt u de mening dat volksgezondheid belangrijk is, maar niet het enige hoogste doel
van de staat kan zijn, omdat vrijheid, verantwoordelijkheid, traditie, gemeenschapsleven
en levensvreugde óók publieke waarden zijn?
Vraag 31
Bent u bereid om in de kabinetsreactie op het advies van de Gezondheidsraad niet alleen
een medische en preventieve afweging te maken, maar ook een principiële afweging over
vrijheid, proportionaliteit en de rol van de overheid in het privéleven van burgers?
Vraag 32
Kunt u toezeggen dat de Kamer geen maatregelenpakket ontvangt waarin alcoholbeleid
via een technocratische gezondheidslogica wordt doorgevoerd zonder expliciet politiek
debat over de vraag of de overheid zich überhaupt met dit soort keuzes van volwassen
burgers moet bemoeien?
Vraag 33
Bent u bereid om afstand te nemen van het uitgangspunt dat alles wat ongezond kan
zijn door de overheid moet worden ontmoedigd?
Vraag 34
Kunt u bevestigen dat volwassen Nederlanders uiteindelijk zelf verantwoordelijk blijven
voor de vraag of zij bij een diner, verjaardag, bruiloft, voetbalwedstrijd, dorpsfeest,
festival of vrijdagmiddagborrel een glas alcohol willen drinken?
Vraag 35
Bent u bereid deze vragen afzonderlijk te beantwoorden vóórdat het kabinet een inhoudelijke
reactie op het advies van de Gezondheidsraad aan de Kamer stuurt?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Julian Bushoff, Kamerlid