Schriftelijke vragen : Nederlandse staatsburgers in dienst van het Israëlische leger en mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven
Vragen van het lid Van der Werf (D66) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over Nederlandse staatsburgers in dienst van het Israëlische leger en mogelijke betrokkenheid bij internationale misdrijven (ingezonden 2 juli 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van Investico waaruit blijkt dat ten minste
645 Nederlandse paspoorthouders in het Israëlische leger (IDF) dienen, en dat meer
dan twintig Nederlanders sinds oktober 2023 naar Israël zijn afgereisd om dienst te
nemen?1
Vraag 2
Deelt u de zorg dat, gegeven het optreden van het IDF in Gaza – dat uw ministerie
meermaals heeft gekwalificeerd als in strijd met het internationaal humanitair oorlogsrecht
– én de aanwezigheid van honderden Nederlandse staatsburgers in het IDF, Nederlanders
mogelijk betrokken zijn geweest bij het plegen van oorlogsmisdrijven? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 3
Deelt u de juridische opvatting dat voor de kwalificatie en de ernst van eventueel
door Nederlanders gepleegde oorlogsmisdrijven geen relevant onderscheid bestaat op
basis van het verband waarin deze zijn gepleegd, en dat de aard van de relatie die
Nederland onderhoudt met het land of de organisatie in kwestie derhalve niet relevant
is? Zo nee, op welke rechtsgrond maakt u dat onderscheid?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat áls Nederlandse staatsburgers betrokken zijn bij het plegen
van oorlogsmisdrijven – in het IDF of in enig ander verband – het onwenselijk is dat
dit straffeloos passeert, en dat daarbij geen onderscheid gemaakt mag worden op grond
van de politieke relatie die Nederland met het betreffende land onderhoudt? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 5
Erkent u dat Nederland op grond van de Wet Internationale Misdrijven verplicht is
mogelijke oorlogsmisdrijven door Nederlandse staatsburgers te onderzoeken en zo nodig
te vervolgen, ongeacht waar en in wiens dienst deze zijn gepleegd? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 6
Kunt u, nu het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft bevestigd dat mediaberichtgeving
kan gelden als aanleiding voor onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van Nederlandse
onderdanen bij internationale misdrijven,2 uitleggen op welke grond de uitgebreide nationale en internationale berichtgeving
over het optreden van het IDF in Gaza én de gerapporteerde aanwezigheid van enkele
honderden Nederlandse staatsburgers in het IDF nog niet heeft geleid tot een proactief
onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van Nederlandse staatsburgers bij oorlogsmisdaden?
Vraag 7
Bent u bereid om, ook in afstemming met de Minister van Justitie en Veiligheid, een
extra inspanning te leveren om mogelijke betrokkenheid van individuele Nederlanders
bij ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht in Gaza, op de Westelijke
Jordaanoever en in Zuid-Libanon beter in beeld te krijgen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Bent u bereid, nu de Israëlische krijgsmacht heeft geweigerd informatie te verstrekken
over Nederlandse staatsburgers die in het IDF dienen of hebben gediend,3 deze weigering aan de orde te stellen in bilateraal diplomatiek overleg met Israël
en aan te dringen op alsnog verstrekking van die informatie? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Hanneke van der Werf, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.