Schriftelijke vragen : De grensoverschrijdende samenwerking van de politie in Nederlandse grensregio's
Vragen van het lid Mathlouti (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de grensoverschrijdende samenwerking van de politie in Nederlandse grensregio's (ingezonden 1 juli 2026).
Vraag 1
In hoeverre adresseert de op 29 juni 2026 aangekondigde intensivering van de Nederlands-Duitse
politiesamenwerking de operationele knelpunten die politie-eenheden in de grensregio's
momenteel ervaren, zoals het gebruik van verschillende communicatiemiddelen, verschillende
meldkamers, verschillende inzet van middelen als helikopters of de ME, of het uitwisselen
van bewijsmateriaal?1
Vraag 2
Bent u voornemens om ook de Nederlands-Belgische politiesamenwerking te intensiveren?
Vraag 3
Welke juridische, organisatorische en technische belemmeringen bestaan momenteel bij
de grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederlandse, Belgische en Duitse politiediensten?
En welke van deze belemmeringen worden met de aangekondigde samenwerking aangepakt?
Vraag 4
Welke van deze belemmeringen kunnen door Nederland zelfstandig worden weggenomen?
Vraag 5
Hoe verhouden de aangekondigde afspraken zich tot het Benelux-verdrag en het Verdrag
van Enschede?
Vraag 6
Welke mogelijkheden bestaan momenteel voor Nederlandse, Belgische en Duitse meldkamers
om realtime meldingen, incidentinformatie en operationele beelden met elkaar te delen?
Vraag 7
Wordt onderzocht of een structurele gezamenlijke meldkamerfunctie of een andere vorm
van geïntegreerde operationele coördinatie in de grensregio's haalbaar is en, zo ja,
wat is daarvan de stand van zaken?
Vraag 8
Welke belemmeringen bestaan momenteel bij het grensoverschrijdend delen van operationele
politie-informatie en welke maatregelen worden genomen om deze te verminderen?
Vraag 9
Welke juridische of operationele beperkingen verhinderen dat dergelijke capaciteit
wordt ingezet wanneer deze zich dichter bij een incident bevindt dan beschikbare capaciteit
uit eigen land?
Vraag 10
Welke mogelijkheden ziet u om te komen tot permanente gezamenlijke operationele teams
of andere structurele samenwerkingsvormen tussen Nederlandse, Belgische en Duitse
politiediensten?
Vraag 11
Welke lessen trekt u uit bestaande vormen van grensoverschrijdende samenwerking in
andere Nederlandse grensregio's, zoals de samenwerking met België in Zeeland en Brabant
en met Duitsland in de regio’s Twente en Arnhem-Nijmegen?
Vraag 12
Zijn er voorbeelden uit andere Europese grensregio's die volgens u relevant zijn voor
de verdere ontwikkeling van de grensoverschrijdende politiezorg in Nederland? Zo ja,
welke?
Vraag 13
Welke concrete doelstellingen hanteert u voor de verdere versterking van de operationele
samenwerking tussen Nederlandse, Belgische en Duitse politiediensten?
Vraag 14
Welke indicatoren gebruikt u om te beoordelen of de grensoverschrijdende samenwerking
daadwerkelijk leidt tot een effectievere aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit
en een snellere operationele inzet?
Vraag 15
Hoe zorgt u ervoor dat bestaande initiatieven voor grensoverschrijdende politiezorg,
waaronder de Grensoverschrijdende Politieteams2, de Euregionale Politiealliantie3 en de samenwerking op basis van het Benelux-verdrag en het Verdrag van Enschede,
zich ontwikkelen tot een samenhangende en structurele werkwijze voor alle Nederlandse
grensregio's?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Mahjoub Mathlouti, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.