Schriftelijke vragen : Het niet-onafhankelijke en niet-vrijblijvende karakter van de Schijf van Vijf
Vragen van het lid Van Meetelen (PVV) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het niet-onafhankelijke en niet-vrijblijvende karakter van de Schijf van Vijf (ingezonden 30 juni 2026).
Vraag 1
Hoe kunt u volhouden dat de Schijf van Vijf slechts vrijblijvende publieksvoorlichting
is, terwijl het kabinet in haar reactie op rapportages en onderzoeken voeding en alcohol
schrijft dat het verkoopaandeel Schijf van Vijf-producten per supermarkt jaarlijks
wordt gemonitord, gepubliceerd en gebruikt als uniforme maatstaf voor de mate waarin
supermarkten bijdragen aan de zogenoemde gezonde keuze?
Vraag 2
Erkent u dat een advies ophoudt vrijblijvend te zijn zodra de overheid supermarkten
publiekelijk langs dezelfde meetlat legt, percentages per supermarktketen publiceert
en vervolgens op basis van die meting «concrete afspraken» wil maken over vergroting
van het verkoopaandeel Schijf van Vijf-producten? Zo nee, waar ligt voor u dan nog
de grens tussen vrijblijvende informatie en beleidsmatige sturing?
Vraag 3
Hoe kunt u spreken van onafhankelijkheid, terwijl het Voedingscentrum volledig afhankelijk
is van overheidsfinanciering, zijn plannen moet laten aansluiten op beleidsdoelen
van de overheid, zich richting subsidieverstrekkende ministeries moet verantwoorden
en bij verlies of verlaging van subsidie direct minder invloed kan uitoefenen via
scholen, zorg, wijkbijeenkomsten en andere kanalen?
Vraag 4
Erkent u dat er sprake is van een kunstmatige scheiding wanneer het kabinet zich beroept
op het «onafhankelijke» oordeel van het Voedingscentrum over welke producten wel of
niet in de Schijf van Vijf vallen, terwijl dat oordeel vervolgens door hetzelfde kabinet
wordt gebruikt voor monitors, beleid, afspraken met supermarkten, productverbetering
en mogelijke wettelijke beperkingen op kindermarketing?
Vraag 5
Hoe kunt u stellen dat de Schijf van Vijf geen normerend instrument is, terwijl producten,
supermarkten, marketinguitingen en zelfs baby- en kindervoeding in kabinetsstukken
worden beoordeeld aan de hand van de vraag of zij wel of niet voldoen aan de richtlijnen
van de Schijf van Vijf, waarna het kabinet spreekt over zorgwekkende uitkomsten, noodzakelijke
verbetering van het aanbod en verdere inzet richting bedrijfsleven en Europese regelgeving?
Vraag 6
Bent u bereid voortaan eerlijk te erkennen dat de Schijf van Vijf in de praktijk geen
losstaand, onafhankelijk en vrijblijvend voedingsadvies is, maar een door de overheid
gefinancierde beleidsnorm die via het Voedingscentrum, RIVM-monitors, supermarktafspraken,
productverbetering, scholen, zorginstellingen en regelgevingstrajecten wordt ingezet
om burgers, instellingen en bedrijven in een door de overheid gewenste richting te
sturen? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Rachel van Meetelen, Kamerlid