Schriftelijke vragen : De Kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof’
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de Kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof» (ingezonden 29 juni 2026).
Vraag 1
Kunt u per provincie aangeven hoeveel agrarische bedrijven binnen de voorgestelde
bufferzones van 500 meter en 1 kilometer rondom Natura 2000-gebieden liggen?
Vraag 2
Kunt u per provincie aangeven hoeveel andere bedrijven binnen deze bufferzones liggen,
uitgesplitst naar sector?
Vraag 3
Hoeveel hectare landbouwgrond komt binnen deze bufferzones te liggen?
Vraag 4
Hoeveel agrarische bedrijven verwacht u dat door dit pakket extra maatregelen moet
nemen? Hoeveel agrarische bedrijven verwacht u dat door dit pakket moeten extensiveren?
Hoeveel agrarische bedrijven verwacht u dat door dit pakket moeten verplaatsen? Hoeveel
agrarische bedrijven verwacht u dat door dit pakket uiteindelijk zullen stoppen?
Vraag 5
Hoeveel andere bedrijven verwacht u dat door dit pakket worden beperkt in hun bedrijfsvoering
of vergunningverlening?
Vraag 6
Hoeveel bedrijven krijgen te maken met een stapeling van maatregelen, zoals bufferzones,
emissieplafonds, grondgebondenheid en aanvullende gebiedseisen?
Vraag 7
Hoeveel vergunningen verwacht u vóór 1 januari 2027 alsnog te kunnen verlenen voor
woningbouw? Hoeveel vergunningen verwacht u vóór 1 januari 2027 alsnog te kunnen verlenen
voor landbouw? Hoeveel vergunningen verwacht u vóór 1 januari 2027 alsnog te kunnen
verlenen voor industrie? Hoeveel vergunningen verwacht u vóór 1 januari 2027 alsnog
te kunnen verlenen voor infrastructuur?
Vraag 8
Hoeveel woningbouwprojecten kunnen volgens u voor invoering van de rekenkundige ondergrens
alsnog doorgaan?
Vraag 9
Hoeveel woningen levert dit pakket voor 1 januari 2028 daadwerkelijk op?
Vraag 10
Hoeveel bedrijven kunnen tot eind 2027 geen vergunning krijgen om hun bedrijf uit
te breiden of te verduurzamen?
Vraag 11
Welke maatregelen neemt u om vergunningverlening weer op gang te brengen zolang de
rekenkundige ondergrens nog niet is ingevoerd?
Vraag 12
Waarom kiest u ervoor de rekenkundige ondergrens pas uiterlijk eind 2027 in te voeren?
Vraag 13
Welke juridische, technische en wetenschappelijke belemmeringen maken een eerdere
invoering onmogelijk?
Vraag 14
Heeft u onderzocht wat invoering van een rekenkundige ondergrens van 1 mol zou betekenen
voor vergunningverlening? Zo ja, wilt u deze analyse met de Kamer delen?
Vraag 15
Heeft u onderzocht wat een bestuurlijke drempelwaarde, vergelijkbaar met de Duitse
systematiek, zou betekenen voor vergunningverlening? Zo ja, waarom is daar niet voor
gekozen?
Vraag 16
Hoeveel PAS-melders verwacht u voor eind 2027 daadwerkelijk te legaliseren?
Vraag 17
Welke extra maatregelen neemt u om PAS-melders voor invoering van de rekenkundige
ondergrens sneller duidelijkheid te geven?
Vraag 18
Op basis van welke wetenschappelijke onderzoeken is gekozen voor bufferzones van 500
meter en 1 kilometer?
Vraag 19
Bent u bereid deze onderzoeken met de Kamer te delen?
Vraag 20
Bent u bekend met het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam waaruit blijkt dat
ongeveer 90 procent van de uitgestoten stikstof in hogere luchtlagen terechtkomt en
elders neerslaat, terwijl van de circa 10 procent die binnen 500 meter neerslaat,
het grootste deel al binnen 100 meter van de bron terechtkomt? Waarom kiest het kabinet
desondanks voor bufferzones van 500 meter en één kilometer?1
Vraag 21
Waarom kiest u voor generieke bufferzones rond Natura 2000-gebieden, terwijl de problemen
per natuurgebied verschillen?
Vraag 22
Heeft u onderzocht wat kleinere, gebiedsgerichte bufferzones of zones van maximaal
250 meter zouden betekenen voor natuurherstel en vergunningverlening? Zo ja, wilt
u deze analyse met de Kamer delen?
Vraag 23
Klopt het dat de huidige AERIUS-systematiek en de bestaande natuurdoelanalyses voorlopig
blijven gelden en dat de Kritische Depositiewaarde daardoor in de praktijk voorlopig
een belangrijke rol blijft spelen bij vergunningverlening?
Vraag 24
Wat verandert er morgen concreet voor een ondernemer die een natuurvergunning aanvraagt
ten opzichte van de situatie voor deze Kamerbrief?
Vraag 25
Op basis van welke juridische adviezen verwacht u dat de nieuwe systematiek beter
standhoudt bij de rechter dan de huidige?
Vraag 26
Kunt u uitsluiten dat de maatregelen uit dit pakket ertoe leiden dat boeren hun veestapel
moeten verkleinen?
Vraag 27
Indien u dat niet kunt uitsluiten, hoeveel boeren verwacht u dat hierdoor minder dieren
zullen moeten houden?
Vraag 28
Heeft het kabinet berekend met hoeveel koeien, varkens en kippen de Nederlandse veestapel
als gevolg van dit pakket zal afnemen? Zo ja, wilt u deze berekeningen met de Kamer
delen?
Vraag 29
Klopt het dat ondernemers die willen investeren in emissiereducerende technieken daarvoor
vaak eerst een natuurvergunning nodig hebben?
Vraag 30
Hoe voorkomt u dat bedrijven die willen investeren en verduurzamen opnieuw vastlopen
doordat zij geen natuurvergunning kunnen krijgen?
Vraag 31
Hoeveel verschillende landelijke en gebiedsgerichte regels krijgen agrarische ondernemers
als gevolg van dit pakket? Acht u dit een vereenvoudiging van het stikstofbeleid?
Vraag 32
Heeft het kabinet onderzocht wat de stapeling van al deze maatregelen betekent voor
een gemiddeld agrarisch bedrijf? Zo ja, wilt u deze analyse met de Kamer delen?
Vraag 33
Kunt u per maatregel aangeven welke bedoeld is om vergunningverlening weer op gang
te brengen en welke bedoeld is om de landbouwsector structureel te veranderen?
Vraag 34
Heeft het kabinet onderzocht welke gevolgen dit pakket heeft voor de Nederlandse voedselproductie,
voedselzekerheid en de afhankelijkheid van voedselimport? Zo ja, wilt u deze analyse
met de Kamer delen?
Vraag 35
Kunt u garanderen dat ondernemers die de komende jaren investeren om aan alle nieuwe
regels te voldoen, niet later alsnog worden geconfronteerd met extra beperkingen of
een generieke korting op productierechten?
Vraag 36
Wanneer is voor het kabinet de vrijwillige aanpak niet langer voldoende? Welke criteria
hanteert u om over te gaan tot dwingende maatregelen?
Vraag 37
Kunt u uitsluiten dat ondernemers uiteindelijk worden gedwongen hun bedrijf of veestapel
te verkleinen als de gestelde doelen niet worden gehaald?
Vraag 38
Bent u zich ervan bewust dat de mogelijkheid van dwingende maatregelen en voortdurende
onzekerheid grote gevolgen kan hebben voor de waarde en financierbaarheid van agrarische
bedrijven? Heeft u dit onderzocht?
Vraag 39
Heeft het kabinet onderzocht welke gevolgen dit pakket heeft voor de bereidheid van
banken en andere financiers om agrarische bedrijven te financieren? Zo ja, wilt u
deze analyse met de Kamer delen?
Vraag 40
Bent u bereid deze vragen, gelet op het debat over de Samenhangende aanpak landbouw,
natuur en stikstof van 1 juli 2026, voor aanvang van dat debat te beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.