Nota van wijziging : Tweede nota van wijzing
36 742 Regels betreffende de financiering van politieke partijen en transparantieregels met betrekking tot hun interne organisatie en financiën, evenals regels met betrekking tot het toezicht en het verbieden van politieke partijen (Wet op de politieke partijen)
Nr. 20
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 29 juni 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede met betrekking tot de afdeling vervalt.
2. De zinsnede met betrekking tot de algemeen bestuur komt te luiden:
algemeen bestuur: vertegenwoordigend orgaan van een waterschap voor zover het leden betreft van de
categorie, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a, van de Waterschapswet;
3. In de zinsnede met betrekking tot de Autoriteit wordt «bedoeld in artikel 111»
vervangen door «genoemd in artikel 111».
4. De zinsneden met betrekking tot de gift en en de gift in natura vervallen.
5. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:
bijdrage: een geldelijke bijdrage, anders dan dividend, rente of subsidie, dan wel een bijdrage
in natura;
bijdrage in natura: een zaak of dienst die al dan niet op verzoek van een politieke vereniging aan haar
ter beschikking is gesteld of aan haar is geleverd, terwijl daar geen of geen evenredige
tegenprestatie tegenover staat;
6. De zinsnede met betrekking tot de decentrale politieke partij komt te luiden:
decentrale politieke partij: een decentrale politieke vereniging waarvan de aanduiding of afkorting daarvan bij
de laatstgehouden verkiezing boven een lijst als bedoeld in artikel I 17, eerste lid,
van de Kieswet heeft gestaan waaraan ten minste één zetel is toegewezen;
7. De zinsnede met betrekking tot de decentrale politieke vereniging komt te luiden:
decentrale politieke vereniging: een vereniging waarvoor door een centraal stembureau op grond van artikel G 2, G
2a of G 3 van de Kieswet een aanduiding is geregistreerd dan wel een stichting waarvoor
door een centraal stembureau op grond van artikel G 2a van de Kieswet een aanduiding
is geregistreerd;
8. De zinsnede met betrekking tot de ingezetene van Nederland vervalt.
9. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:
gever: degene van wie een bijdrage is ontvangen;
10. Aan het slot van de zinsnede met betrekking tot de kandidaat en de zinsnede met
betrekking tot het openbaar lichaam wordt de punt vervangen door een puntkomma.
11. De zinsnede met betrekking tot de landelijke politieke partij komt te luiden:
landelijke politieke partij: een landelijke politieke vereniging waarvan de aanduiding of afkorting daarvan bij
de laatstgehouden verkiezing boven een lijst als bedoeld in artikel I 17, eerste lid,
dan wel S 13 van de Kieswet heeft gestaan waaraan ten minste één zetel is toegewezen;
12. De zinsnede met betrekking tot de landelijke politieke vereniging komt te luiden:
landelijke politieke vereniging: een vereniging waarvoor door het centraal stembureau op grond van artikel G 1, Q
6 dan wel Y 2 juncto G 1 van de Kieswet een aanduiding is geregistreerd;
13. Aan de zinsnede met betrekking tot de peildatum wordt toegevoegd «waarvoor subsidie
wordt aangevraagd of is verleend».
14. De zinsnede met betrekking tot de politieke alliantie vervalt.
15. De zinsnede met betrekking tot de politieke stichting vervalt.
16. De zinsnede met betrekking tot de politieke partij vervalt.
17. De zinsnede met betrekking tot de politieke vereniging komt te luiden:
politieke vereniging: een decentrale politieke vereniging of landelijke politieke vereniging;
18. Aan het slot van de zinsnede met betrekking tot schulden wordt de puntkomma vervangen
door een punt.
19. De zinsnede met betrekking tot de verkiezing vervalt.
B
Artikel 2 vervalt.
C
Artikel 3 vervalt.
D
Artikel 4 vervalt.
E
Artikel 6 vervalt.
F
Artikel 7 komt te luiden:
Artikel 7. Transparantieplicht
1. Een landelijke politieke vereniging maakt op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch
openbaar:
a. een beschrijving van de interne organisatiestructuur van de politieke vereniging;
b. de statuten van de vereniging en de interne regels die door haar algemene vergadering
of haar bestuur zijn vastgesteld, dan wel direct of indirect op basis van een door
deze organen gegeven bevoegdheid zijn vastgesteld;
c. de voorwaarden die aan het lidmaatschap van de vereniging zijn verbonden;
d. de voorwaarden en procedure voor de kandidaatstelling als en de benoeming tot lid
van het verenigingsbestuur;
e. de samenstelling van het bestuur;
f. de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen als bedoeld
in de Kieswet en, indien van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor
worden geselecteerd; en
g. een overzicht van de neveninstellingen van de vereniging dan wel een rechtstreekse
verwijzing naar het ter zake door de Autoriteit openbaar gemaakte overzicht;
2. De politieke vereniging houdt de informatie, bedoeld in het eerste lid, actueel.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden
gesteld over de gegevens die op grond van het eerste lid openbaar worden gemaakt.
G
Artikel 8 vervalt.
H
In de artikelen 9, eerste lid, en 65, derde lid, wordt «politieke verenigingen» vervangen
door «landelijke politieke verenigingen».
I
In de artikelen 9, derde lid, 10, eerste en derde lid, 11, eerste en derde lid, 12,
eerste en derde lid, 13, eerste lid, 35a, eerste lid, 36, eerste lid, 36a, eerste
lid, en 65, derde lid, wordt «politieke vereniging» vervangen door «landelijke politieke
vereniging».
J
In artikel 9, derde lid, wordt «voor haar» vervangen door «voor die vereniging».
K
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, tweede zin, wordt «dan wel stichting» vervangen door «dan wel
een stichting,».
2. In het vierde lid, onder a en b, wordt «dan wel de neveninstelling» vervangen door
«dan wel haar neveninstelling».
3. In het vierde lid, onder c, wordt na «de politieke vereniging» ingevoegd «dan wel
haar neveninstelling».
L
De artikelen 11 en 12 worden als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, tweede volzin, wordt na «vereniging met volledige rechtsbevoegdheid»
een komma ingevoegd.
2. In het vierde lid, onder a en b, wordt «dan wel de neveninstelling» vervangen door
«dan wel haar neveninstelling».
3. In het vierde lid, onder c, wordt na «de politieke vereniging» ingevoegd «dan wel
haar neveninstelling».
M
Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «Andere» vervangen door «Andersoortige».
2. In het eerste lid wordt na «verzoekt de autoriteit» ingevoegd «als haar neveninstelling
aan te wijzen:», wordt na «of stichting» een komma ingevoegd, wordt «haarzelf» vervangen
door «deze politieke vereniging» en wordt «haar aanduiding of een afkorting daarvan
staat aan te wijzen als haar neveninstelling» vervangen door «de voor deze politieke
vereniging geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan staat».
N
Artikel 14 vervalt.
O
In de artikelen 16, eerste, aanhef, 17, eerste lid, aanhef, 18, tweede lid, 19, eerste
lid, aanhef, 21, eerste lid, 22, eerste lid, aanhef, 23, eerste lid, 24, eerste lid,
25, eerste lid, 35, eerste lid, 37, eerste lid, aanhef, 39, 45, eerste lid, en 49,
eerste lid, aanhef, wordt «politieke partij» vervangen door «landelijke politieke
vereniging».
P
In de artikelen 16, tweede lid, 20, tweede en derde lid, 21, tweede en derde lid,
22, tweede, derde en vierde lid, 23, derde en vierde lid, 24, tweede en derde lid,
25, tweede en derde lid, 26, tweede en derde lid, 35, tweede lid, 37, eerste lid,
onder a en b, 49, eerste lid, onder a en b, 78, tweede lid, 82, tweede en derde lid,
83, tweede en derde lid, 84, tweede, derde en vierde lid, 85, derde en vierde lid,
86, tweede en derde lid, 87, tweede en derde lid, 88, tweede en derde lid, 92, tweede
lid, 94, eerste lid, onder a en b, en 127, eerste lid, wordt «politieke partij» telkens
vervangen door «politieke vereniging».
Q
Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, wordt «van de financiële positie van de partij» vervangen
door «van haar financiële positie».
2. In het eerste lid, onder a, wordt na «verstrekte subsidie» vervangen door «aan
haar verleende subsidie».
3. In het eerste lid, onder b, wordt «aanvaarde» vervangen door «ontvangen».
R
In het opschrift van de artikelen 17, 25, 26, 28, 40, 79, 87, 88 en 90 wordt «giften»
vervangen door «bijdragen».
S
In de artikelen 17, eerste lid, onder a, 20, tweede en derde lid, 21, tweede en derde
lid, 22, eerste lid, aanhef en onder a, en tweede, derde en vierde lid, 23, derde
en vierde lid, 24, tweede en derde lid, 25, tweede en derde lid, 26, tweede en derde
lid, 27, tweede lid, onder d, 28, eerste en tweede lid, onder b, 41, eerste lid, onder
d, 42, eerste lid, onder d, 79, eerste lid, onder a, 82, tweede en derde lid, 83,
tweede en derde lid, 84, eerste lid, aanhef en onder a, tweede, derde en vierde lid,
85, derde en vierde lid, 86, tweede en derde lid, 87, tweede en derde lid, 88, tweede
en derde lid, 89, tweede lid, onder d, 90, eerste en tweede lid, onder b, en 97, eerste
lid, onder d, wordt «donateur» telkens vervangen door «gever».
T
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, wordt «aanvaarde» vervangen door «ontvangen».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. In afwijking van het eerste lid kan een politieke vereniging registratie van een
bijdrage van haar neveninstelling achterwege laten.
U
In de opschriften van de artikelen 18 en 80 wordt «Giften in natura» vervangen door
«Bijdragen in natura».
V
In de artikelen 20, tweede lid, 21, tweede lid, 22, derde lid, 23, tweede en derde
lid, 24, tweede lid, 25, tweede lid, 26, tweede lid, 82, tweede lid, 83, tweede lid,
84, derde lid, 85, tweede en derde lid, 86, tweede lid, 87, tweede lid, en 88, tweede
lid, wordt «geldelijke gift» vervangen door «geldelijke bijdrage».
W
In de artikelen 18, eerste lid, 20, derde lid, 21, derde lid, 22, vierde lid, 23,
tweede en vierde lid, 24, derde lid, 25, derde lid, 26, derde lid, 80, eerste lid,
82, derde lid, 83, derde lid, 84, vierde lid, 85, tweede en vierde lid, 86, derde
lid, 87, derde lid, en 88, derde lid, wordt «gift in natura» vervangen door «bijdrage
in natura».
X
In de artikelen 18, tweede lid, en 80, tweede lid, wordt «worden giften» vervangen
door «wordt een bijdrage» en wordt «giften in natura» vervangen door «bijdrage in
natura».
Y
In de artikelen 18, derde lid, en 80, derde lid, wordt «giften in natura» telkens
vervangen door «bijdragen in natura».
Z
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder a, wordt «crediteur» vervangen door «debiteur».
2. In het tweede lid wordt na «het eerste» ingevoegd «lid».
AA
In de artikelen 16, eerste lid, onder b, 20, eerste lid, 21, eerste lid, 23, eerste
lid, 26, eerste lid, 27, tweede lid, onder d, 28, eerste lid en tweede lid, onder
a, 31, eerste lid, 33, eerste lid, 41, eerste lid, onder d, 42, eerste lid, onder
d, 47, tweede lid, onder a en b, 48, eerste lid, onder a, b en c, 78, eerste lid,
onder b, 82, eerste lid, 83, eerste lid, 89, tweede lid, onder d, en derde lid, 90,
eerste lid, en 97, eerste lid, onder d, en vierde lid, wordt «giften» vervangen door
«bijdragen».
BB
In de artikelen 17, eerste lid, aanhef en onder b, tweede lid, 20, tweede en derde
lid, 21, tweede en derde lid, 22, eerste lid, aanhef, tweede, derde en vierde lid,
23, eerste, tweede, derde en vierde lid, 24, eerste, tweede en derde lid, 25, tweede
en derde lid, 26, tweede en derde lid, 28, tweede lid, aanhef, 35, eerste lid, 39,
47, eerste lid, 79, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, 82, tweede en derde
lid, 83, tweede en derde lid, 84, eerste lid, aanhef, tweede, derde en vierde lid
85, tweede, derde en vierde lid, 86, eerste, tweede en derde lid, 87, tweede en derde
lid, 88, tweede en derde lid, en 92, tweede lid, wordt «gift» telkens vervangen door
«bijdrage»
CC
In de artikelen 20, eerste lid, 21, eerste lid, 23, eerste lid, 26, eerste lid, 28,
eerste lid, 82, eerste lid, 83, eerste lid, 85, eerste lid, 88, eerste lid, en 90,
eerste lid, wordt «een cumulatieve waarde van» vervangen door «cumulatief een waarde
van».
DD
Het opschrift van paragraaf 3 van hoofdstuk 3 komt te luiden: Beperkingen van de mogelijkheid
bijdragen te aanvaarden.
EE
Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden: Bijdragen van Nederlanders en personen woonachtig
in Nederland.
2. In het eerste lid wordt «een politieke partij» vervangen door «een landelijke politieke
vereniging», wordt «een donateur, zijnde een natuurlijk persoon,» vervangen door «een
natuurlijk persoon in één kalenderjaar», wordt «vergewist de politieke partij» vervangen
door «vergewist zij» en wordt «de donateur ingezetene is van Nederland» vervangen
door «de gever een woonadres heeft in Nederland».
3. In het tweede en derde lid wordt «ingezetene is van Nederland» vervangen door «een
woonadres heeft in Nederland»
FF
In de opschriften van de artikelen 21, 22, 23, 24, 39, 83, 84, 85 en 86 wordt «Giften»
vervangen door «Bijdragen».
GG
In artikel 21, eerste lid, wordt «van een donateur, zijnde een natuurlijk persoon,»
vervangen door «van een natuurlijk persoon» en wordt na «heeft ontvangen» een komma
ingevoegd.
HH
In de artikelen 22, derde lid, en 84, derde lid, wordt «donatie» vervangen door «bijdrage».
II
Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «eerste lid, onderdeel c» vervangen door «eerste lid, onder
c».
2. Onder vernummering van het derde tot en met zesde lid tot vierde tot en met zevende
lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. Indien een politieke vereniging de in het eerste lid, onder c, en tweede lid bedoelde
gegevens in een kalenderjaar heeft opgevraagd, mag zij gedurende dat kalenderjaar
uitgaan van de juistheid van die gegevens.
3. In het zesde lid (nieuw) wordt «derde of vierde lid» vervangen door «vierde of
vijfde lid».
JJ
In artikel 23, eerste lid, wordt «een donateur, zijnde een vereniging of stichting»
vervangen door «een vereniging of stichting», vervalt de komma achter «haar neveninstelling»
en wordt «elke donateur» vervangen door «elke gever».
KK
In artikel 25, eerste lid, wordt «anonieme gift» vervangen door «bijdrage van een
gever van wie niet alle op basis van deze wet te registreren gegevens en bescheiden
zijn ontvangen».
LL
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «Een politieke partij» vervangen door «Een landelijke politieke
vereniging», wordt «kandidaten voor die politieke vereniging» vervangen door «kandidaten
als bedoeld in artikel 39,» wordt «per donateur» vervangen door «van elke gever» en
wordt «per jaar» vervangen door «per kalenderjaar».
2. In het tweede lid wordt «donatiegrens» telkens vervangen door «limiet» en wordt
in de tweede zin achter «mogelijk is» een komma ingevoegd.
3. In het derde lid wordt «donatiegrens» telkens vervangen door «limiet» en wordt
in de tweede zin achter «mogelijk is» een komma ingevoegd.
4. In het vierde lid wordt «het derde of vierde lid» vervangen door «het tweede of
derde lid».
5. In het vijfde lid wordt «elke vijf jaar» vervangen door «elke vijf jaren», wordt
na «overeenkomstig de» ingevoegd «over een periode van de vijf daaraan voorafgaande
kalenderjaren».
MM
In de artikelen 27, eerste lid, aanhef, 29, eerste lid, 30, eerste lid, aanhef, en
tweede lid, aanhef, 31, eerste lid, 32, eerste lid, aanhef, 34, eerste lid, 36a, eerste
lid, 40, 41, eerste lid, aanhef, 42, eerste lid, aanhef, 52, eerste lid, 57, eerste
lid, aanhef, en onder b, c en d, 58, eerste lid, 59, eerste, tweede en derde lid,
60, vierde lid, 61, eerste lid, 64, eerste lid, 69, tweede lid, en 71a, eerste lid,
wordt «politieke partij» vervangen door «landelijke politieke partij».
NN
Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onder a, wordt «een overzicht van de giften met een cumulatieve
waarde van meer dan € 1.000 die de partij in dat kalenderjaar van een donateur heeft
aanvaard» vervangen door «een overzicht van de gevers van wie de politieke partij
in dat kalenderjaar een of meer bijdragen met cumulatief een waarde van meer dan € 1.000
heeft aanvaard».
2. In het tweede lid, onder c, wordt «de gegevens die op grond van artikel 19, eerste
lid, zijn geregistreerd» vervangen door «de gegevens die bij of krachtens artikel
19, eerste lid, zijn geregistreerd».
3. In het tweede lid, onder d, wordt «artikel 20, tweede en derde lid, 21, tweede
en derde lid, 22, derde en vierde lid, 23, derde en vierde lid, 24, tweede en derde
lid, 25, tweede en derde lid of 26, derde en vierde lid» vervangen door «artikel 20,
tweede of derde lid, 21, tweede of derde lid, 22, vierde of vijfde lid, 23, derde
of vierde lid, 24, tweede of derde lid, 25, tweede of derde lid, of 26, tweede of
derde lid,».
4. In het derde lid wordt «een politieke partij is geweest als bedoeld in artikel
1,» vervangen door «een landelijke politieke partij is geweest» en wordt «een politieke
partij als bedoeld in artikel 1 is geweest» vervangen door «een landelijke politieke
partij is geweest».
5. Het vierde lid komt te luiden:
4. Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op een landelijke politieke partij
die niet gedurende een deel van het voorafgaande kalenderjaar een landelijke politieke
partij zou zijn geweest als bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van een
gemeenteraad, een provinciale staten of een algemeen bestuur niet een of meer zetels
waren toegewezen aan een lijst waarboven haar aanduiding stond, tenzij voor het betreffende
kalenderjaar op grond van artikel 71 juncto 60 aan haar subsidie is verleend.
OO
In artikel 28, eerste lid, wordt «een politieke partij» vervangen door «een landelijke
politieke partij», wordt «of een kandidaat voor die politieke partij» vervangen door
«of een kandidaat op een lijst als bedoeld in artikel I 17, eerste lid, van de Kieswet
waarboven de voor deze politieke partij registreerde aanduiding of afkorting daarvan
staat» en wordt «gezamenlijk of alleen» vervangen door «gezamenlijk of afzonderlijk».
PP
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «administratie» vervangen door «financiële administratie».
2. In het tweede lid, onder c, wordt de puntkomma aan het slot vervangen door een
punt.
3. In het derde lid wordt na «accountantsverklaring» een komma ingevoegd.
In artikel 31, tweede lid, wordt na «bedoeld in artikel 29» een komma ingevoegd.
RR
Artikel 32, derde lid, komt te luiden:
3. Van de adresgegevens die voorkomen op de in artikel 27, tweede lid, onder a en
b, genoemde overzichten, maakt de Autoriteit uitsluitend de woon- of vestigingsplaats
openbaar. Op verzoek van een politieke partij blijft openbaarmaking van de gegevens
over de naam en de woonplaats van een natuurlijke persoon achterwege, indien dit naar
het oordeel van de Autoriteit gelet op het belang van de veiligheid van de persoon
is aangewezen. De Autoriteit motiveert de toepassing van de vorige volzin bij de openbaarmaking,
bedoeld in het eerste lid.
SS
In de artikelen 33, eerste lid, en 70 wordt «politieke partijen» vervangen door «landelijke
politieke partijen».
TT
In artikel 33, eerste lid, wordt «lopende schulden» vervangen door «schulden».
UU
Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «artikel 17, derde lid, onder a,» vervangen door «artikel
17, derde lid, «en wordt «de politieke partij waaraan de neveninstelling gelieerd
is» vervangen door «de politieke vereniging waarvoor de neveninstelling is aangewezen».
2. In het vierde lid, aanhef, wordt na «een neveninstelling» ingevoegd «van een landelijke
politieke partij».
3. In het vierde lid, onder a, wordt «artikel 30, eerste lid, onder a, en tweede lid,
onder d, uitsluitend van toepassing zijn» vervangen door «artikel 30, eerste lid,
onder a, en tweede lid, onder b, uitsluitend van toepassing is».
4. Het vijfde lid vervalt.
VV
Artikel 35a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «Voormalig» vervangen door «Voormalige».
2. In het lichaam wordt «blijft artikel 27 op haar van overeenkomstige toepassing»
vervangen door «blijven de artikelen 27 en 29 tot en met 34 op haar van overeenkomstige
toepassing».
WW
In artikel 36, eerste lid, wordt «is dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing
op deze politieke vereniging en haar neveninstellingen met ingang van het eerste kalenderjaar
na het jaar waarin de afsplitsing heeft plaatsgevonden» vervangen door «is met ingang
van het eerste kalenderjaar na het jaar waarin de afsplitsing heeft plaatsgevonden
op deze politieke vereniging en haar neveninstellingen het bij of krachtens dit hoofdstuk
bepaalde ten aanzien van politieke partijen en hun neveninstellingen van overeenkomstige
toepassing».
XX
Artikel 36a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «Voormalig» vervangen door «Voormalige».
2. In het eerste lid vervalt «als bedoeld in artikel 1» wordt «is artikel 27 op haar
van overeenkomstige toepassing» vervangen door «zijn de artikelen 27 en 29 tot en
met 34 op haar van overeenkomstige toepassing».
3. In het tweede lid wordt «op grond van deze wet» vervangen door «op grond van artikel
60» en wordt «waarin de subsidie stopt» vervangen door «waarvoor geen subsidie meer
is verleend».
YY
Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onder b, vervalt «als bedoeld in artikel 35».
2. Het tweede lid, onder c, vervalt, onder vervanging van de puntkomma achter onderdeel
a door «; en» en onder vervanging van «; en» achter onderdeel b door een punt.
ZZ
In het opschrift van hoofdstuk 4 wordt «in het kader van verkiezingen» vervangen door
«bij verkiezingen».
AAA
Hoofdstuk 4, paragraaf 1, vervalt onder vernummering van de paragrafen 2, 3 en 5 tot
de paragrafen 1 tot en met 3.
BBB
In de artikelen 39, 41, aanhef, 42, aanhef, 45, eerste lid, en 98, eerste lid, wordt
«aanduiding of een afkorting daarvan» vervangen door «aanduiding of afkorting daarvan».
CCC
In artikel 39 wordt na «artikel 26, eerste lid, » ingevoegd «bij een verkiezing van
de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal of het Europees Parlement» en wordt
«registreerde aanduiding» vervangen door «geregistreerde aanduiding».
DDD
In artikel 40 wordt «gift van een donateur» vervangen door «bijdrage».
EEE
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder a, wordt «een overzicht van de giften met een cumulatieve
waarde van meer dan € 1.000 die de partij in dat kalenderjaar van een donateur heeft
aanvaard» vervangen door «een overzicht van de gevers van wie de politieke partij
in dat kalenderjaar een of meer bijdragen met cumulatief een waarde van meer dan € 1.000
heeft aanvaard».
2. In het eerste lid, onder c, wordt «de gegevens die op grond van artikel 19 zijn
geregistreerd» vervangen door «de gegevens die bij of krachtens artikel 19, eerste
lid, zijn geregistreerd».
3. In het eerste lid, onder d, wordt «artikel 20, tweede en derde lid, 21, tweede
en derde lid, 22, derde en vierde lid, 23, derde en vierde lid, 24, tweede en derde
lid, 25, tweede en derde lid of 26, derde en vierde lid» vervangen door «artikel 20,
tweede of derde lid, 21, tweede of derde lid, 22, vierde of vijfde lid, 23, derde
of vierde lid, 24, tweede of derde lid, 25, tweede en derde lid, of 26, tweede of
derde lid,».
4. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.
FFF
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, vervalt «in artikel 41 bedoelde» en wordt «van de Kieswet
staat» vervangen door «van de Kieswet heeft gestaan».
2. In het eerste lid, onder a, wordt «een overzicht van de giften met een cumulatieve
waarde van € 1.000 of meer die de partij in een kalenderjaar van een donateur heeft
aanvaard» vervangen door «een overzicht van de gevers van wie de politieke partij
in dat kalenderjaar een of meer bijdragen met cumulatief een waarde van meer dan € 1.000
heeft aanvaard».
3. In het eerste lid, onder c, wordt «de gegevens die op grond van artikel 19 zijn
geregistreerd» vervangen door «de gegevens die bij of krachtens artikel 19, eerste
lid, zijn geregistreerd».
4. In het eerste lid, onder d, wordt «artikel 20, tweede en derde lid, 21, tweede
en derde lid, 22, derde en vierde lid, 23, derde en vierde lid, 24, tweede en derde
lid, 25, tweede en derde lid of 26, derde en vierde lid» vervangen door «artikel 20,
tweede of derde lid, 21, tweede of derde lid, 22, vierde of vijfde lid, 23, derde
of vierde lid, 24, tweede of derde lid, 25, tweede of derde lid, of 26, derde of vierde
lid,».
5. Het derde lid vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.
GGG
Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt een komma ingevoegd na «de artikelen 41, eerste lid, en
42, eerste lid».
2. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede
en derde lid.
3. Het derde lid (nieuw) komt te luiden:
3. Van de adresgegevens die voorkomen op de in artikel 41, eerste lid, onder a en b,
en artikel 42, eerste lid, onder a en b, genoemde overzichten maakt de Autoriteit
uitsluitend de woon- of vestigingsplaats openbaar. Op verzoek van een politieke partij
blijft openbaarmaking van de gegevens over de naam en de woonplaats van een natuurlijke
persoon achterwege, indien dit naar het oordeel van de Autoriteit gelet op het belang
van de veiligheid van de persoon is aangewezen. De Autoriteit motiveert de toepassing
van de vorige volzin bij de openbaarmaking, bedoeld in het eerste lid.
HHH
Artikel 44, eerste lid, komt te luiden:
1. Bij een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal of het
Europees Parlement stelt de Autoriteit op basis van de op grond van artikel 41, eerste
lid, respectievelijk 42, eerste lid, aangeleverde overzichten een overzicht samen
van de door alle landelijke politieke partijen in die periode aanvaarde bijdragen
en hun lopende schulden.
III
In artikel 45 vervalt het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.
JJJ
Artikel 46 komt te luiden:
Artikel 46. Politieke verenigingen
1. Op een landelijke politieke vereniging, niet zijnde een landelijke politieke partij,
waarvan de aanduiding of afkorting daarvan bij een verkiezing van de leden van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal of het Europees Parlement boven een lijst als bedoeld
in artikel I 17, eerste lid, van de Kieswet staat, zijn de artikelen 40 tot en met
44 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor artikel 41, tweede
en derde lid, wordt gelezen: de overzichten beslaan de periode van 1 januari van het
tweede kalenderjaar vóór het jaar waarin de stemming plaatsvindt tot en met de eenentwintigste
dag vóór de dag van de stemming.
2. Indien een verkiezing van de leden van de raad van een gemeente, een provinciale staten
of een algemeen bestuur ertoe leidt dat een landelijke politieke vereniging een landelijke
politieke partij wordt, zijn op deze politieke partij de artikelen 42 en 43 van overeenkomstige
toepassing. In afwijking van artikel 42, eerste lid, worden de overzichten uiterlijk
twee maanden na de dag van de stemming bij de Autoriteit aangeleverd. In afwijking
van artikel 42, tweede lid, beslaan de overzichten de periode van 1 januari van het
tweede kalenderjaar vóór het jaar waarin de stemming plaatsvindt tot en met de dag
van de stemming.
KKK
Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het eerste tot en met derde lid tot tot tweede tot en met
vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
1. Dit artikel is uitsluitend van toepassing bij een verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal of het Europees Parlement.
2. In het tweede lid (nieuw) wordt «een kandidaat voor een politieke vereniging» vervangen
door «een kandidaat op een lijst als bedoeld in artikel I 17, eerste lid, van de Kieswet
waarboven de voor een landelijke politieke vereniging registreerde aanduiding of afkorting
daarvan staat,».
3. In het derde lid (nieuw), aanhef, wordt «Op een kandidaat voor een politieke vereniging»
vervangen door «Op een kandidaat als bedoeld in het tweede lid».
4. In het derde lid (nieuw), onder d, wordt «overzichten van ontvangen giften» vervangen
door «overzichten van de door kandidaten ontvangen bijdragen».
5. Het vierde lid (nieuw) vervalt.
LLL
Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, wordt na «Op degene die» ingevoegd «bij een verkiezing
van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal of het Europees Parlement» en
vervalt «van een politieke vereniging of afkorting daarvan».
2. In het eerste lid, onder e, wordt na «de overzichten» ingevoegd «van alle kandidaten».
3. Het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen.
MMM
Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onder b, vervalt «van een politieke partij».
2. Het tweede lid onder a vervalt onder verlettering van de onderdelen b en c tot
de onderdelen a en b.
NNN
Aan het opschrift van hoofdstuk 5 wordt toegevoegd «op basis van representatie in
de Staten-Generaal».
OOO
Hoofdstuk 5, paragraaf 1, vervalt onder vernummering van paragrafen 2 tot en met 5
tot de paragrafen 1 tot en met 4.
PPP
Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na «kan» ingevoegd «bij de Autoriteit» en wordt «in deze
wet» vervangen door «de in artikel 55».
2. In het tweede lid vervalt «bij de Autoriteit».
QQQ
In artikel 52, eerste lid, wordt «kan de aanvraag tot verlening van subsidie van de
politieke partij « vervangen door «kan de aanvraag tot verlening van subsidie aan
de politieke partij» en wordt «is van toepassing» vervangen door «is van overeenkomstige
toepassing».
RRR
Artikel 53 vervalt.
SSS
Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Een landelijke politieke partij komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. haar aanduiding of afkorting daarvan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden
van de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal boven een lijst heeft gestaan
waaraan een of meer zetels zijn toegewezen; en
b. zij op de peildatum beschikt over ten minste duizend leden die vergader- en stemrecht
hebben binnen de politieke partij en elk per jaar minimaal € 12 contributie betalen.
Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene.
2. In het derde lid wordt «kan ook aan een politieke partij» vervangen door «kan aan
een landelijke politieke partij» en wordt «in dat lid» vervangen door «in het tweede
lid».
TTT
Na artikel 54 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 54a. Ledental van een politieke partij
1. Indien een decentrale politieke vereniging lid is van een landelijke politieke partij,
worden de leden van die decentrale politieke vereniging tevens aangemerkt als leden
van de landelijke politieke partij, mits de decentrale politieke vereniging instemming
van haar leden heeft om te worden aangemerkt als lid van de landelijke politieke partij.
2. Als lid van de decentrale politieke vereniging als bedoeld in het eerste lid wordt
aangemerkt diegene die vergader- en stemrecht heeft in de decentrale politieke vereniging
en die per jaar minimaal € 12 contributie betaalt aan de decentrale politieke vereniging.
Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene.
UUU
In artikel 57, tweede lid, wordt «verwachtte aantal» telkens vervangen door «verwachte
aantal» en wordt «verwachtte aantallen» vervangen door «verwachte aantallen».
VVV
In artikel 58, eerste en tweede lid, vervalt «, dan wel een afkorting daarvan,».
WWW
Artikel 59 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste, tweede en derde lid wordt «De subsidie» vervangen door «Het subsidiebestandsdeel»,
wordt «verstrekt» vervangen door «verleend» en wordt «verstrekte bedrag» vervangen
door «verleende bedrag».
XXX
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, tweede volzin, wordt na «een verkiezing» ingevoegd «als bedoeld
in de eerste volzin».
2. In het tweede lid, onder c, wordt «definitief is vastgesteld» vervangen door «onherroepelijk
is vastgesteld».
YYY
In artikel 62, derde lid, wordt «artikel 54» vervangen door «artikel 55».
ZZZ
Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of Eerste
Kamer der Staten-Generaal een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop
artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, komen de landelijke politieke
partijen waarvan de aanduiding of afkorting daarvan boven die lijst heeft gestaan
slechts voor subsidie in aanmerking indien:
a. bij de direct daaraan voorafgaande verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of
Eerste Kamer der Staten-Generaal de voor elke betrokken landelijke politieke partij
geregistreerde aanduiding afzonderlijk boven een lijst heeft gestaan waaraan een of
meer zetels zijn toegewezen;
b. bij de direct daaraan voorafgaande verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of
Eerste Kamer der Staten-Generaal de voor de betrokken landelijke politieke partijen
geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan boven een lijst hebben gestaan
waaraan een of meer zetels zijn toegewezen, terwijl eerder is voldaan aan het bepaalde
in het eerste lid, aanhef en onder a; of
c. een combinatie van het bepaalde onder a en b op die lijst van toepassing is.
2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde
lid, wordt een lid ingevoegd luidende:
2. In afwijking van artikel 58 wordt voor de vaststelling van het aantal Kamerzetels
van de betrokken politieke partijen uitgegaan van een daartoe strekkende gezamenlijke
verklaring van de betrokken politieke partijen.
AAAA
Artikel 65 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «politieke verenigingen» vervangen door «landelijke politieke
verenigingen», wordt «één nieuwe politieke vereniging» vervangen door «één nieuwe
landelijke politieke vereniging», wordt «politieke partij» telkens vervangen door
«landelijke politieke partij», wordt «de nieuwe politieke vereniging» vervangen door
«die nieuwe vereniging» en wordt «politieke partijen» vervangen door «landelijke politieke
partijen».
2. In het tweede lid wordt «de politieke partij» vervangen door «de uit de fusie voortkomende
landelijke politieke partij», wordt «de samengevoegde» vervangen door «de gefuseerde»
en vervalt «, of afkortingen daarvan,».
BBBB
Artikel 66, derde lid, vervalt.
CCCC
Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «een politieke partij» vervangen door «een landelijke politieke
partij» en wordt «deze neveninstellingen» vervangen door «haar neveninstellingen».
2. Het derde lid vervalt.
DDDD
In artikel 68 wordt «het bedrag waarvoor subsidie verleend zou kunnen zijn» vervangen
door «het bedrag van de subsidie zoals dat verleend had kunnen zijn» en wordt een
komma ingevoegd na «artikel 57».
EEEE
Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht» vervangen
door «artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht».
2. In het derde lid wordt «het vierde tweede lid» vervangen door «het tweede lid».
FFFF
Artikel 71a wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden: Landelijke politieke vereniging zonder Kamerzetels
2. In het eerste lid wordt «als bedoeld in artikel 1» vervangen door «, dan wel geen
landelijke politieke partij meer zou zijn geweest als bij de laatstgehouden verkiezing
van de leden van een gemeenteraad, een provinciale staten of een algemeen bestuur
niet een of meer zetels waren toegewezen aan een lijst waarboven haar aanduiding stond».
GGGG
Na artikel 71a wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 5A. SUBSIDIE OP BASIS VAN REPRESENTATIE OP DECENTRAAL NIVEAU
§ 1. Subsidieverstrekking
Artikel 71b. Subsidieaanvraag
1. Een landelijke politieke partij kan subsidie aanvragen voor de in artikel 71c aangewezen
subsidiabele activiteiten.
2. De aanvraag wordt vóór 6 april van het subsidiejaar bij de Autoriteit ingediend.
3. De aanvraag bevat ten minste:
a. de statutaire naam van de politieke partij;
b. de op grond van artikel G 1 van de Kieswet voor deze politieke partij geregistreerde
aanduiding
4. Voorts bevat de aanvraag ten aanzien van elke zetel in een vertegenwoordigend orgaan
op basis waarvan subsidie wordt aangevraagd:
a. de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarin bij de laatstgehouden verkiezing
van haar leden een of meer zetels zijn toegewezen aan kandidaten op de lijst met daarboven
de voor deze politieke partij geregistreerde aanduiding;
b. het aantal zetels dat aan de onder a bedoelde lijst is toegewezen.
5. Indien boven de in het vierde lid, onder a, bedoelde lijst een aanduiding heeft gestaan
die gevormd is door samenvoeging van voor de desbetreffende verkiezingen geregistreerde
aanduidingen of afkortingen daarvan als bedoeld in artikel H 3, derde lid, van de
Kieswet bevat de aanvraag tevens deze aanduiding en het aantal aanduidingen waaruit
zij is gevormd.
Artikel 71c. Subsidiabele activiteiten
De subsidie wordt verleend voor uitgaven die plaatsvinden voor activiteiten van de
landelijke politieke partij die gericht zijn op een of meer gemeenten, provincies
of waterschappen. Deze uitgaven hangen direct samen met de volgende activiteiten:
a. politieke vormings- en scholingsactiviteiten;
b. informatievoorziening;
c. het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen
van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen;
d. politiek-wetenschappelijke activiteiten;
e. activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren en andere
ondervertegenwoordigde groepen;
f. het werven van leden;
g. het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij;
h. werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;
i. activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes.
Artikel 71d. Subsidietermijn
De subsidie wordt verleend voor de periode 1 juli tot en met 30 juni van het daaropvolgende
kalenderjaar.
Artikel 71e. Subsidiebedrag
1. De subsidie die aan een landelijke politieke partij wordt verleend, is gelijk aan
de som van de volgende bedragen:
a. voor elke gemeente: per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van
de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke partij geregistreerde
aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan, het in tweede lid genoemde bedrag behorend
bij het inwonertal van die gemeente op 1 januari van het jaar waarin de stemming plaatsvond;
b. voor elke provincie: € 1.137 per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing van de
leden van provinciale staten is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke
partij geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan; en
c. voor elk waterschap: € 432 per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing van de leden
van het algemeen bestuur is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke
partij geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan.
2. Het bedrag per raadszetel in een gemeente bedraagt:
a. Minder dan 40.001 inwoners: € 658;
b. 40.001–60.000 inwoners: € 856;
c. 60.001–100.000 inwoners: € 1.002;
d. 100.001–150.000 inwoners: € 1.137;
e. 150.0001–375.000 inwoners: € 1.325; of
f. meer dan 375.000 inwoners: € 1.613.
3. Indien de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad in een gemeente plaatsvond
op basis van artikel 52 van Wet algemene regels herindeling wordt het inwonertal van
de betreffende gemeente op het moment van herindeling gebruikt.
4. Indien bij een verkiezing een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop
artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, heeft iedere politieke partij
waarvan de aanduiding of afkorting daarvan boven die lijst heeft gestaan recht op
een gelijk deel van het bedrag per zetel. Het bedrag wordt op hele eurocenten afgerond.
Artikel 71f. Beschikking tot subsidievaststelling
1. De Autoriteit besluit op de aanvraag vóór 1 juli van het jaar waarin de periode aanvangt
waarvoor subsidie is aangevraagd.
2. De Autoriteit gaat daarbij direct over tot het nemen van het besluit tot subsidievaststelling.
§ 2. Subsidiëring in bijzondere situaties
Artikel 71g. Fusie politieke partijen
1. Indien twee of meer landelijke politieke verenigingen fuseren in de zin van artikel
309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek door samen één nieuwe landelijke politieke
vereniging op te richten en ten minste één van deze verenigingen op dat moment een
landelijke politieke partij was, wordt de nieuwe landelijke politieke vereniging aangemerkt
als een landelijke politieke partij in de zin van deze wet en komt zij onder dezelfde
voorwaarden als andere politieke partijen met ingang van het kalenderjaar volgend
op het jaar waarin de fusie heeft plaatsgevonden voor subsidie in aanmerking.
2. In afwijking van artikel 71e geldt als het aantal zetels van de politieke partij de
som van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing is toegewezen aan de
lijsten waarboven de aanduidingen van de gefuseerde politieke verenigingen hebben
gestaan of afkortingen daarvan.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een politieke vereniging die bij
een fusie in de zin van artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek het vermogen
van een of meer andere politieke verenigingen onder algemene titel heeft verkregen.
HHHH
Artikel 72 vervalt.
IIII
Artikel 73 komt te luiden:
Artikel 73. Transparantieplicht
1. Een decentrale politieke vereniging maakt op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch
openbaar:
a. een beschrijving van de interne organisatiestructuur van de decentrale politieke vereniging;
b. de statuten van de vereniging en de interne regels die door haar algemene vergadering
of haar bestuur zijn vastgesteld, dan wel direct of indirect op basis van een door
deze organen gegeven bevoegdheid zijn vastgesteld;
c. de voorwaarden die aan het lidmaatschap van de vereniging zijn verbonden;
d. de voorwaarden en procedure voor de kandidaatstelling als en de benoeming tot lid
van het verenigingsbestuur;
e. de samenstelling van het bestuur;
f. de procedure voor de totstandkoming van kandidatenlijsten bij verkiezingen en, indien
van toepassing, de criteria op basis waarvan personen daarvoor worden geselecteerd;
en
g. een overzicht van de neveninstellingen van de vereniging;
2. Een decentrale politieke vereniging houdt de informatie, bedoeld in het eerste lid,
actueel.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden
gesteld over de gegevens die op grond van het eerste lid openbaar worden gemaakt.
JJJJ
Na artikel 73 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 73a. Transparantieplicht in een openbaar lichaam
1. Indien een decentrale politieke vereniging in een openbaar lichaam gevestigd is en
geen mogelijkheid heeft om bescheiden op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch
openbaar te maken als bedoeld in artikel 73, kan zij ervoor kiezen om deze bescheiden
in plaats daarvan openbaar te maken op een sociaalnetwerksite en elektronisch te overleggen
aan de Autoriteit.
2. De openbaarmaking op een sociaalnetwerksite vindt plaats op een wijze dat de documenten
voor alle gebruikers van de sociaalnetwerksite vindbaar en vrij toegankelijk zijn.
3. De bescheiden die aan de Autoriteit zijn overgelegd worden door haar op een algemeen
toegankelijke wijze elektronisch openbaar gemaakt.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de openbaarmaking,
bedoeld in het eerste en derde lid.
KKKK
In de artikelen 93, eerste lid, 99, eerste lid, en 110, derde lid, wordt «politieke
vereniging» vervangen door «decentrale politieke vereniging».
LLLL
Artikel 74 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Een decentrale politieke vereniging wijst haar neveninstellingen aan. Een neveninstelling
is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of stichting, die uitsluitend of
in hoofdzaak erop gericht is activiteiten of werkzaamheden te verrichten ten bate
van hetzij deze politieke vereniging dan wel een kandidaat op een kandidatenlijst
waarboven de voor deze politieke vereniging geregistreerde aanduiding of afkorting
daarvan staat.
2. In het derde lid wordt «Artikel 8» vervangen door «Artikel 73a».
MMMM
Artikel 75 vervalt
NNNN
In artikel 76 wordt aan het slot van onderdeel d de puntkomma vervangen door een punt.
OOOO
In de artikelen 78, eerste lid, aanhef, 79, eerste lid, aanhef, 80, tweede lid, 81,
eerste lid, aanhef, 83, eerste lid, 84, eerste lid, aanhef, 85, eerste lid, 86, eerste
lid, 87, eerste lid, 88, eerste lid, en 94, eerste lid, aanhef, wordt «politieke partij»
vervangen door «decentrale politieke vereniging».
PPPP
Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, wordt «van de financiële positie van de partij» vervangen
door «van haar financiële positie».
2. In het eerste lid, onder a, wordt «ontvangen subsidie» vervangen door «aan haar
verleende subsidie».
3. In het eerste lid, onder b, wordt «aanvaarde» vervangen door «ontvangen».
QQQQ
Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, aanhef, wordt «aanvaarde» vervangen door «ontvangen».
2. Het derde lid komt te luiden:
3. In afwijking van het eerste lid kan een politieke vereniging de registratie van een
bijdrage van haar neveninstelling achterwege laten.
3. Het vierde lid vervalt.
RRRR
In artikel 81, eerste lid, onder a, wordt «crediteur» vervangen door «debiteur».
SSSS
Het opschrift van paragraaf 3 van hoofdstuk 7 komt te luiden: Beperkingen van de mogelijkheid
bijdragen te aanvaarden.
TTTT
Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het opschrift komt te luiden: Bijdragen van Nederlanders en personen woonachtig
in Nederland.
2. In het eerste lid wordt «een politieke partij» vervangen door «een decentrale politieke
vereniging», wordt «een donateur, zijnde een natuurlijk persoon,» vervangen door «een
natuurlijk persoon in één kalenderjaar», wordt «de politieke partij» vervangen door
«zij» en wordt «donateur ingezetene is van Nederland» vervangen door «gever een woonadres
heeft in Nederland».
3. In het tweede en derde lid wordt «ingezetene is van Nederland» vervangen door «een
woonadres heeft in Nederland».
UUUU
Artikel 83 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «natuurlijk personen» vervangen door «natuurlijke personen».
2. In het eerste lid wordt «van een donateur, zijnde een natuurlijk persoon,» vervangen
door «van een natuurlijk persoon» en wordt na «heeft ontvangen» een komma ingevoegd.
VVVV
Artikel 84 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt «eerste lid, onderdeel c» vervangen door «eerste lid, onder
c».
2. Onder vernummering van het derde tot en met zesde lid tot vierde tot en met zevende
lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. Indien een decentrale politieke vereniging de in het eerste lid, onder c, en tweede
lid bedoelde gegevens in een kalenderjaar heeft opgevraagd, mag zij gedurende dat
kalenderjaar uitgaan van de juistheid van die gegevens.
3. In het zesde lid (nieuw) wordt «derde of vierde lid» vervangen door «vierde of
vijfde lid».
WWWW
Artikel 85 wordt als volgt gewijzigd.
1. In het eerste lid wordt «een donateur, zijnde een vereniging of stichting» vervangen
door «een vereniging of stichting», vervalt de komma na «als haar neveninstelling»,
en wordt «van een donateur ontvangen giften» vervangen door «van elke gever ontvangen
bijdrage».
2. In het eerste, derde en vierde lid wordt «€ 250» telkens vervangen door «€ 1.000».
3. In het vierde lid, eerste volzin, vervalt «dan».
4. In het vijfde lid wordt «overgemaakte gift» vervangen door «overgemaakt geldbedrag».
XXXX
In artikel 86, vierde lid, wordt «overgemaakte gift» vervangen door «overgemaakt geldbedrag».
YYYY
Artikel 87 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, wordt «aanvaart» vervangen door «aanvaardt» en wordt «anonieme
gift» vervangen door «bijdrage van een gever van wie niet alle op basis van deze wet
te registreren gegevens en bescheiden zijn ontvangen».
2. In het vierde lid wordt «overgemaakte gift» vervangen door «overgemaakt geldbedrag».
ZZZZ
Artikel 88 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «per donateur» vervangen door «van elke gever» en wordt
«per jaar» vervangen door «per kalenderjaar».
2. In het tweede lid wordt «donatiegrens» telkens vervangen door «limiet» en wordt
achter «mogelijk is» een komma ingevoegd.
3. In het derde lid wordt «donatiegrens» telkens vervangen door «limiet».
4. In het vierde lid wordt «overgemaakte gift» vervangen door «overgemaakt geldbedrag».
AAAAA
In de artikelen 89, eerste lid, 90, eerste lid, 91, eerste lid, 96, 97, eerste lid,
aanhef, 98, eerste lid, 99, eerste lid, 100, eerste lid, aanhef, 102, eerste lid,
en 104, tweede lid, wordt «politieke partij» vervangen door «decentrale politieke
partij».
BBBBB
Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onder a, wordt «een overzicht van de giften met een cumulatieve
waarde van meer dan € 250 die de partij in dat kalenderjaar van een donateur heeft
aanvaard» vervangen door «een overzicht van de gevers van wie de politieke partij
in dat kalenderjaar een of meer bijdragen met cumulatief een waarde van meer dan € 250
heeft aanvaard».
2. In het tweede lid, onder c, wordt «de gegevens die op grond van artikel 81, eerste
lid, zijn geregistreerd» vervangen door «de gegevens die bij of krachtens artikel
81, eerste lid, zijn geregistreerd».
3. In het tweede lid, onder d, wordt «aangenomen» vervangen door «aanvaard» en wordt
«82, tweede en derde lid, 83, tweede en derde lid, 84, derde en vierde lid, 85, derde
of vierde lid, 86, tweede en derde lid, 87, tweede en derde lid, of 88, tweede en
derde lid,» vervangen door «artikel 82, tweede of derde lid, 83, tweede of derde lid,
84, vierde of vijfde lid, 85, derde of vierde lid, 86, tweede of derde lid, 87, tweede
of derde lid, of 88, tweede of derde lid,».
4. In het derde lid wordt «een politieke partij» vervangen door «de politieke partij».
5. Het vierde lid komt te luiden:
4. Van de adresgegevens die voorkomen op de in het tweede lid, onder a en b, genoemde
overzichten, maakt de decentrale politieke partij uitsluitend de woon- of vestigingsplaats
openbaar. Indien een natuurlijke person gelet op het belang van zijn veiligheid bezwaar
heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam en woonplaats, kan dit achterwege blijven.
6. In het vijfde lid wordt «een politieke partij is geweest als bedoeld in artikel
1,» vervangen door «een decentrale politieke partij is geweest» en wordt «een politieke
partij als bedoeld in artikel 1 is geweest» vervangen door «een decentrale politieke
partij is geweest».
7. In het zesde lid wordt «Artikel 8» vervangen door «Artikel 73a».
8. In het zevende lid wordt «vier jaar» vervangen door «vier jaren».
CCCCC
Artikel 90 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «ontvangst» vervangen door «aanvaarding».
2. In het eerste lid wordt na «of haar neveninstellingen» ingevoegd «gezamenlijk of
afzonderlijk» en wordt «heeft ontvangen» vervangen door «heeft aanvaard».
3. In het derde lid wordt «Artikel 89, vierde en zesde lid, is» vervangen door «De
artikelen 73a en 89, vierde en zevende lid, zijn»
4. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.
DDDDD
Artikel 92 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Op een neveninstelling van een decentrale politieke vereniging zijn de artikelen 76
tot en met 87 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking
van artikel 79, derde lid, de neveninstelling de registratie van een bijdrage van
de decentrale politieke vereniging waaraan zij gelieerd is achterwegen mag laten.
2. In het vierde lid wordt na «een neveninstelling» ingevoegd «van een decentrale
politieke partij».
EEEEE
In artikel 93, eerste lid, wordt «is dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing
op deze politieke vereniging met ingang van het eerste kalenderjaar na het jaar waarin
de afsplitsing heeft plaatsgevonden» vervangen door «is met ingang van het eerste
kalenderjaar na het jaar waarin de afsplitsing heeft plaatsgevonden op deze politieke
vereniging en haar neveninstellingen het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde ten
aanzien van decentrale politieke partijen en hun neveninstellingen van overeenkomstige
toepassing».
FFFFF
Artikel 94 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid, onder b, vervalt «als bedoeld in artikel 92».
2. Het tweede lid, onder c, vervalt onder vervanging van de puntkomma achter onderdeel
a door «; en» en vervanging door het slot van onderdeel b door een punt.
GGGGG
Hoofdstuk 8, paragraaf 1, vervalt onder vernummering van de paragrafen 2 tot en met
4 tot de paragrafen 1 tot en met 3.
HHHHH
In artikel 96 wordt «gift van een donateur» vervangen door «bijdrage».
IIIII
Artikel 97 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onder a, wordt «een overzicht van de giften met een cumulatieve
waarde van meer dan € 250 die de partij in een kalenderjaar van een donateur heeft
ontvangen» vervangen door «een overzicht van de gevers van wie de politieke partij
in dat kalenderjaar een of meer bijdragen met cumulatief een waarde van meer dan € 250
heeft aanvaard,» en wordt «Artikel 79, derde en vierde lid,» vervangen door «Artikel
79, derde lid,».
2. In het eerste lid, onder c, wordt «de gegevens die op grond van artikel 81, eerste
lid, zijn geregistreerd» vervangen door «de gegevens die bij of krachtens artikel
81, eerste lid, zijn geregistreerd».
3. In het eerste lid, onder d, wordt «heeft aangenomen» vervangen door «heeft aanvaard»
en wordt «82, tweede en derde lid, 83, tweede en derde lid, 84, derde en vierde lid,
85, derde of vierde lid, 86, tweede en derde lid, 87, tweede en derde lid, of 88,
tweede en derde lid,» vervangen door «artikel 82, tweede of derde lid, 83, tweede
of derde lid, 84, vierde of vijfde lid, 85, derde of vierde lid, 86, tweede of derde
lid, 87, tweede of derde lid, of 88, tweede of derde lid,».
4. In het vijfde lid wordt «De artikelen 8 en 89, vierde tot en met zesde lid, zijn»
vervangen door «De artikelen 73a en 89, vierde, vijfde en zevende lid, zijn» en wordt
«bedoelde overzichten» vervangen door «genoemde overzichten».
JJJJJ
In artikel 100, tweede lid, onder b, vervalt «van een politieke partij».
KKKKK
Hoofdstuk 9, paragraaf 1, vervalt onder vernummering van paragraaf 2 en 3 tot paragraaf
1 en 2.
LLLLL
Artikel 102 wordt als volgt gewijzigd:
1. in het eerste lid wordt «voor in deze wet» vervangen door «voor de in artikel 104».
2. In het tweede lid, vervalt onderdeel a onder verlettering van onderdeel b en c
tot onderdeel a en b.
3. Het derde tot en met vijfde lid komen te luiden:
3. De aanvraag bevat ten minste:
a. de statutaire naam van de politieke partij;
b. de op grond van artikel G 2, G 2a of G 3 van de Kieswet voor deze politieke partij
geregistreerde aanduiding.
4. Voorts bevat de aanvraag ten aanzien van elke zetel in een vertegenwoordigend orgaan
op basis waarvan subsidie wordt aangevraagd:
a. de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarin bij de laatstgehouden verkiezing
van haar leden een of meer zetels zijn toegewezen aan kandidaten op de lijst met daarboven
de voor deze politieke partij geregistreerde aanduiding;
b. het aantal zetels dat aan de onder a bedoelde lijst is toegewezen.
5. Indien boven de in het vierde lid, onder a, bedoelde lijst een aanduiding heeft
gestaan die gevormd is door samenvoeging van voor de desbetreffende verkiezingen geregistreerde
aanduidingen of afkortingen daarvan als bedoeld in artikel H 3, derde lid, van de
Kieswet bevat de aanvraag tevens deze aanduiding en het aantal aanduidingen waaruit
zij is gevormd.
MMMMM
Artikel 103 vervalt.
NNNNN
Artikel 106 komt te luiden:
Artikel 106. Subsidiebedrag
1. De subsidie die aan een politieke partij wordt verleend, is gelijk aan de som van
de volgende bedragen:
a. voor elke gemeente: per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van
de raad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke partij geregistreerde
aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan het in tweede lid genoemde bedrag behorend
bij het inwonertal van die gemeente op 1 januari van het jaar waarin de stemming plaatsvond;
b. voor een provincie: € 1.137 per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing van de
leden van provinciale staten is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke
partij geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan; en
c. voor een waterschap: € 432 per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing van de leden
van het algemeen bestuur is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke
partij geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan.
2. Het bedrag per raadszetel in een gemeente bedraagt:
a. Minder dan 40.001 inwoners: € 658;
b. 40.001–60.000 inwoners: € 856;
c. 60.001–100.000 inwoners: € 1.002;
d. 100.001–150.000 inwoners: € 1.137;
e. 150.0001–375.000 inwoners: € 1.325; of
f. meer dan 375.000 inwoners: € 1.613.
3. Indien de laatstgehouden verkiezing van de leden van de raad in een gemeente plaatsvond
op basis van artikel 52 van Wet algemene regels herindeling wordt het inwonertal van
de betreffende gemeente op het moment van herindeling gebruikt.
4. Indien bij een verkiezing een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarop
artikel H 3, derde lid, van de Kieswet is toegepast, heeft iedere politieke partij
waarvan de aanduiding of afkorting daarvan boven die lijst heeft gestaan recht op
een gelijk deel van het bedrag per zetel. Het bedrag wordt op eurocenten afgerond.
OOOOO
Artikel 108 vervalt.
PPPPP
Artikel 109 vervalt.
QQQQQ
Artikel 110 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «politieke verenigingen» vervangen door «decentrale politieke
verenigingen», wordt «één nieuwe politieke vereniging» vervangen door «één nieuwe
decentrale politieke vereniging», wordt «politieke partij» telkens vervangen door
«decentrale politieke partij», wordt «de nieuwe politieke vereniging» vervangen door
«die nieuwe vereniging» en wordt «politieke partijen» vervangen door «decentrale politieke
partijen».
2. In het tweede lid wordt «de politieke partij» vervangen door «de uit de fusie voortkomende
decentrale politieke partij» en wordt «de samengevoegde» vervangen door «de gefuseerde».
3. In het derde lid wordt «politieke verenigingen» vervangen door «decentrale politieke
verenigingen».
RRRRR
Artikel 112, onder b, komt te luiden:
b. het verstrekken van subsidie op basis van deze wet;
SSSSS
Artikel 115, tweede lid, komt te luiden:
2. Voor benoeming komt niet in aanmerking degene die op enig moment in de periode
vier jaren daaraan voorafgaand een van de in het eerste lid genoemde ambten heeft
bekleed.
TTTTT
Artikel 117 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «Secretariaat» vervangen door «Bureau».
2. In het eerste lid wordt «secretariaat» telkens vervangen door «bureau».
3. In het tweede lid vervalt de zinsnede «voorzitter van de».
UUUUU
In artikel 118 wordt «is niet van toepassing» vervangen door «zijn niet van toepassing».
VVVVV
In artikel 121, derde lid, wordt «het eerste lid, onderdeel b» vervangen door «het
eerste lid, onder b».
WWWWW
Na artikel 121 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 121a. Informatiepositie
Op verzoek van de Autoriteit verschaft een op grond van de Kieswet ingesteld centraal
stembureau haar informatie betreffende de aanduidingen die bij hem geregistreerd zijn
en de namen en contactgegevens van de rechtspersonen op wier verzoek deze aanduidingen
zijn geregistreerd.
XXXXX
Artikel 124 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt «8, eerste lid,», wordt «42, eerste en tweede lid, en»
vervangen door 42, eerste en tweede lid, 73a,», wordt «89, eerste tot en met vierde
en zesde lid» vervangen door «89, eerste tot en met vijfde en zevende lid», en wordt
«en 97» vervangen door «of 97».
2. In het tweede lid wordt «bedoeld in» vervangen door «genoemd in».
3. In het vijfde lid wordt «een politieke partij» vervangen door «een landelijke politieke
partij of decentrale politieke partij».
YYYYY
In artikel 126 wordt «het centraal stembureau» vervangen door «het betreffende centraal
stembureau».
ZZZZZ
Artikel 128 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «Deze afdeling» vervangen door «Deze paragraaf».
2. Het tweede lid vervalt alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.
AAAAAA
Na artikel 128 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 128a. Subsidieverlening
Titel 4.1 en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige
toepassing op het verlenen van subsidie op grond van artikel 71g of 107.
Artikel 128b. Bestuursrechtelijke geldschulden
Indien en voor zover de toepassing van deze wet leidt tot een bestuursrechtelijke
geldschuld als bedoeld in artikel 4:85, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
is Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht daarop van overeenkomstige toepassing
met dien verstande dat:
a. In artikel 4:98, eerste en vierde lid, in plaats van «artikel 119, eerste en tweede
lid, 120, eerste lid, en 125 van Boek 6 het Burgerlijk Wetboek» wordt gelezen: artikel
119, eerste en tweede lid, 120 en 125 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek BES.
b. In artikel 4:98, tweede lid, in plaats van «€ 10» en «€ 20» respectievelijk wordt
gelezen: 10 USD en 20 USD.
c. In artikel 4:116 in plaats van «Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering» wordt gelezen:
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.
Artikel 128c. Toezicht en handhaving
1. Titel 5.1 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op de
oplegging van een last onder bestuursdwang of een bestuurlijke boete als bedoeld in
artikel 123 en 124, met dien verstande dat in artikel 5:1, derde lid, in plaats van
«artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht» wordt gelezen: artikel
53, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.
2. Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op een
toezichthouder als bedoeld in artikel 121, eerste lid, met uitzondering van de artikelen
5.18 en 5.19 en met dien verstande dat in artikel 5:16a in plaats van «artikel 1 van
de Wet op de identificatieplicht» wordt gelezen: artikel 2 van de Wet identificatieplicht
BES.
3. Titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de oplegging van
een bestuurlijke herstelsanctie als bedoeld in artikel 123.
4. Titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de oplegging van
een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 124, met dien verstande dat:
a. in artikel 5:46, vierde lid, in plaats van «Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek
van Strafrecht» wordt gelezen: artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht
BES;
b. in artikel 5:47 in plaats van «artikel 12i van het Wetboek van strafvordering» wordt
gelezen: artikel 25 van het Wetboek van Strafvordering BES;
c. in artikel 5:48 in plaats van «artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering» wordt
gelezen: artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering BES; en
d. in artikel 5:53, eerste lid, wordt in plaats van «€ 340» gelezen: 340 USD.
BBBBBB
De artikelen 129 tot en met 138 vervallen.
CCCCCC
In hoofdstuk 12 wordt vóór artikel 139 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 138a. Toepasselijkheid art. 2:20 BW
Artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op een politieke
vereniging.
DDDDDD
Artikel 139, eerste lid, komt te luiden:
1. Indien de doelstelling of werkzaamheden van een politieke vereniging een daadwerkelijke
en ernstige bedreiging vormt voor de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat,
wordt deze politieke vereniging op verzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad
door de Hoge Raad verboden verklaard en ontbonden.
EEEEEE
In artikel 140 wordt «Op verzoek van de procureur-generaal» vervangen door «Op verzoek
van de procureur-generaal bij de Hoge Raad».
FFFFFF
In het opschrift «DEEL 6. WIJZIGINGS-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN» wordt «DEEL 6»
vervangen door «DEEL 5».
GGGGGG
Artikel 141 komt te luiden:
Artikel 141. Wijziging Kieswet
A
Artikel G 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De mededeling
omvat ten minste de aanduiding waarop het verzoek betrekking had en de statutaire
naam van de vereniging die het verzoek heeft ingediend.
2. In het, zevende lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot de onderdelen
d en e een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
c. de politieke groepering niet langer een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
is;
B
Artikel G 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De mededeling
omvat ten minste de aanduiding waarop het verzoek betrekking had en de statutaire
naam van de vereniging die het verzoek heeft ingediend.
2. In het, zevende lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot de onderdelen
d en e een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
c. de politieke groepering niet langer een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
is;
C
Artikel G 2a wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De mededeling
omvat ten minste de aanduiding waarop het verzoek betrekking had en de statutaire
naam van de vereniging die het verzoek heeft ingediend.
2. In het G 2a, zevende lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot
de onderdelen d en e een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
c. de politieke groepering niet langer een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
of stichting is;
D
Artikel G 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: De mededeling
omvat ten minste de aanduiding waarop het verzoek betrekking had en de statutaire
naam van de vereniging die het verzoek heeft ingediend.
2. In het, zevende lid, wordt onder verlettering van de onderdelen c en d tot de onderdelen
d en e een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
c. de politieke groepering niet langer een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
is;
HHHHHH
Na artikel 141 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 141a. Wijziging Mediawet 2008
De Mediawet 2008 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede met betrekking tot de politieke partij vervalt.
2. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:
politieke vereniging: een vereniging waarvoor door het centraal stembureau op grond
van artikel G 1, Q 6 dan wel Y 2 juncto G 1 van de Kieswet een aanduiding is geregistreerd
voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer of het Europees
Parlement;
B
In de artikelen 2.121, eerste lid, onder e, en 2.122, tweede lid, onder b, wordt «politieke
partijen» vervangen door «politieke verenigingen».
C
In de opschriften van hoofdstuk 6, titel 6.1, afdeling 6.1.1 en afdeling 6.1.3 wordt
«politieke partijen» vervangen door «politieke verenigingen».
D
In artikel 6.1, eerste lid en tweede lid, onder a en b, wordt «politieke partijen»
vervangen door «politieke verenigingen».
E
Artikel 6.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en derde lid, wordt «politieke partij» telkens vervangen door «politieke
vereniging».
2. In het tweede lid wordt «politieke partij» telkens vervangen door «politieke vereniging»
en wordt «artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht is» vervangen door «artikel 83
van het Wetboek van Strafrecht».
F
In de artikelen 6.3, eerste en tweede lid, en 6.4 wordt «politieke partij» vervangen
door «politieke vereniging».
G
In de artikelen 6.7, eerste lid, 6.8 en 7.18 wordt «politieke partijen» vervangen
door «politieke verenigingen».
Artikel 141b. Wijziging Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
In artikel 32a van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek vervalt het tweede lid
alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid.
Artikel 141c. Wijziging Wet op de politieke partijen
Deze wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1 wordt in de zinsnede decentrale politieke vereniging «artikel G 2, G
2a of G 3 van de Kieswet» vervangen door «artikel G 2, G 2a, G 3 of Ya 13 jo. G 3
van de Kieswet
B
In artikel 46, tweede lid, wordt na «de raad van een gemeente,» ingevoegd «een eilandsraad,».
C
In artikel 71b wordt na «de leden van de raad van een gemeente,» ingevoegd «een eilandsraad,».
D
In artikel 71d, aanhef, wordt achter «gemeenten,» ingevoegd «eilandsraden,».
E
In artikel 71e, eerste lid, wordt aan het slot van onderdeel b «; en» vervangen door
een puntkomma, wordt de punt aan het slot van onderdeel c vervangen door «; en » en
wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. voor elk openbaar lichaam: € 1.137 per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing
van de leden van de eilandsraad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke
partij geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan.
F
In artikel 95 wordt na «de leden de raad van een gemeente,» ingevoegd «een eilandsraad,».
G
In artikel 102, derde lid, onder b, wordt «artikel G 2, G 2a of G 3 van de Kieswet»
vervangen door «artikel G 2, G 2a, G 3 of Ya 13 jo. G 3 van de Kieswet».
H
In artikel 106, eerste lid, wordt aan het slot van onderdeel b «; en» vervangen door
een puntkomma, wordt de punt aan het slot van onderdeel c vervangen door «; en » en
wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. voor een openbaar lichaam: 1.137 USD per zetel die bij de laatstgehouden verkiezing
van de leden van de eilandsraad is toegekend aan de lijst waarboven de voor deze politieke
partij geregistreerde aanduiding of afkorting daarvan heeft gestaan.
I
In artikel 124, tweede lid, wordt na «artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van
Strafrecht» ingevoegd «dan wel artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van strafrecht
BES».
J
In artikel 126 wordt «artikel G 1, G 2, G 2a of G 3 van de Kieswet» vervangen door
«artikel G 1, G 2, G 2a, G 3 of Ya 13 jo. G 3 van de Kieswet».
IIIIII
Artikel 143 komt te luiden:
Artikel 143. Wijziging Wet open overheid
De bijlage bij artikel 8.8 van de Wet open overheid wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede met betrekking tot de Wet financiering politieke partijen vervalt.
2. In de alfabetische volgorde wordt ingevoegd:
Wet op de politieke partijen, de artikelen 27, 32, 33, 41, 42 en 43
JJJJJJ
Artikel 145 vervalt.
KKKKKK
In artikel 146, eerste lid, wordt «Aanvragen en bezwaarschriften» vervangen door «Aanvragen
op grond van de Wet financiering politieke partijen en bezwaarschriften tegen besluiten
op grond van die wet».
LLLLLL
Artikel 149 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt «(Comptabiliteitswet 2016)» vervangen door «Comptabiliteitswet
2016».
2. De zinsnede «hoofdstuk 5 of 9 van deze wet verstrekte subsidies» wordt vervangen
door «hoofdstuk 5, 5a of 9 van deze wet verleende subsidies».
TOELICHTING
1 Algemeen deel
Met deze tweede nota van wijziging wordt een groot aantal verbeteringen aangebracht
in het voorstel van wet houdende de Wet op de politieke partijen. Het betreft hoofdzakelijk
technische verbeteringen zoals correcties van onjuiste verwijzingen, tekstuele aanpassingen
waar de Aanwijzingen voor de regelgeving niet goed waren opgevolgd en stilistische
verbeteringen. Daarnaast hebben recente ervaringen aanleiding gegeven het voorstel
op een tweetal onderdelen inhoudelijk aan te passen.
Op de eerste plaats zal niet langer worden voorgeschreven dat de adresgegevens van
rechtspersonen die een substantiële gift hebben geschonken aan een politieke partij
of een van haar neveninstellingen openbaar gemaakt moeten worden (§ 1.1). Deze aanpassing
is ook aangekondigd in de nota naar aanleiding van het verslag. Op de tweede plaats
wordt het mogelijk gemaakt dat deze wet voor decentrale politieke verenigingen in
Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een later moment in werking treedt (§ 1.2).
1.1 Beperking openbaarmaking adressen
Op grond van het voorgestelde artikel 22, eerste lid, van de Wet op de politieke partijen
registreert een politieke partij van elke rechtspersoon die haar een donatie doet
de adresgegevens, ongeacht de hoogte van deze donatie. Heeft een rechtspersoon in
een kalenderjaar meer dan € 1.000,– aan een politieke partij gedoneerd, dan worden
haar naam en adres opgenomen in het zogenoemde overzicht van giften. Ingevolge het
voorgestelde artikel 27, tweede lid, onderdeel a, is dit overzicht een onderdeel van
het financieel verslag. Het financieel verslag dient jaarlijks door de politieke partij
aan de Autoriteit te worden aangeleverd en wordt op grond van het voorgestelde artikel
32, eerste lid, door de laatste ook actief openbaar gemaakt. Ten aanzien van in het
financieel verslag voorkomende adresgegevens van natuurlijke personen was in het voorstel
van wet al geregeld dat daarvan alleen de woonplaats openbaar gemaakt zou worden.
Dit in navolging van artikel 25, vijfde lid, van de Wet financiering politieke partijen.
Met deze tweede nota van wijziging wordt het voorstel van wet in dier voege gewijzigd
dat van adressen in alle gevallen alleen de woonplaats nog openbaar wordt gemaakt.
Dit leidt tot uniformiteit, zodat de regeling eenvoudiger is uit te voeren. Ook lijkt
de meerwaarde van het openbaar maken van de adresgegevens van gevers, niet zijnde
natuurlijke personen, in de praktijk betrekkelijk gering te zijn. Daar komt bij dat
het nu voorkomt dat het vestigingsadres van een rechtspersoon gelijk is aan het woonadres
van de uiteindelijk belanghebbende. In die situatie bereikt de huidige regeling haar
doel niet. Weliswaar wordt in dat geval van het adres van de uiteindelijk belanghebbende
omwille van diens privacy alleen de woonplaats openbaar gemaakt, maar diens woonadres
is alsnog openbaar omdat het adres waarop de rechtspersoon gevestigd is nog wél openbaar
gemaakt moet worden. De voorgestelde aanpassing lost dit probleem op. Zij is opgenomen
in de onderdelen RR en BBBBB onder 4. Ten aanzien van decentrale politieke partijen
is een vergelijkbare voorziening getroffen.
1.2 Gefaseerde inwerkingtreding
Blijkens het verslag is er in uw Kamer, terecht, veel aandacht voor de uitvoerbaarheid
van de Wet op de politieke partijen. Transparantie is belangrijk, maar gaat vaak gepaard
met administratieve lasten en het risico dat gevers omwille van hun privacy afhaken,
of zelfs manieren zoeken om de regelgeving over de financiering van politieke verenigingen
te ontwijken. Als het voorstel van de regering wordt gevolgd, dan verandert er met
de komst van de Wet op de politieke partijen niet veel voor landelijke politieke partijen.
Bij het concipiëren van het onderhavige voorstel van wet is in veel opzichte aansluiting
gezocht bij de bestaande Wet financiering politieke partijen, waarbij van de gelegenheid
gebruik is gemaakt de bestaande regeling waar nodig te verduidelijken of te verbeteren.
Voor decentrale politieke partijen verandert er meer. Zij zullen bijvoorbeeld in aanmerking
komen voor subsidie en aan de transparantievoorschriften moeten voldoen.
In de nota naar aanleiding van het verslag is aangegeven dat de Wet op de politieke
partijen gefaseerd in werking zal treden. Dit is gedaan om de nieuw in te stellen
Nederlandse autoriteit politieke partijen (Napp) de tijd te geven zichzelf voor de
bereiden op de taken en bevoegdheden die krachtens de wet aan hem worden toegekend.
De autoriteit zal niet alleen optreden als toezichthouder, maar ook het eerste aanspreekpunt
zijn voor politieke partijen en hun neveninstellingen voor al hun vragen over de uitvoering
van de wet. Ook kan de Napp uit zichzelf voorlichting geven en informatie verstrekken.
Ten aanzien van in de openbare lichamen Bonaire, Eustatius en Saba gevestigde decentrale
politieke verenigingen heeft de Napp daarenboven een rol om hen te helpen bij het
voldoen aan de transparantievoorschriften. Dit laatste vergt evenwel nog nadere uitwerking.
Om te voorkomen dat de inwerkingtreding van de wet hierdoor vertraagd wordt, wordt
met deze tweede nota van wijziging de mogelijkheid geschapen om de bepalingen ten
aanzien van decentrale politieke verenigingen die in Caribisch Nederland gevestigd
zijn op een later moment in werking te laten treden. Het kabinet streeft er wel naar
om de inwerkingtreding in Caribisch Nederland uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding
in Europees Nederland te realiseren. Dit vanwege het belang van goed bestuur en integriteit
op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit biedt bovendien de kans om voorafgaand aan
de inwerkingtreding flankerend beleid te initiëren om decentrale politieke verenigingen
in Caribisch Nederland te ondersteunen en versterken. Zie ook onderdelen GGGGG en
HHHHHH en de bijbehorende artikelsgewijze toelichting.
2 Artikelsgewijze toelichting
A onder 1 en C, T en QQQQ (art. 1 en 3 Wpp)
Afdelingen
Omdat een afdeling van een vereniging niet zelfstandig de drager kan zijn van vermogensrechtelijke
rechten en juridische plichten, zijn de bepalingen die betrekking hadden op afdelingen
met deze tweede nota van wijziging uit het voorstel van wet geschrapt. Op afdelingen
van politieke verenigingen zijn geen andere voorschriften van toepassing dan op de
politieke vereniging waarvan zij een onderdeel zijn. Deze wijziging werkt ook door
in de artikelen 17 en 79 (onderdelen T en QQQQ).
A onder 2 (art. 1 Wpp)
Algemeen bestuur
De in artikel 1 opgenomen definitie van het begrip «algemeen bestuur» verwees naar
de definitiebepaling in de Kieswet die op zijn beurt voor de betekenis van dit begrip
weer verwijst naar de Waterschapswet. Dit was niet in lijn met aanwijzing 3.27, tweede
lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Met deze tweede nota van wijziging wordt
dit gecorrigeerd.
A onder 3 en XXXXX onder 2 (art. 1 Wpp)
Bedoeld versus genoemd
Ingevolge aanwijzing 3.31 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt de uitdrukking
«genoemd» gebruikt als verwezen wordt naar personen, zaken of onderwerpen die met
name worden aangeduid. De uitdrukking «bedoeld» wordt gebruikt als wordt verwezen
naar personen, zaken of onderwerpen die in algemene of omschrijvende zin worden aangeduid.
In een aantal bepalingen is het gebruik van deze uitdrukkingen gecorrigeerd. Het betreft
de artikelen 1 (onderdeel A) en 124 (onderdeel XXXXX).
A onder 4 en 5, R, S, U, V, W, X, Y, AA, BB, DD, FF, JJ, HH en SSSS (art. 1 Wpp)
Deze onderdelen betreffen een aantal taalkundige verbeteringen. In het voorstel van
wet is het begrip gift geïntroduceerd als alternatief voor het in de Wet financiering
politieke partijen voorkomende kernbegrip bijdrage. Daarbij is benadrukt dat met deze
wijziging materieel geen verandering is beoogd (MvT § 5.4.1). Gelet op dit gegeven
geeft de regering er bij nader inzien de voorkeur aan om het begrip bijdrage uit de
Wfpp te behouden. Hoewel de meeste bijdragen in de praktijk giften zijn, komt de betekenis
van het woord gift in het dagelijks spraakgebruik niet overeen met de betekenis die
het woord bijdrage in de Wfpp heeft en met de komst van de Wpp ook behoudt. Dat is
in strijd met aanwijzing 5.1, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
In de Wfpp wordt een bijdrage gedefinieerd als «een geldelijke bijdrage, anders dan
subsidie, of een bijdrage in natura». Onder bijdragen vallen daarmee schenkingen,
maar ook inkomsten uit afdrachten en andere geldelijke inkomsten. Ook als daar een
tegenprestatie tegenover staat. Het begrip bijdrage is daarom taalkundig passender
dan het begrip gift. Als gevolg hiervan worden met deze tweede nota van wijziging
overal in het voorstel van wet de begrippen «geldelijke gift», «gift in natura», «giften
in natura» en «Giften in natura» vervangen door respectievelijk «geldelijke bijdrage»
(onderdeel V), «bijdrage in natura» (onderdeel W), «bijdragen in natura» (onderdeel
Y), en «Bijdragen in natura» (onderdeel U); worden de woorden «gift», «giften» en
«Giften» vervangen door respectievelijk «bijdrage» (onderdeel BB), «bijdragen» (onderdelen
R en AA), «Bijdragen» (onderdeel FF); en worden de woorden «donatie» en «donateur»
in lijn met de Wfpp vervangen door respectievelijk «bijdrage» (onderdeel HH), «gever»
(onderdelen S en JJ). Kortom: de vertrouwde terminologie blijft behouden. Van de gelegenheid
is gebruik gemaakt om de redactie van een enkele bepaling op dit punt te verbeteren
(onderdelen X, DD en SSSS).
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de definitie van het begrip bijdrage aan
te scherpen. Inkomsten die een politieke vereniging heeft in de vorm van rente of
dividend, zijn geen bijdragen in de zin van de Wpp. Een landelijke politieke vereniging
registreert de door haar ontvangen rente en dividenden in haar financiële administratie
als overige inkomsten in de zin van artikel 16, eerste lid, onderdeel c. Een decentrale
politieke vereniging doet hetzelfde op grond van artikel 78, eerste lid, onderdeel
c.
De definitie van het begrip bijdrage in natura is verduidelijkt. Om aangemerkt te
kunnen worden als een bijdrage in natura is het irrelevant of een politieke vereniging
heeft verzocht om een goed of dienst ter beschikking te stellen of te leveren of dat
de gever zelf het initiatief heeft genomen om de politieke vereniging deze zaak of
dienst ter beschikking te stellen of te leveren om niet of tegen lagere kosten dan
gebruikelijk. Aanvaarding is, net als bij geldelijke bijdrage, geen voorwaarde. Dat
een politieke vereniging een bijdrage in natura heeft ontvangen, maakt niet dat zij
de bijdrage ook moet aanvaarden. In sommige gevallen staat de wet ook aan aanvaarding
in de weg. In dat geval geeft de politieke vereniging de bijdrage in natura zo mogelijk
aan de gever terug.
A onder 6, 7, 11, 12 en 15 t/m 17, D en SSS onder 1 (art. 1 en 4 Wpp)
(decentrale/landelijke) politieke (vereniging/partij)
Omdat de regels die bedoeld waren voor de afdelingen van politieke verenigingen met
deze nota van wijziging zijn komen te vervallen, kunnen enkele definities in het voorstel
van wet worden samengevoegd en vereenvoudigd. Dit verhoogt de leesbaarheid van deze
wet.
Van een landelijke politieke vereniging is sprake als het centraal stembureau voor
een politieke groepering een aanduiding heeft geregistreerd voor het gebruik bij Eerste
Kamer-, Tweede Kamer- of Europees Parlementsverkiezingen (onderdeel A onder 13). Aanduidingen
die voor het gebruik bij Tweede Kamerverkiezingen zijn geregistreerd hebben op grond
van de Kieswet doorwerking en kunnen ook bij provinciale staten-, waterschaps- en
gemeenteraadsverkiezingen worden gebruikt (art. G 4 lid 1 Kieswet). Worden bij een
verkiezing een of meer zetels toegewezen aan een lijst waarboven de aanduiding van
een landelijke politieke vereniging of een afkorting daarvan stond, dan is die politieke
groepering op dat moment een landelijke politieke partij in de zin van deze wet (onderdeel
A onder 12). Ook als gebruik is gemaakt van de mogelijkheid van doorwerking. Om te
voorkomen dat dit ertoe leidt dat politieke partijen veel gemakkelijker voor subsidie
in aanmerking komen, is in artikel 54, eerste lid, onder a, expliciet geregeld dat
alleen landelijke politieke partijen wier aanduiding of afkorting daarvan bij de laatstgehouden
Tweede Kamerverkiezing of Eerste Kamerverkiezing boven een lijst heeft gestaan waaraan
een of meer zetels zijn toegewezen, voor de in
hoofdstuk 5 bedoelde subsidie in aanmerking komen (onderdeel SSS onder 1). De
twee andere voorwaarden zijn ongewijzigd.
Voor decentrale politieke verenigingen geldt hetzelfde. Een politieke groepering waarvoor
een centraal stembureau een aanduiding heeft geregistreerd voor het gebruik bij provinciale
staten-, waterschaps- of gemeenteraadsverkiezingen is een decentrale politieke vereniging
(onderdeel A onder 7). Als die aanduiding, of een afkorting daarvan, bij een verkiezing
boven een lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegewezen, is de politieke
groepering op dat moment een decentrale politieke partij (onderdeel A onder 6).
Omdat het voorstel van wet ten aanzien van politieke stichtingen geen andere regels
bevatte dan ten aanzien van decentrale politieke verenigingen, is de definitie van
de eerste geschrapt (onderdeel A onder 16) en van de tweede aangevuld (onderdeel A
onder 7). De bepaling waarin beide organisatievormen aan elkaar gelijk waren gesteld
(art. 3) kan daarmee komen te vervallen (onderdeel D). Met deze wijziging is beoogd
de wet leesbaarder te maken.
Door de aangepaste definities van de begrippen «decentrale politieke partij» en «landelijke
politieke partij» is het niet langer nodig om ook nog een zelfstandige definitie van
het begrip «politieke partij» op te nemen. Deze definitie is daarom komen te vervallen
(onderdeel A onder 17). De definitie van het begrip «politieke vereniging» (onderdeel
A onder 18) is behouden, maar tekstueel sterk vereenvoudigd.
A onder 9, EE en TTTT (art. 1, 20 en 82 Wpp)
Ingezetenen
Bijdragen van een natuurlijk persoon mag een politieke vereniging niet altijd aannemen.
Dat mag zij alleen als aannemelijk is dat deze natuurlijk persoon woonachtig is in
Nederland dan wel de Nederlandse nationaliteit bezit. In het voorstel van wet werd
in dit verband het begrip «ingezetene» gebruikt. Bovendien werd in de begripsbepalingen
onder «ingezetene» ook nog verwezen naar artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen.
Een dergelijke verwijzing kon onbedoeld aanleiding geven tot misverstanden. Politieke
verenigingen hebben geen toegang tot de basisregistratie personen. Uit paragraaf 5.4.2
van het algemeen deel van de memorie van toelichting en uit de artikelsgewijze toelichting
bij artikel 20, eerste lid, moge evenwel zijn gebleken dat de regering vooral beoogd
heeft dat politieke verenigingen dienen na te gaan of het aannemelijk is dat de betrokkene
in Nederland woonachtig is. Een gever kan aannemelijk maken in Nederland woonachtig
te zijn door een recent uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie personen
te overleggen, maar ook door een recent bankafschrift of een recente factuur van de
waterrekening te overleggen waarop zowel diens naam als diens woonadres staan. Met
deze tweede nota van wijziging is de wettekst in lijn gebracht met eerder gegeven
toelichting.
A onder 10 en 18 (art. 1 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. Een definitie die onderdeel is van een opsomming
behoort te eindigen met een puntkomma, tenzij het de laatste definitie in een opsomming
is. Deze omissie is hersteld.
A onder 13 (art. 1 Wpp)
Peildatum
In het voorstel van het was de in artikel 1, onder k, van de Wet financiering politieke
partijen voorkomende definitie van het begrip peildatum overgenomen. Bij het voorbereiden
van een subsidieaanvraag kon daardoor de vraag opkomen welke 1 januari van een kalenderjaar
is bedoeld. Daarom is in de definitie verduidelijkt dat in geval van een subsidieaanvraag
wordt bedoeld: 1 januari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Betreft het een besluit tot subsidievaststelling, dan betreft het 1 januari van het
kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend. Logischerwijs is dat dezelfde datum.
A onder 15, B en TTT (art. 1, 2 en 54a Wpp)
Politieke alliantie
De hoogte van de subsidie die aan een landelijke politieke partij kan worden verleend,
is mede afhankelijk van haar ledental. In artikel 6 van de Wet financiering politieke
partijen is een voorziening getroffen ten behoeve van landelijke politieke partijen
die een structuur hebben waarbij de leden zelf geen lid worden van de landelijke vereniging,
maar van een decentrale politieke vereniging die op haar beurt lid is van de landelijke
politieke partij. In dat geval mag zij, onder in de wet genoemde voorwaarden, de leden
van de decentrale politieke verenigingen tot haar leden rekenen. Om eenzelfde voorziening
in de Wet op de politieke partijen op te nemen, was eerder het begrip «politieke alliantie»
geïntroduceerd. Het begrip had geen ander doel dan hiervoor is beschreven. Dat doel
kan evenwel eenvoudiger op een andere manier worden bereikt. Daartoe is het nieuwe
artikel 54a geïntroduceerd (onderdeel TTT).
In artikel 54a, eerste lid, is geregeld dat de leden van een politieke groepering
ook als lid van een landelijke politieke partij kunnen worden aangemerkt als aan twee
voorwaarden is voldaan. Op de eerste plaats moet de politieke groepering een decentrale
politieke vereniging zijn zoals gedefinieerd in artikel 1. Dat wil zeggen dat een
centraal stembureau voor haar een aanduiding moet hebben geregistreerd als bedoeld
in artikel G 2, G 2a of G 3 van de Kieswet. Op de tweede plaats moeten de leden van
deze decentrale politieke vereniging ermee hebben ingestemd om te worden aangemerkt
als lid van de landelijke politieke partij. In het tweede lid is vastgelegd dat om
personen als lid van een landelijke politieke partij te mogen meerekenen, zij voor
het overige aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als personen die rechtstreeks
lid zijn van een politieke partij.
A onder 19 (art. 1 Wpp)
Verkiezing
Dat met het begrip verkiezing in deze wet een verkiezing in de zin van de Kieswet
wordt bedoeld, lijkt geen verduidelijking te behoeven. De begripsbepaling kan daarom
komen te vervallen.
E, H, I, N, O, P, MM, NN onder 3, UU onder 2 en 4, VV onder 2, WW, XX, YY, AAA, OOO,
AAAA onder 1, CCCC onder 1, HHHH, MMMM, TTTT onder 1, AAAAA, BBBBB onder 3, DDDDD,
EEEEE, FFFFF, GGGGG, KKKKK, NNNNN, QQQQQ en XXXXX onder 2 (art. 6, 14, 38, 50, 72,
75, 94 en 101 Wpp)
Deze wet bestaat uit verschillende delen. De in deel 2 opgenomen hoofdstukken hebben
in hoofdzaak betrekking op landelijke politieke verenigingen en hun neveninstellingen.
De in deel 3 opgenomen hoofdstukken hebben in hoofdzaak betrekking op decentrale politieke
verenigingen en hun neveninstellingen. Om dit te verduidelijken ving elk hoofdstuk
aan met een bepaling waarin de reikwijdte van het betreffende hoofdstuk werd vastgelegd.
Om de leesbaarheid van de wet te bevorderen worden deze zogenoemde reikwijdtebepalingen
– het betreft de artikelen 6, 14, 38, 50, 72, 75, 95 en 101 – met deze nota van wijziging
geschrapt (onderdelen E, N, AAA, OOO, HHHH, MMMM, GGGGG, KKKKK). In plaats daarvan
is de redactie van individuele wetsartikelen gewijzigd, zodat nu uit de wetsartikelen
zelf blijkt op welke organisaties zij van toepassing zijn.
Politieke partijen in de zin van deze wet zijn verplicht transparant te zijn over
de wijze waarop zij worden gefinancierd. Vanwege de administratieve lasten die daarmee
gepaard gaan, men denke bijvoorbeeld aan de verplichtte controle van het financieel
verslag indien het een landelijke politieke partij betreft (vgl. art. 29 Wpp), is
deze verplichting niet aan alle politieke verenigingen opgelegd. Alleen aan die politieke
verenigingen die ook een landelijke politieke partij zijn. Deze tweede nota van wijziging
verandert dit niet. Desalniettemin is het belangrijk dat ook politieke verenigingen
al een betrouwbare financiële administratie bijhouden. In het voorstel van wet werd
reeds verondersteld dat zij dit zouden doen. Het bevatte immers al de verplichting
voor een vereniging waarvan de aanduiding boven een kandidatenlijst staat, financiële
overzichten te kunnen aanleveren over een periode die aanvangt op 1 januari van het
kalenderjaar voor het jaar waarin de stemming plaatsvindt tot en met de dag van de
stemming. Voor landelijke politieke verenigingen zij verwezen naar artikel 46, tweede
lid, gelezen in samenhang met de artikelen 41, eerste en derde lid, en 42, eerste
en tweede lid. Voor decentrale politieke partijen zij verwezen naar artikel 99, gelezen
in samenhang met artikel 97. Met deze nota van wijziging wordt deze tot op heden impliciete
veronderstelling in de wet verduidelijkt.
Waar nodig is binnen deze hoofdstukken het begrip «politieke partij» gewijzigd in
«landelijke politieke vereniging», (onderdeel O), «decentrale politieke vereniging»
(onderdeel OOOO) of gewoon «politieke vereniging» (onderdeel P). Op andere plekken
is het begrip «politieke partij» nader gepreciseerd tot «landelijke politieke partij»
(onderdeel MM) of «decentrale politieke partij» (onderdeel AAAAA). Waar nodig is het
begrip «politieke vereniging» nader gepreciseerd tot «landelijke politieke vereniging»
(onderdeel I) of «decentrale politieke vereniging» (onderdeel NNNNN) en is «politieke
verenigingen» vervangen door «landelijke politieke verenigingen (onderdeel H) of «decentrale
politieke verenigingen (onderdeel QQQQQ onder 3).
Ook de redactie van een aantal andere artikelen is als gevolg van deze aanpassing
veranderd. Het betreft de artikelen: 27, derde lid, 35, vierde lid, aanhef, 35, 36,
eerste lid, 36a, eerste en tweede lid, 37, tweede lid, 65, 67, 82, eerste lid, 89,
derde lid, 93, 94, 110 en 124, vijfde lid (onderdelen NN onder 3, UU onder 2 en 4,
VV onder 2, WW, XX, YY, AAAA onder 1, CCCC onder 1, TTTT onder 1, BBBBB onder 3, EEEEE,
FFFFF, QQQQQ en XXXXX onder 2).
Met deze aanpassing is tevens bewerkstelligd dat ook politieke verenigingen gebonden
zijn aan de regels betreffende hun financiering zoals deze in de wet zijn vastgelegd.
Daarmee wordt voorkomen dat zij bijdragen zouden mogen aannemen die de politieke partijen,
met wie zij bij verkiezingen om de gunst van de kiezer concurreren, niet mogen aanvaarden.
Om vergelijkbare redenen als hiervoor beschreven is in de artikelen 35 (onderdeel
UU) en 92 (onderdeel DDDDD) ook verduidelijkt welke rechtsregels van toepassing zijn
op de financiering van neveninstellingen. In het kort komt het erop neer dat op een
neveninstelling ten aanzien van haar administratie dezelfde rechtsregels van toepassing
zijn als op de politieke vereniging waartoe zij behoort. Dat wordt niet anders met
deze tweede nota van wijziging.
F en IIII (art. 7 en 73 Wpp)
Omdat de voorschriften die mede betrekking hadden op afdelingen alleen nog op echte
decentrale politieke verenigingen van toepassing zijn – zie daarover de toelichting
bij het gewijzigde artikel 1 (onderdeel A onder 1) –, zijn de bepalingen die landelijke
politieke verenigingen verplichten om transparant te zijn over hun interne organisatie
aangepast. Politieke verenigingen zijn verplicht de in het eerste lid bedoelde informatie
op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken en up-to-date te houden.
Onderdeel a is nieuw. Op grond van dit onderdeel moet een politieke vereniging haar
interne organisatiestructuur beschrijven. Het gaat hierbij om de opbouw van de vereniging.
Iedere politieke vereniging kent een bestuur en een algemene vergadering. Vaak zijn
er binnen een vereniging ook andere gremia actief of kent de vereniging afdelingen
of kennisgroepen. Het doel van dit onderdeel is dat het voor derden mogelijk is om
zich een beeld te vormen van de wijze waarop de vereniging is opgebouwd en is georganiseerd.
In onderdeel b, voorheen onderdeel a, is aangevuld dat een politieke vereniging niet
alleen haar statuten openbaar moet maken, maar ook de overige interne regels. Daarbij
is niet relevant of deze regels rechtstreeks door het bestuur of de algemene vergadering
zijn vastgesteld of door een ander gremium dat daartoe direct of indirect de bevoegdheid
van het bestuur of de algemene vergadering heeft gekregen. Alle interne regels moeten
openbaar worden gemaakt. Onderdeel b hangt samen met onderdeel a. Uit de interne regels
blijkt bijvoorbeeld wie bevoegd is een afdeling in te stellen en welke taken en bevoegdheden
aan een afdeling toekomen. Op deze manier krijgen burgers niet alleen een beeld bij
de interne organisatie van een politieke vereniging, maar kunnen zij ook beoordelen
hoe democratisch deze vereniging intern is georganiseerd.
Onderdeel c is nieuw. De juridische documenten met de in onderdeel b bedoelde regels
zullen niet voor een ieder even goed te doorgronden zijn. Over sommige onderwerpen
moet daarom afzonderlijk informatie worden geboden. Zo moet een politieke vereniging
transparant zijn over de voorwaarden die aan het lidmaatschap zijn verbonden. Hieronder
valt bijvoorbeeld informatie over de hoogte van de contributie die de vereniging van
haar leden vraagt.
De eerdere onderdelen c en d zijn samengevoegd in het huidige onderdeel d. Dit onderdeel
draagt eraan bij dat informatie over de voorwaarden waaraan een persoon moet voldoen
om bestuurder te kunnen worden van de politieke vereniging en de procedure die bij
de benoemingsprocedure gevolgd wordt, voor iedereen eenvoudig te vinden is.
Op grond van onderdeel e maken politieke verenigingen openbaar wie er deel uitmaakt
van het verenigingsbestuur.
In onderdeel f is verduidelijkt dat het daarin gaat om de totstandkoming van een kandidatenlijst
met het oog op de deelname aan een verkiezing als bedoeld in de Kieswet.
Onderdeel g is nagenoeg gelijk aan het eerdere onderdeel b. De redactie ervan is aangepast
om de zelfstandige leesbaarheid van dit onderdeel te bevorderen.
G, JJJJ, LLLL onder 2, BBBBB onder 7, CCCCC onder 3 en 4 en IIIII onder 3 (art. 8
en 73a Wpp)
Artikel 8 van de Wet op de politieke partij was opgenomen in hoofdstuk 2, dat over
landelijke politieke verenigingen gaat. Artikel 8 gaat echter alleen over decentrale
politieke verenigingen in Caribisch Nederland en hoort daarom in hoofdstuk 6 thuis,
dat over decentrale politieke verenigingen gaat. Daarom wordt het wetsartikel verplaatst
naar artikel 73a. De wetsartikelen waarin naar artikel 8 werd verwezen – het betreft
de artikelen 74, 89, 90 en 97 – zijn hierop aangepast (onderdelen LLLL onder 2, BBBBB
onder 7, CCCCC onder 3 en 4 en IIIII onder 4).
De documenten die een in Caribisch Nederland gevestigde decentrale politieke vereniging
op een sociaalnetwerksite plaatst, moeten daarop niet alleen voor alle gebruikers
van die sociaalnetwerksite vindbaar zijn, maar voor hen ook vrij toegankelijk zijn.
Aan het inzien van de documenten mogen geen verdere voorwaarden worden verbonden,
zoals lidmaatschap van een bepaalde (sub)groep of betaling van een geldsom. Dit is
in artikel 73a, tweede lid, verduidelijkt. Het oorspronkelijk in artikel 8, tweede
lid, opgenomen «vindbaar zijn» is daarin vervangen door «vindbaar en vrij toegankelijk
zijn».
J (art. 9 Wpp)
De redactie van artikel 9, derde lid, is verbeterd. Onder de oude redactie had een
niet oplettende lezer kunnen denken dat het woord «haar» in dat artikellid terugverwees
naar de Autoriteit. Dat is niet het geval. De Autoriteit registreert neveninstellingen
ten behoeve van landelijke politieke verenigingen.
K en L (art. 10, 11 en 12 Wpp)
In de artikelen 10 (onderdeel K), 11 en 12 (onderdeel L) worden enkele redactionele
verbeteringen aangebracht. In het eerste lid wordt steeds een komma ingevoegd. Daarmee
wordt verduidelijkt dat het criterium dat achter de komma wordt gegeven van toepassing
is op de rechtspersoon of rechtspersonen die vóór deze komma zijn genoemd. In het
vierde lid is verduidelijkt dat daar met het woord neveninstelling alleen de voor
een politieke vereniging geregistreerde neveninstelling wordt bedoeld. In onderdeel
c is verduidelijkt dat ook als een neveninstelling bij onherroepelijke rechterlijke
uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden de Autoriteit de betreffende
rechtspersoon moet schrappen uit het register van neveninstellingen.
M (art. 13 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. Het opschrift wordt in overeenstemming gebracht
met het bepaalde in artikel 9, tweede lid, onderdeel d.
Q en PPPP (art. 16 en 78 Wpp)
In lijn met aanwijzing 3.1 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt de redactie
van de aanhef van het eerste lid ingekort.
De redactie van het eerste lid, onder a, is aangepast om beter tot uitdrukking te
brengen dat de subsidie op basis van deze wet niet wordt verleend door een politieke
partij, maar door haar kan worden ontvangen. Met de «aan haar verstrekte subsidie»
wordt tevens het zogenoemde geoormerkte deel van de subsidie bedoeld. Met andere woorden:
het deel van de subsidie dat zij ten behoeve van haar subsidiabele neveninstellingen
heeft aangevraagd.
De redactie van het eerste lid, onder b, is eveneens aangepast. Op grond van de artikelen
27, tweede lid, onder d, 42, eerste lid, onder d, 89, tweede lid, onder d, en 97,
eerste lid, onder d, moet een politieke vereniging ook een overzicht kunnen opstellen
van bijdragen die zij niet heeft aanvaard. Dit impliceert dat niet alleen de bijdragen
die een politieke vereniging heeft aanvaardt in haar financiële administratie zijn
opgenomen, maar alle bijdragen die zij heeft ontvangen.
X (art. 18 en 80 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering.
Z en RRRR (art. 19 en 81 Wpp)
Dit betreft de correctie van een misslag. Een debiteur is iemand die een ander iets
schuldig is. In casu de politieke vereniging zelf. Bedoeld is de crediteur. De crediteur
is de schuldeiser. In artikel 19, tweede lid, ontbrak bovendien abusievelijk het woord
«lid». Dit is ingevoegd.
CC (art. 20, 21, 23, 26, 28, 82, 83, 85, 88 en 90 Wpp)
In het voorstel van wet werd zowel de zinsnede «met een cumulatieve waarde van» als
de zinsnede «met cumulatief een waarde van» gebruikt. De laatste formulering komt
de regering duidelijker voor. Het voorstel is hierop aangepast.
GG en UUUU (art. 21 en 83 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering in lijn met aanwijzing 3.1 van de Aanwijzingen
voor de regelgeving.
II en VVVV (art. 22 en 84 Wpp)
In de artikelen 22 en 84 wordt een nieuw, derde, lid ingevoegd. In dit derde lid wordt
verduidelijkt dat als een politieke vereniging in een kalenderjaar al eens een bijdrage
van een rechtspersoon heeft aanvaard (en daartoe de gegevens van de uiteindelijk belanghebbende
bij de rechtspersoon heeft opgezocht dan wel opgevraagd), zij bij een eventuele volgende
bijdrage van dezelfde rechtspersoon in hetzelfde kalenderjaar deze gegevens niet opnieuw
hoeft op te zoeken of op te vragen. Zij mag de gegevens waarover zij dan reeds beschikt
opnieuw gebruiken. Op deze manier wordt de administratieve last voor politieke verenigingen
enigszins ingeperkt.
JJ (art. 23 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. In lijn met aanwijzing 3.1 van de Aanwijzingen
voor de regelgeving kan de toevoeging dat de bijdrage ontvangen is van een gever worden
weggelaten. Dat spreekt immers voor zich.
KK (art. 25 Wpp)
Het betreft een tekstuele verbetering. Niet de gift zelf is anoniem, maar van de gever
ervan zijn onvoldoende gegevens bekend óf de gever heeft niet alle bescheiden overgelegd
die de politieke vereniging op grond van deze wet moet ontvangen om de bijdrage te
mogen aanvaarden. In beide gevallen moet de politieke vereniging afstand doen van
dat deel van de bijdrage dat de waar de van € 250,– te boven gaat.
LL en ZZZZ (art. 26 en 88 Wpp)
In de artikelen 26 en 88 Wpp is een maximum gesteld aan de waarde van de bijdragen
die een politieke vereniging van een gever mag aanvaarden. In het eerste lid van beide
artikelen is verduidelijkt dat het de optelsom betreft van alle bijdragen die in hetzelfde
kalenderjaar door een gever worden aangeboden.
In het tweede en derde lid wordt het woord «donatiegrens» vervangen door het algemenere
woord «limiet». Daarmee wordt beter tot uitdrukking gebracht dat de maximering van
de inkomsten – in het geval van geldelijke bijdragen – of financiële voordelen – in
het geval van bijdragen in natura – die een politieke vereniging in een kalenderjaar
van een gever mag aanvaarden, niet alleen betrekking heeft op donaties. Zie ook de
toelichting bij onderdeel A onder 3 en 4.
In het vijfde lid is verduidelijkt dat de maximumbijdrage die een politieke vereniging
van een gever mag aanvaarden eens in de vijf jaren wordt verhoogd op basis van de
consumentenprijsindex (CPI). De verhoging gaat steeds op 1 januari in. Om het percentage
over een periode van de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren gemeten over de vijf
daa
Voorts is van de gelegenheid gebruik gemaakt om de tekst van artikel 88, vierde lid,
(onderdeel ZZZZ) gelijk te trekken met artikel 26, vierde lid (onderdeel LL).
NN (art. 27 Wpp)
De redactie van het tweede lid, onderdeel a, is vereenvoudigd. Het bedoelde overzicht
is een overzicht van gevers van wie een politieke partij een of meer bijdragen heeft
aanvaard. Alleen gevers van wie de bijdragen bij elkaar opgeteld een zekere waarde
hadden, staan op dit overzicht vermeld. Een vergelijkbare aanpassing is ook voorzien
in de artikelen 41, eerste lid, onder a, en 42, eerste lid, onder a, (onderdelen EEE
en FFF).
In het tweede lid, onder d, is een opsomming gegeven van situaties waarin een landelijke
politieke vereniging een bijdrage niet aanvaardt. Ondanks dat het een opsomming betreft,
ziet elk genoemd artikellid op een andere situatie. Daarom is «of» hier juister dan
«en». Omdat in artikel 22 een lid is ingevoegd, (onderdeel II) moet de verwijzing
naar artikel 22, derde en vierde lid, worden vervangen door een verwijzing naar naar
22, vierde of vijfde lid. De verwijzing naar artikel 26, derde en vierde lid, wordt
gecorrigeerd. Bedoeld was artikel 26, tweede of derde lid.
In het derde lid is een redactionele verbetering aangebracht.
Door een wijziging van artikel 143 Wpp (onderdeel IIIIII) kan de huidige tekst van
artikel 27, vierde lid, komen te vervallen.
In het nieuwe vierde lid (onderdeel NN onder 3) is een voorziening getroffen voor
een politieke partij waarvan de aanduiding bij de laatstgehouden verkiezing van de
leden van de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal boven een lijst heeft
gestaan waaraan geen zetels zijn toegekend, maar bijvoorbeeld in een gemeente wel
een of meer zetels houdt of behaalt. Als deze landelijke politieke partij eerder subsidie
ontving op grond van hoofdstuk 5 van de wet, dan wordt deze subsidie ambtshalve gedurende
een jaar stapsgewijs afgebouwd. Dat is geregeld in artikel 61, eerste lid. Als het
bedoelde jaar niet samenvalt met een kalenderjaar, dan kan de landelijke politieke
vereniging in dat jaar voor de resterende periode nog subsidie aanvragen. Dat is geregeld
in artikel 71a, tweede lid. Uit artikel 36a, tweede lid, volgt dat de landelijke politieke
verenigingen wél de in artikel 27 bedoelde verantwoording moet afleggen over kalenderjaren
waarin zij geheel of gedeeltelijk subsidie heeft ontvangen als bedoeld in hoofdstuk
5 van de wet. Over die kalenderjaren blijven de artikelen 27 en 29 tot en met 34 op
haar van overeenkomstige toepassing. Zou een landelijke politieke partij echter geen
landelijke politieke partij geweest zijn als er bij de laatstgehouden gemeenteraads-,
provinciale staten- of waterschapsverkiezingen geen zetels waren toegewezen aan een
lijst waarboven haar aanduiding stond én heeft zij in een kalenderjaar géén subsidie
ontvangen op grond van hoofdstuk 5 van deze wet, dan zijn de in artikel 27 neergelegde
verplichtingen niet langer op haar van toepassing. Dat is geregeld in het nieuwe vierde
lid. Hiervoor wordt gekozen omdat de verplichting om een accountantsverklaring te
overleggen aanzienlijke administratieve en financiële lasten met zich meebrengt. Landelijke
politieke partijen waarvan de aanduiding bij de laatstgehouden verkiezing van de leden
van de Tweede Kamer of Eerste Kamer der Staten-Generaal boven een lijst heeft gestaan
waaraan een of meer zetels zijn toegekend, worden voor deze lasten gecompenseerd door
middel van subsidie. De landelijke politieke partij uit het gegeven voorbeeld komt
daar niet (meer) voor in aanmerking.
Zie voor een nadere toelichting op onderdeel 3 ook de bespreking van de wijziging
van artikel 143 (onderdeel IIIIII).
OO (art. 28 Wpp)
Dit betreft een taalkundige verbetering. De tegenstelling van gezamenlijk is afzonderlijk.
Deze correctie voorkomt bovendien dat het woord «alleen» abusievelijk gelezen kan
worden in samenhang met «in een kalenderjaar».
PP (art. 30 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbeteringen. Met betrekking tot de wijziging van het
eerste lid zei opgemerkt dat artikel 16 van de wet niet op de gehele administratie
van een politieke vereniging ziet, maar uitsluitend op haar financiële administratie.
De wijziging in het tweede lid, onder c, betreft een correctie in de gebruikte punctuatie.
QQ (art. 31 Wpp)
Het betreft een correctie in de punctuatie.
RR (art. 32 Wpp)
Het derde lid wordt opnieuw vastgesteld. Op grond van artikel 32, eerste lid, onder
a, maakt de Autoriteit van elke landelijke politieke partij het financieel verslag
openbaar. Dit financieel verslag omvat verschillende overzichten, waaronder het overzicht
van aanvaarde bijdragen (art. 27 lid 2 onder a Wpp) en de overzichten die de landelijke
politieke partij op grond van artikel 23 van verenigingen en stichtingen heeft ontvangen
(art. 27 lid 2 onder b Wpp). Abusievelijk was voor personen wier adresgegevens voorkomen
op de laatstbedoelde overzichten niet geregeld dat ook bij hen van de adresgegevens
uitsluitend de woon- of vestigingsplaats openbaar wordt gemaakt. Deze omissie is hersteld.
Uit de nieuwe redactie van het derde lid blijkt ook duidelijker dat als de gever een
rechtspersoon is, de Autoriteit zowel de vestigingsplaats van de rechtspersoon openbaar
maakt als de woonplaats of woonplaatsen van de uiteindelijk belanghebbenden. Voorts
is verduidelijkt dat het niet openbaar maken van de woonplaats van een gever of uiteindelijk
belanghebbende in verband met diens veiligheid alleen mogelijk is als het een natuurlijke
persoon betreft.
Zie voor een nadere toelichting paragraaf 1.1 van het algemeen deel van de toelichting
bij deze tweede nota van wijziging.
TT (art. 33 Wpp)
De wijziging in het eerste lid betreft een redactionele verbetering.
UU onder 1 en 3 (art. 35 Wpp)
De wijziging in het eerste lid betreft een redactionele verbetering. Omdat de Autoriteit
op grond van de artikelen 10, eerste lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid of 13, eerste
lid, een rechtspersoon als neveninstelling van een politieke vereniging kan aanwijzen,
is het juister om in artikel 35, eerste lid, die terminologie te herhalen.
De in het vierde lid, onder a, aangebrachte wijziging betreft een correctie van een
onjuiste verwijzing.
De onderdelen 2 en 4 zijn toegelicht bij de bespreking van de wijziging van de artikelen
6, 14, 38, 50, 72, 75, 94 en 101 (onderdelen E, N, AAA, OOO, HHHH, MMMM, GGGGG, KKKKK).
VV (art. 35a Wpp)
Dit betreft een redactionele en een technische verbetering.
Onderdelen 2 is ook toegelicht bij de bespreking van de wijziging van de artikelen
6, 14, 38, 50, 72, 75, 94 en 101 (onderdelen E, N, AAA, OOO, HHHH, MMMM, GGGGG, KKKKK).
ZZ (Opschrift hoofdstuk 4)
Dit betreft een redactionele verbetering in het licht van aanwijzing 3.1 van de Aanwijzingen
voor de regelgeving.
AAA, GGG (art. 38 Wpp)
Omdat de voorschriften die mede betrekking hadden op afdelingen alleen nog op echte
decentrale politieke verenigingen van toepassing zijn – zie daarover de toelichting
bij het gewijzigde artikel 1 (onderdeel A onder 1) –, is de reikwijdte van de aanvullende
transparantieplicht voor landelijke politieke verenigingen verbreed. Als er op basis
van de Kieswet een verkiezing plaatsvindt, zijn de in hoofdstuk 4 neergelegde regels
nu ook van toepassing bij verkiezingen van de leden van de raad van een gemeente,
de provinciale staten van een provincie of het algemeen bestuur van een waterschap.
BBB (art. 39, 41, 42, 45, 74 en 98 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. De expressie «aanduiding of afkorting daarvan»,
zonder onbepaald lidwoord, is ontleend aan artikel H 3, derde lid, van de Kieswet
waar een vergelijkbare uitdrukking in voorkomt.
CCC (art. 39 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering.
DDD (art. 40 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. Dat een bijdrage is ontvangen van een gever
behoeft geen nadere verduidelijking.
EEE onder 1 t/m 3 (art. 41 Wpp)
De redactie van het eerste lid, onder a, is vereenvoudigd. Het bedoelde overzicht
is een overzicht van gevers van wie een politieke partij een of meer bijdragen heeft
aanvaard. Alleen gevers van wie de bijdragen bij elkaar opgeteld een zekere waarde
hadden, staan op dit overzicht vermeld. Een vergelijkbare aanpassing is ook voorzien
in de 27, tweede lid, onder a, en 42, eerste lid, onder a, (onderdelen NN en FFF).
In het tweede lid, onder d, is een opsomming gegeven van situaties waarin een landelijke
politieke vereniging een bijdrage niet aanvaardt. Ondanks dat het een opsomming betreft,
ziet elk genoemd artikellid op een andere situatie. Daarom is «of» hier juister dan
«en». Omdat in artikel 22 een lid is ingevoegd, (onderdeel II) moet de verwijzing
naar artikel 22, derde en vierde lid, worden vervangen door een verwijzing naar naar
22, vierde of vijfde lid. De verwijzing naar artikel 26, derde en vierde lid, wordt
gecorrigeerd. Bedoeld was artikel 26, tweede of derde lid.
Onderdeel 4 is toegelicht bij de bespreking van de wijziging van artikel 143 (onderdeel
IIIIII).
FFF onder 1 tot en met 4 (art. 42 Wpp)
De verwijzing in artikel 42, eerste lid, aanhef, naar artikel 41 was overbodig, omdat
deze bepaling zelf al voldoende omschrijft op welke politieke partijen die bepaling
van toepassing is en om die reden geschrapt.
De redactie van het eerste lid, onder a, is vereenvoudigd. Het bedoelde overzicht
is een overzicht van gevers van wie een politieke partij een of meer bijdragen heeft
aanvaard. Alleen gevers van wie de bijdragen bij elkaar opgeteld een zekere waarde
hadden, staan op dit overzicht vermeld. Een vergelijkbare aanpassing is ook voorzien
in de 27, tweede lid, onder a, en 41, eerste lid, onder a, (onderdelen NN en EEE).
De wijziging van het eerste lid, onder c, betreft een technische correctie van een
onjuiste verwijzing.
In het tweede lid, onder d, is een opsomming gegeven van situaties waarin een landelijke
politieke vereniging een bijdrage niet aanvaardt. Ondanks dat het een opsomming betreft,
ziet elk genoemd artikellid op een andere situatie. Daarom is «of» hier juister dan
«en». Omdat in artikel 22 een lid is ingevoegd, (onderdeel II) moet de verwijzing
naar artikel 22, derde en vierde lid, worden vervangen door een verwijzing naar naar
22, vierde of vijfde lid. De verwijzing naar artikel 26, derde en vierde lid, wordt
gecorrigeerd. Bedoeld was artikel 26, tweede of derde lid.
Onderdeel 5 is toegelicht bij de bespreking van de wijziging van artikel 143 (onderdeel
IIIIII).
GGG en HHH (art. 43 en 44 Wpp)
De artikel 44, eerste lid, voor de Autoriteit neergelegde verlichting om op basis
van de haar op grond van artikel 41, eerste lid, en 42, eerste lid, toegezonden overzichten
samengesteld overzichten op te stellen en openbaar te maken was abusievelijk ook in
artikel 43, tweede lid, blijven staan. Deze omissie is thans hersteld (onderdeel GGG
onder 1). Daarmee is ook de verwijzing in artikel 44, derde lid, naar artikel 43,
tweede en derde lid, weer juist.
Artikel 43, derde lid, is opnieuw vastgesteld (onderdeel GGG onder 2). De in artikel
41, eerste lid, en 42, eerste lid, bedoelde overzichten, omvatten mede de overzichten
van aanvaarde bijdragen (art. 41 lid 1 onder a en 42 lid 1 onder a Wpp) en de overzichten
die de landelijke politieke partij op grond van artikel 23 van verenigingen en stichtingen
heeft ontvangen (art. 41 lid 1 onder b en 42 lid 1 onder b Wpp). Abusievelijk was
voor personen wier adresgegevens voorkomen op de laatstbedoelde overzichten niet geregeld
dat ook bij hen van de adresgegevens uitsluitend de woon- of vestigingsplaats openbaar
wordt gemaakt. Deze omissie is hersteld. Uit de nieuwe redactie van het derde lid
blijkt ook duidelijker dat als de gever een rechtspersoon is, de Autoriteit zowel
de vestigingsplaats van de rechtspersoon openbaar maakt als de woonplaats of woonplaatsen
van de uiteindelijk belanghebbenden. Voorts is verduidelijkt dat het niet openbaar
maken van de woonplaats van een gever of uiteindelijk belanghebbende in verband met
diens veiligheid alleen mogelijk is als het een natuurlijke persoon betreft.
Uit artikel 44, eerste lid, volgt dat de Autoriteit bij een verkiezing van de leden
van een gemeenteraad, een provinciale staten of een algemeen bestuur op basis van
de door landelijke politieke partijen aan haar toegezonden overzichten geen totaaloverzichten
opstelt of openbaar maakt. Dit heeft bij decentrale verkiezingen weinig zin, omdat
een dergelijk overzicht nooit compleet zou kunnen zijn. Bij die verkiezingen zijn
immers ook decentrale politieke partijen actief.
III (art. 45 Wpp)
Het tweede lid vervalt. Uit het eerste lid (oud) volgt reeds dat een neveninstelling
zelf financiële overzichten als bedoeld in de artikelen 41 en 42 moet opstellen en
dat het de politieke vereniging is die deze overzichten uit haar naam bij de Autoriteit
aanlevert. Uit deze systematiek volgt dat het tweede lid overbodig is.
JJJ (art. 46 Wpp)
Artikel 46 wordt opnieuw vastgesteld. Het oorspronkelijke wetsartikel, dat alleen
van toepassing was bij Tweede Kamer- en Europees Parlementsverkiezingen is daarbij
in een gewijzigde vorm teruggekomen in het eerste lid. Als van een landelijke politieke
vereniging de aanduiding of afkorting daarvan bij die verkiezingen boven een lijst
staat, dan is de aanvullende transparantieplicht op die vereniging van toepassing.
In het tweede lid is aangevuld dat bij gemeenteraads-, provinciale staten- en waterschapsverkiezing
de aanvullende transparantieplicht op een landelijke politieke vereniging van toepassing
wordt als bij die verkiezing een of meer zetels zijn toegewezen aan een lijst waarboven
haar aanduiding of afkorting daarvan stond. Deze regeling is daarmee vergelijkbaar
met de regeling die voor decentrale politieke partijen geldt. Zie daarvoor artikel
99.
KKK (art. 47 Wpp)
In artikel 47 is verduidelijkt dat dit wetsartikel alleen van toepassing is op Tweede
Kamer- en Europees Parlementsverkiezingen. Daartoe strekt het bepaalde in het nieuwe
eerste lid. Omdat de kandidatenlijst niet wordt ingediend door een politieke vereniging,
is de kandidaat formeel ook geen kandidaat voor een politieke vereniging. De redactie
van het nieuwe tweede en derde lid (nieuw) is daarop aangepast. Omdat bij landelijke
verkiezingen alleen kandidaten op een blanco lijst een overzicht moet aanleveren bij
de lijsttrekker, kan het tweede lid vervallen.
LLL (art. 48 Wpp)
Omdat de reikwijdte van hoofdstuk 4 is verbreed (onderdeel AAA), is in artikel 48
verduidelijkt dat dit wetsartikel nog steeds alleen van toepassing is op Tweede Kamer-
en Europees Parlementsverkiezingen. De aanpassing in onderdeel e van het derde lid
betreft een precisering. Omdat bij landelijke verkiezingen alle kandidaten op een
lijst waarboven de aanduiding van een politieke vereniging staat overzichten moeten
aanleveren bij deze politieke vereniging, kan het derde lid vervallen.
MMM (art. 49 Wpp)
Artikel 49, eerste lid, bevatte een voorschrift dat tot politieke partijen was gericht.
De reikwijdte daarvan werd in het tweede lid, onderdeel a, evenwel uitgebreid tot
politieke verenigingen. Omdat het eerste lid in dier zin gewijzigd is dat het betreffende
voorschrift nu gericht is tot politieke verenigingen, bestaat er aan het tweede lid,
onderdeel a, niet langer behoefte.
NNN (Opschrift hoofdstuk 5)
Het opschrift van hoofdstuk 5 (onderdeel NNN) is aangepast in verband met de introductie
van hoofdstuk 5a, dat eveneens een subsidieregeling bevat. De in hoofdstuk 5 opgenomen
subsidieregeling is alleen van toepassing op landelijke politieke partijen wier aanduiding
of afkorting daarvan ofwel bij de laatstgehouden Tweede Kamerverkiezing boven een
lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegekend, dan wel, bij de laatstgehouden
Eerste Kamerverkiezing boven een lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn
toegekend.
PPP (art. 51 Wpp)
Dit betreft twee redactionele verbeteringen.
QQQ (art. 52 Wpp)
Het betreft een redactionele verbetering.
SSS onder 2 (art. 54 Wpp)
Het betreft een redactionele verbetering. Om subsidie te kunnen krijgen ten behoeve
van een neveninstelling van een landelijke politieke partij moet deze neveninstelling
aan voorwaarden voldoen. Verwacht zij op de peildatum aan deze voorwaarden te voldoen,
dan kan subsidie worden aangevraagd. Blijkt naderhand dat de neveninstelling toch
niet aan de voorwaarden voldeed, dan is de subsidie onterecht verleend en zal deze
worden teruggevorderd.
UUU (art. 57 Wpp)
In artikel 57 wordt een drietal grammaticale correcties aangebracht.
VVV (art. 58 Wpp)
Dit betreft de correctie van een verschrijving. De woorden «of een afkorting daarvan»
verwezen naar de situatie waarin een samenvoeging van aanduidingen als bedoeld in
artikel H 3, derde lid, van de Kieswet boven een lijst heeft gestaan waaraan bij een
Tweede Kamerverkiezing of Eerste Kamerverkiezing een of meer zetels zijn toegekend.
In dat geval is echter niet artikel 58 van toepassing, maar doet zich de in artikel
63 beschreven bijzondere situatie voor.
WWW (art. 59 Wpp)
Het betreft een verduidelijking. Het bedrag dat een politieke partij aan subsidie
ontvangt ten behoeve van haar politiek-wetenschappelijk instituut, haar politieke
jongerenorganisatie en haar instelling voor buitenlandse activiteiten, maakt onderdeel
uit van de aan haar verleende subsidie. Voorts zijn in dit wetsartikel voorkomende
vervoegingen van het werkwoord «verstrekken» vervangen door vervoegingen van het werkwoord
«verlenen». Van verstrekken is sprake als bij beschikking subsidie wordt verleend
of vastgesteld.
XXX (art. 61 Wpp)
De wijziging in het eerste lid betreft een verduidelijking. De wijziging in het tweede
lid, onder c, is een wetstechnische correctie. De uitslag van een verkiezing is onherroepelijk
vastgesteld als het vertegenwoordigend orgaan niet (meer) kan beslissen dat een nieuwe
stemopneming dient plaats te vinden of de stemming geheel of gedeeltelijk moet worden
overgedaan.
YYY (art. 62 Wpp)
Dit betreft de correctie van een onjuiste verwijzing.
ZZZ (art. 63 Wpp)
De redactie van artikel 63 wordt verbeterd. Het uitgangspunt blijft dat alleen landelijke
politieke partijen waarvan de aanduiding bij de laatstgehouden Tweede Kamer- of Eerste
Kamerverkiezing boven een lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegewezen
op grond van hoofdstuk 5 van de wet voor subsidie in aanmerking komen. In artikel
63, eerste lid, zijn daarop drie uitzonderingen geformuleerd.
De eerste uitzondering is dat ook als boven een lijst een samenvoeging van aanduidingen
is geplaatst, de betrokken landelijke politieke partijen voor subsidie in aanmerking
kunnen komen. Daarbij wordt wel als voorwaarde gesteld dat van de betrokken politieke
partij de aanduiding bij de direct aan de laatstgehouden verkiezing voorafgaande Tweede
Kamer- of Eerste Kamerverkiezing boven een lijst moet hebben gestaan waaraan een of
meer zetels zijn toegewezen. Is dat niet het geval, dan komt de betreffende landelijke
politieke vereniging niet voor subsidie in aanmerking. Om voor subsidie op grond van
hoofdstuk 5 in aanmerking te komen moeten politieke partijen dus eerst bewezen hebben
dat zij op nationaal niveau over voldoende draagvlak beschikken om zelfstandig een
of meer zetels te kunnen winnen.
In het voorstel van wet lag de hardvochtigheid besloten dat als een landelijke politieke
partij die bij de laatstgehouden Tweede Kamerverkiezing een of meer zetels heeft behaald
bij een volgende Tweede Kamerverkiezing een samenvoeging van aanduidingen met een
politieke vereniging aangaat waarvan de aanduiding bij die verkiezing niet boven een
lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegewezen, deze landelijke politieke
partij de aanspraak op subsidie verloor. Met deze tweede nota van wijziging wordt
daarvan teruggekomen. In het gegeven voorbeeld blijft de landelijke politieke partij
nu voor subsidie in aanmerking komen. De landelijke politieke vereniging blijft daarvan
verstoken. Landelijke politieke verenigingen kunnen dus niet door landelijke politieke
partijen worden geholpen om voor subsidie op grond van hoofdstuk 5 van de Wet op de
politieke partijen in aanmerking te komen.
De tweede uitzondering doet zich voor als bij de laatstgehouden verkiezing boven een
lijst een samenvoeging van aanduidingen is geplaatst en dat bij de daaraan voorafgaande
Tweede Kamer- of Eerste Kamerverkiezing ook al het geval was. Uit de verwijzing naar
het eerste lid, aanhef en onder a, volgt dat wat bij dat onderdeel is opgemerkt over
het vereist electoraal draagvlak waarover een landelijke politieke vereniging moet
beschikken om op grond van hoofdstuk 5 van de Wet op de politieke partijen voor subsidie
in aanmerking te komen, ook geldt voor onderdeel b.
De derde uitzondering laat zich het best verduidelijken met een voorbeeld. Als bij
de voorgaande Tweede Kamerverkiezing een lijst is ingediend met daarboven de voor
Partij A en Partij B geregistreerde aanduidingen en een afzonderlijke lijst met daarboven
de aanduiding van Partij C en aan elk van deze lijsten een of meer zetels zijn toegewezen,
dan volgt uit onderdeel C dat als bij de volgende Tweede Kamerverkiezing één lijst
wordt ingediend met daarboven de voor deze drie partijen geregistreerde aanduidingen
of afkortingen daarvan, alle drie deze partijen voor subsidie in aanmerking blijven
komen.
AAAA onder 2 (art. 65 Wpp)
In het tweede lid wordt de politieke partij bedoeld die is voortgekomen uit een fusie
zoals genoemd in het eerste lid. Het werkwoord «samenvoegen» schijnt minder juist.
Onderdeel 1 is toegelicht bij de bespreking van de vervallenverklaring van de artikelen
6, 14, 38, 50, 72, 75, 95 en 101 (onderdelen E, N, AAA, OOO, HHHH, MMMM, GGGGG, KKKKK).
DDDD (art. 68 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering.
EEEE (art. 69 wpp)
Dit betreft wetstechnische correcties. Artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht
bevat de termijn waarbinnen een bestuursorgaan moet beslissen binnen de uniforme openbare
voorbereidingsprocedure. In dit wetsartikel betreft het echter de beslistermijn op
de aanvraag van een beschikking. De termijn daarvoor is te vinden in artikel 4:13
van de Algemene wet bestuursrecht. Ook in het derde lid was abusievelijk een onjuiste
verwijzing opgenomen.
FFFF (art. 71a Wpp)
Omdat het begrip landelijke politieke partij in artikel 1 is gedefinieerd, hoeft bij
het gebruik van dit begrip niet naar dat artikel te worden verwezen. Het eerste lid
laat zich eenvoudig samenvatten: hoofdstuk 5 van de wet blijft op een landelijke politieke
vereniging van toepassing ten aanzien van eerder aan haar op grond van dat hoofdstuk
verleende subsidie. Dat zij mogelijk geen landelijke politieke partij meer is of nog
slechts een landelijke politieke partij is omdat er bij de laatstgehouden verkiezing
van de leden van een gemeenteraad, een provinciale staten of een algemeen bestuur
niet een of meer zetels waren toegewezen aan een lijst waarboven haar aanduiding stond,
staat daar niet aan in de weg.
GGGG (Hoofdstuk 5a)
Door het vervallen van de bepalingen betreffende afdelingen van politieke verenigingen
– zie hierover de toelichting bij de onderdelen A en C die betrekking hebben op veranderingen
in de artikelen 1 en 3 – zouden landelijke politieke partijen geen subsidie meer kunnen
ontvangen op basis van zetels die bij verkiezingen van de leden van decentrale organen
zijn toegewezen aan lijsten waarboven hun aanduiding of afkorting daarvan stond. Om
dit te voorkomen wordt in deel 2 van de wet een hoofdstuk ingevoegd: hoofdstuk 5a.
De daarin opgenomen subsidieregels zijn gebaseerd op, en komen waar mogelijk overeen
met, de regels zoals deze in hoofdstuk 8 van de wet zijn opgenomen. Dat hoofdstuk
is van toepassing op decentrale politieke partijen.
Artikel 71b
In het eerste lid is landelijke politieke partijen de bevoegdheid gegeven subsidie
aan te vragen ten behoeve van de in artikel 71d genoemde activiteiten. De aanvraag
moet vóór de in het tweede lid genoemde datum bij de Autoriteit zijn ingediend.
In het derde, vierde en vijfde is vastgelegd welke gegevens daarbij overgelegd moeten
worden.
1. Lid 3 onder a: De statutaire naam wordt gevraagd, omdat de Autoriteit op basis daarvan
in het Handelsregister kan nagaan wie bevoegd is om namens de vereniging een subsidieaanvraag
in te dienen.
2. Lid 3 onder b: Het vermelden van de aanduiding is nodig, omdat de Autoriteit moet
kunnen bepalen welke zetels aan welke politieke partij toegerekend mogen worden. De
aanduiding van een politieke partij hoeft niet overeen te komen met haar statutaire
naam. Alleen een landelijke politieke vereniging waarvoor op grond van artikel G 1
van de Kieswet door het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van
de Tweede Kamer der Staten-Generaal een aanduiding is geregistreerd, kan in aanmerking
komen voor deze subsidie. Alleen deze aanduiding werkt immers door naar provinciale
staten-, waterschaps- en gemeenteraadsverkiezingen (vgl. art. G 4 lid 1 Kieswet) en
kan dus bij een of meer verkiezingen van de leden van een gemeenteraad, een algemeen
bestuur of een provincie boven een lijst hebben gestaan waaraan een of meer zetels
zijn toegekend.
3. Lid 4 onder a: De vereniging moet aangeven op basis van zetels in welk vertegenwoordigend
orgaan zij subsidie wenst te ontvangen. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan
de hand van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van
het betreffende orgaan is toegewezen aan de lijst waarboven de in het derde lid, onderdeel
b, bedoelde aanduiding stond. Het is belangrijk dat nauwkeurig wordt vermeld welk
vertegenwoordigend orgaan wordt bedoeld. Bijvoorbeeld: «de raad van de gemeente [plaatsnaam]»
of «provinciale staten van de provincie [naam provincie]».
4. Lid 4 onder c: in de aanvraag moet worden vermeld hoeveel zetels bij de laatstgehouden
verkiezing van de leden van het vertegenwoordigend orgaan aan de betreffende lijst
zijn toegewezen.
5. Lid 5: zijn bij een verkiezing boven een lijst de aanduidingen van twee of meer politieke
partijen of afkortingen daarvan geplaatst, dan dient ook deze aanduiding te worden
vermeld. Dit wordt gevraagd om te voorkomen dat de Autoriteit moet bepalen welke lijst
bij welke politieke partij hoort. Ook moet worden vermeld uit de aanduidingen van
hoeveel politieke verenigingen de gebruikte aanduiding was samengesteld.
Op grond van artikel 4:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Autoriteit
een formulier vaststellen dat voor het aanvragen van subsidie kan worden gebruikt.
Daarmee kunnen politieke partijen worden ondersteund om tijdig de juiste gegevens
aan te leveren.
Artikel 71c
De op grond van de Wet op de politieke partijen aan een politieke partij verstrekte
subsidie mag uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de in artikel 71c opgenomen
politieke activiteiten. De subsidie is met name bedoeld voor activiteiten gericht
op een of meer gemeenten, provincies of waterschappen.
Artikel 71d
Deze bepaling is gelijk aan artikel 105.
Artikel 71e
Dit wetsartikel bevat de wijze waarop de hoogte van de subsidie wordt vastgesteld.
Zie voor een algemene toelichting de toelichting bij artikel 106 (onderdeel NNNNN).
Omdat een met het oog op Tweede Kamerverkiezingen geregistreerde aanduiding doorwerking
heeft, kan zij ook worden gebruikt bij verkiezingen van de leden van de raad van een
of meer gemeenten, de provinciale staten in een of meer provincies en de algemene
besturen van een of meer waterschappen. In het tweede lid is dit in verschillende
onderdelen van het wetsartikel tot uitdrukking gebracht door het gebruik van de woorden
«voor elke».
Artikelen 71f en 71g
Zie voor een toelichting op de artikelen 71f en 71g respectievelijk de artikelsgewijze
toelichting bij de artikelen 107 en 110 in de memorie van toelichting.
LLLL (art. 74 Wpp)
De redactie van het eerste lid is verbeterd.
NNNN (art. 76 Wpp)
Dit betreft een correctie van onjuist interpunctiegebruik.
WWWW (art. 85 Wpp)
De in het eerste lid aangebrachte wijziging betreft een redactionele verbetering.
In lijn met aanwijzing 3.1 van de Aanwijzingen voor de regelgeving kan de toevoeging
dat de bijdrage ontvangen is van een gever worden weggelaten.
Het in het eerste, derde en vierde lid genoemde geldbedrag wordt gelijkgetrokken met
het bedrag genoemd in artikel 23. De verplichting van een vereniging of stichting
die een bijdrage geeft aan een politieke partij om in een dergelijke situatie in voorkomende
gevallen de namen en adressen te geven van de personen door wie zij zelf is gefinancierd,
betekent een inbreuk op de privacy van de betrokkenen. Niet valt in te zien waarom
de privacy van betrokkenen, minder bescherming geboden zou moeten worden als de vereniging
of stichting een bijdrage geeft aan een decentrale politieke vereniging dan aan een
landelijke politieke vereniging. Te meer omdat het voor de verplichting om deze gegevens
te verstrekken niet relevant is of degenen die de vereniging of stichting hebben gefinancierd
daarmee ook beoogd hebben bij te dragen aan de bijdrage die de vereniging of stichting
(mede) daarmee aan de politieke partij heeft gegeven. Op deze manier wordt voorkomen
dat als een vereniging of stichting een bijdrage van meer dan € 250,– maar minder
dan € 1.000 aan een landelijke politieke partij geeft, zij de gegevens betreffende
haar leden respectievelijk deelnemers niet aan de politieke partij hoeft over te dragen
maar als zij hetzelfde bedrag aan een decentrale politieke partij geeft wel.
De aanpassing in het vierde lid is een grammaticale verbetering.
De aanpassing in het vijfde lid zorgt ervoor dat de redactie van artikel 85, vijfde
lid, gelijk is aan de redactie van artikel 23, vijfde lid.
XXXX (art. 86 Wpp)
Dit betreft een redactionele aanpassing. De redactie van artikel 86, vierde lid, wordt
gelijkgetrokken met de redactie van van het vergelijkbare artikel 24, vierde lid.
YYYY (art. 87 Wpp)
De wijziging in het eerste lid betreft een tekstuele wijziging. Niet de gift zelf
is anoniem, maar van de gever ervan zijn onvoldoende gegevens bekend óf de gever heeft
niet alle bescheiden overgelegd die de politieke vereniging op grond van deze wet
moet ontvangen om de bijdrage te mogen aanvaarden. In beide gevallen moet de politieke
vereniging afstand doen van dat deel van de bijdrage dat de waar de van € 250,– te
boven gaat.
De redactie van het vierde lid wordt gelijkgetrokken met de redactie van het vergelijkbare
artikel 25, vierde lid.
BBBBB onder 1 t/m 6 en 8 (art. 89 Wpp)
De redactie van het tweede lid, onderdeel a, is vereenvoudigd. Het bedoelde overzicht
is een overzicht van gevers van wie een politieke partij een of meer bijdragen heeft
aanvaard. Alleen gevers van wie de bijdragen bij elkaar opgeteld een zekere waarde
hadden, staan op dit overzicht vermeld.
In het tweede lid, onder d, is een opsomming gegeven van situaties waarin een landelijke
politieke vereniging een bijdrage niet aanvaardt. Ondanks dat het een opsomming betreft,
ziet elk genoemd artikellid op een andere situatie. Daarom is «of» hier juister dan
«en». Omdat in artikel 84 een lid is ingevoegd, (onderdeel VVVV) moet de verwijzing
naar artikel 84, derde en vierde lid, worden aangepast naar 84, vierde en vijfde lid.
In het derde lid is een redactionele verbetering aangebracht.
Het vierde lid is opnieuw vastgesteld. De vermelding van de naam en de woonplaats
van een gever of uiteindelijk belanghebbende kan in een enkel geval veiligheidsrisico’s
met zich meebrengen voor de betrokkene. Betreft het een decentrale politieke partij,
dan wordt in zo’n geval de naam en de woonplaats van de betrokkene niet openbaar gemaakt
(art. 32 lid 4 Wpp). Betrof het een decentrale politieke partij, dan werd alleen de
naam niet openbaar gemaakt (art. 89 lid 4 Wpp). Dit onderscheid wordt met deze tweede
nota van wijziging weggenomen. Als het gelet op de veiligheid van een natuurlijke
persoon – ongeacht of het de gever betreft, een uiteindelijk belanghebbende of iemand
die eerder een gift heeft geschonken aan een vereniging of stichting die op haar beurt
een bijdrage heeft geleverd aan een decentrale politieke partij – noodzakelijk is,
hoeven ook decentrale politieke partijen de naam en woonplaats van natuurlijke personen
niet openbaar te maken. Zie voor een nadere toelichting ook paragraaf 1.1 van het
algemeen deel van de toelichting bij deze nota van wijziging.
Voorts is van de gelegenheid gebruikgemaakt om verschrijvingen in het tweede lid,
onder d, en vierde lid, te herstellen.
Onderdeel 7 is toegelicht bij de bespreking van het vervallen van artikel 8 en de
introductie van het nieuwe artikel 73a (onderdelen G en JJJJ)
CCCCC onder 1 en 2 (art. 90 Wpp)
Dit betreft redactionele verbeteringen. Abusievelijk werd in het opschrift en in de
bepaling nog een vorm van het werkwoord ontvangen gebruikt, terwijl de verplichting
geldt wanneer een bijdrage wordt aanvaard. Daarnaast is de redactie van het eerste
lijn in lijn gebracht met de redactie van het vergelijkbare artikel 28, eerste lid.
De onderdelen 3 en 4 zijn toegelicht bij de bespreking van het vervallen van artikel
8 en de introductie van het nieuwe artikel 73a (onderdelen G en JJJJ)
GGGGG (art. 95 Wpp)
Deze bepaling is in tweeërlei opzicht gewijzigd. Op de eerste plaats is hoofdstuk
8 van de Wpp, dat aanvullende bepalingen bij decentrale verkiezingen bevat, alleen
nog van toepassing op decentrale politieke partijen. Als de aanduiding van een landelijke
politieke vereniging door middel van doorwerking bij een decentrale verkiezing wordt
gebruikt, is op haar bij die verkiezing hoofdstuk 4 van toepassing. Op de tweede plaats
zijn de in hoofdstuk 8 opgenomen bepalingen vooralsnog niet meer van toepassing bij
eilandsraadsverkiezingen. Zie hierover paragraaf 1.2 van het algemeen deel van van
de toelichting bij deze nota van wijziging.
HHHHH (art. 96 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. In lijn met aanwijzing 3.1 van de Aanwijzingen
voor de regelgeving kan de toevoeging dat de bijdrage ontvangen is van een gever worden
weggelaten. Dat spreekt immers voor zich.
IIIII (art. 97 Wpp)
De redactie van het eerste lid, onderdeel a, is vereenvoudigd. Het bedoelde overzicht
is een overzicht van gevers van wie een politieke partij een of meer bijdragen heeft
aanvaard. Alleen gevers van wie de bijdragen bij elkaar opgeteld een zekere waarde
hadden, staan op dit overzicht vermeld.
De eerste wijziging in het eerste lid, onderdeel d, betreft een taalkundige correctie.
Omdat in artikel 84 een lid is ingevoegd, (onderdeel VVVV) moet ook de verwijzing
naar artikel 84, derde en vierde lid, in dit onderdeel worden aangepast naar 84, vierde
en vijfde lid.
De eerste wijzigingsopdracht van het derde onderdeel is toegelicht bij de bespreking
van het vervallen van artikel 8 en de introductie van het nieuwe artikel 73a (onderdelen
G en JJJJ). De vervanging van «bedoelde overzichten» door «genoemde overzichten» is
een technische correctie en houdt verband met aanwijzing 3.31 van de Aanwijzingen
voor de regelgeving.
JJJJJ (art. 100 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering.
LLLLL (art. 102 Wpp)
De verwijzing in het eerste lid naar de subsidiabele activiteiten is gepreciseerd.
Anders dan bij landelijke verkiezingen worden bij decentrale verkiezingen geen aanvullende
verplichtingen opgelegd aan decentrale politieke verenigingen, niet zijnde decentrale
politieke partijen, die deelnemen aan verkiezingen. Artikel 102, tweede lid, onderdeel
a, was daarom overbodig en is om die reden vervallen verklaard.
Abusievelijk was in het voorstel van wet opgenomen dat een decentrale politieke partij
bij haar subsidieaanvraag een activiteitenplan en een begroting moet overleggen. Dit
was niet bedoeld, zoals ook uit bladzijde 55 van het algemeen deel van de memorie
van toelichting blijkt. Deze omissie wordt thans hersteld. Als een decentrale politieke
partij subsidie aanvraagt en de Autoriteit vaststelt dat zij hier metterdaad recht
op heeft, dan wordt haar een op basis van artikel 106 te berekenen bedrag toegekend.
Met het oog hierop vervalt het vijfde lid en worden het derde, vierde en vijfde lid
opnieuw vastgesteld.
In het nieuwe derde, vierde en vijfde lid is vastgelegd welke gegevens bij een subsidieaanvraag
overgelegd moeten worden.
1. Lid 3 onder a: De statutaire naam wordt gevraagd, omdat de Autoriteit op basis daarvan
in het Handelsregister kan nagaan wie bevoegd is om namens de vereniging een subsidieaanvraag
in te dienen.
2. Lid 3 onder b: Het vermelden van de aanduiding is nodig, omdat de Autoriteit moet
kunnen bepalen welke zetels aan welke politieke partij toegerekend mogen worden. De
aanduiding van een politieke partij hoeft niet overeen te komen met haar statutaire
naam. Door de nieuwe redactie van het derde en vierde lid kan met één subsidieaanvraag
subsidie worden aangevraagd voor elke zetel die aan een lijst is toegewezen waarboven
deze aanduiding heeft gestaan. Doorgaans zal er sprake zijn van één lijst en één vertegenwoordigend
orgaan. Maar als een aanduiding is geregistreerd met het oog op provinciale statenverkiezingen,
kan deze ook bij gemeenteraadsverkiezingen worden gebruikt. Er is dan sprake van doorwerking
van de aanduiding (art. G 4 lid 1 Kieswet). De betreffende vereniging kan dan voor
subsidie in aanmerking komen op basis van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden
verkiezing van de leden van provinciale staten is toegewezen aan de lijst waarboven
haar aanduiding of afkorting daarvan stond plus het aantal zetels dat bij de laatstgehouden
gemeenteraadsverkiezingen in elke gemeente is toegewezen aan de lijsten waarboven
haar aanduiding of afkorting daarvan stond. Heeft een vereniging bij twee of meer
centraal stembureaus een aanduiding geregistreerd, kan zij evenzoveel aanvragen indienen.
3. Lid 4 onder a: De vereniging moet aangeven op basis van zetels in welk vertegenwoordigend
orgaan zij subsidie wenst te ontvangen. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan
de hand van het aantal zetels dat bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van
het betreffende orgaan is toegewezen aan de lijst waarboven de in het derde lid, onderdeel
b, bedoelde aanduiding of afkorting daarvan stond. Het is belangrijk dat nauwkeurig
wordt vermeld welk vertegenwoordigend orgaan wordt bedoeld. Bijvoorbeeld: «de raad
van de gemeente [plaatsnaam]».
4. Lid 4 onder b: Ook moet in de aanvraag worden vermeld hoeveel zetels bij de laatstgehouden
verkiezing van de leden van het vertegenwoordigend orgaan aan de betreffende lijst
zijn toegewezen.
5. Lid 5: zijn bij een verkiezing boven een lijst de aanduidingen van twee of meer politieke
partijen of afkortingen daarvan geplaatst, dan dient ook deze aanduiding te worden
vermeld. Dit wordt gevraagd om te voorkomen dat de Autoriteit moet bepalen welke lijst
bij welke politieke partij hoort. Ook moet worden vermeld uit de aanduidingen van
hoeveel politieke verenigingen de gebruikte aanduiding was samengesteld.
Op grond van artikel 4:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de Autoriteit
een formulier vaststellen dat voor het aanvragen van subsidie kan worden gebruikt.
Daarmee kunnen politieke partijen worden ondersteund om tijdig de juiste gegevens
aan te leveren.
NNNNN en PPPPP (art. 106 Wpp)
Dit wetsartikel maakt het mogelijk dat een decentrale politieke partij waarvan de
aanduiding bij de laatstgehouden verkiezing boven een lijst heeft gestaan waaraan
een of meer zetels zijn toegewezen, voor subsidie in aanmerking komt. Heeft als gevolg
van doorwerking dezelfde aanduiding bij meer dan één laatstgehouden verkiezing boven
een lijst gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegewezen, dan kan met één aanvraag
één subsidiebedrag worden ontvangen voor al deze zetels. In de praktijk kan hiervan
alleen sprake zijn als een aanduiding was geregistreerd met het oog op de provinciale
statenverkiezingen en deze ook bij gemeenteraadsverkiezingen is gebruikt. De bedragen
per zetel zijn niet gewijzigd.
Het eerder voorgestelde zesde lid is nu het derde lid.
Voorheen was in artikel 109 een aparte voorziening getroffen voor het geval er bij
een verkiezing een samenvoeging van twee of meer aanduidingen of afkortingen daarvan
boven een lijst stond als genoemd in artikel H 3, derde lid, van de Kieswet. Dat artikel
is vervallen verklaard (onderdeel PPPPP). In plaats daarvan is thans in het vierde
lid vastgelegd dat als van twee of meer politieke partijen bij een verkiezing de aanduiding
of afkorting daarvan boven een lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn
toegewezen, het bedrag per zetel evenredig tussen deze partijen wordt verdeeld. Bij
twee partijen dus ieder de helft; bij drie partijen elk een derde enzovoorts. Dit
vermindert de administratieve lasten van politieke partijen, die niet langer een gezamenlijke
verklaring over de zetelverdeling hoeven af te leggen. Ook vereenvoudigt het de uitvoering
van deze regeling door de Autoriteit.
QQQQQ onder 2 (art. 110 Wpp)
In het tweede lid wordt de politieke partij bedoeld die is voortgekomen uit een fusie
zoals genoemd in het eerste lid. Het werkwoord «samenvoegen» schijnt minder juist.
De onderdelen 1 en 3 zijn toegelicht bij de bespreking van de vervallenverklaring
van de artikelen 6, 14, 38, 50, 72, 75, 95 en 101 (onderdelen E, N, AAA, OOO, HHHH,
MMMM, GGGGG, KKKKK).
RRRRR (art. 112 Wpp)
Het betreft een technische aanpassing. De Autoriteit is belast met het verstrekken
van subsidie op basis van deze wet. De subsidieregelingen voor landelijke politieke
partijen zijn opgenomen in de hoofdstukken 5 en 5a. De subsidieregeling voor decentrale
politieke partijen is opgenomen in hoofdstuk 9.
SSSSS (art. 115 Wpp)
De redactie van het tweede lid is verbeterd. Omdat het betrekkelijk recent bekleed
hebben van een functie die onverenigbaar wordt geacht met het lidmaatschap van de
Autoriteit aan benoeming in de weg staat, waren de woorden «voorafgaand aan diens
benoeming» niet juist gekozen. De betrokkene komt in dat geval immers juist niet voor
benoeming in aanmerking.
TTTTT (art. 117 Wpp)
Dit betreft met name stilistische verbeteringen. In het tweede lid is de bevoegdheid
om de Staat der Nederlanden te vertegenwoordigen bij het sluiten, wijzigen en beëindigen
van individuele arbeidsovereenkomsten met de medewerkers van de Autoriteit niet langer
neergelegd bij de voorzitter van deze Autoriteit, maar bij Autoriteit als geheel.
Hiermee wordt tot extra uitdrukking gebracht dat de medewerkers van het bureau van
de Autoriteit uiteindelijk onder het gezag van de Autoriteit vallen en niet louter
onder het gezag van haar voorzitter. Ingevolge artikel 16 van de Kaderwet zelfstandige
bestuursorganen was dat overigens reeds het geval. Voor de medewerkers verandert er
met deze wijziging mitsdien niets.
UUUUU (art. 118 Wpp)
Dit betreft een grammaticale correctie.
A onder 2, II onder 1 en 2, VVVV onder 1 en 2 en VVVVV (art. 121 Wpp)
Dit betreft een redactionele wijziging. Als in het voorstel van wet naar een onderdeel
van een artikellid werd verwezen, werd hiervoor vaak het woord «onder» gebruikt (31x)
en soms het woord «onderdeel» (10x). Met deze nota van wijziging is dit gelijkgetrokken
en wordt overal alleen nog «onder» gebruikt. Een vergelijkbare wijziging is aangebracht
in artikel 1, 22 en 84 (onderdelen A onder 2, II onder 1 en 2, VVVV onder 1 en 2).
WWWWW (art. 121a Wpp)
Het nieuwe artikel 121a verschaft de Autoriteit een wettelijke grondslag om inlichtingen
te vragen aan elk centraal stembureau dat op grond van de Kieswet is ingesteld en
een plicht voor elk centraal stembureau deze inlichtingen te verschaffen. De bepaling
is toegevoegd voor het geval de Autoriteit op basis van informatie uit het Handelsregister
en de officiële bekendmakingsbladen onvoldoende informatie heeft om subsidie te kunnen
verlenen aan een decentrale politieke partij. Verwacht mag worden dat het gaat om
incidentele gevallen. Elk centraal stembureau doet van haar besluiten omtrent verzoeken
over de registratie van aanduidingen immers al mededeling in een openbaar bekendmakingsblad.
Die verplichting wordt met deze wet bovendien verduidelijkt. Zie daarvoor de wijziging
van artikel 141 (onderdeel GGGGGG).
XXXXX onder 1 (art. 124 Wpp)
Het voorgestelde artikel 89 is bij nota van wijziging aangepast. Abusievelijk is nagelaten
de verwijzing naar deze bepaling in artikel 124 te actualiseren. Deze omissie wordt
thans hersteld.
Onderdeel 2 is toegelicht bij de aanpassing van artikel 1 (onderdeel A onder 3).
YYYYY (art. 126 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering. Bedoeld is dat als de Autoriteit vaststelt
dat een politieke groepering niet langer voldoet aan de eisen voor de registratie
van een aanduiding, de Autoriteit het centraal stembureau dat de aanduiding voor deze
politieke groepering heeft geregistreerd hiervan in kennis stelt.
RRR, BBBB, CCCC onder 2, OOO, MMMMM, OOOOO, ZZZZZ, AAAAAA en BBBBBB (art. 128, 128a,
128b, 128c en 129 t/m 138 Wpp)
Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire,
Sint Eustatius en Saba zijn grote delen van de Algemene wet bestuursrecht niet van
toepassing als de Nederlandse autoriteit politieke partijen bevoegdheden wil uitoefenen
ten aanzien van (rechts)personen die in Caribisch Nederland gevestigd zijn. In de
eerder voorgestelde artikelen 53, 71, 103, 108 en 129 tot en met 138 was daarvoor
een voorziening getroffen. Bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht die belanghebbenden
rechtstreeks raken, waren daarin in de Wet op de politieke partijen overgenomen. De
vraag rees evenwel of daarmee voldoende gewaarborgd is dat de Autoriteit haar bevoegdheden
op dezelfde wijze jegens (rechts)personen in Caribisch Nederland kan uitoefenen als
jegens (rechts)personen in Europees Nederland. Om dit te verduidelijken zijn de eerder
voorgestelde bepalingen geschrapt en vervangen door een aantal nieuwe bepalingen.
Omdat de artikelen 129 tot en met 138 zijn komen te vervallen, bestaat niet langer
de noodzaak om het begrip toezichthouder opnieuw te definiëren. Het voorgestelde tweede
lid van artikel 128 kan daarom komen te vervallen (onderdeel ZZZZZ).
In het voorgestelde artikel 128a zijn de bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht
betreffende beschikkingen en subsidies van overeenkomstige toepassing verklaard op
de bevoegdheid van de Autoriteit om subsidie te verlenen aan politieke verenigingen
die in Caribisch Nederland gevestigd zijn. Zij is geconcipieerd naar het voorbeeld
van artikel 3.5, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES. Deze bepaling
vervangt de eerder voorgestelde artikelen 53, 71, 103 en 108 (onderdelen RRR, OOO,
MMMMM en OOOOO). Daardoor kunnen ook de verwijzingen in de artikelen 66, derde lid,
en 67, derde lid, naar artikel 53 vervallen (onderdeel BBBB en CCCC onder 2).
In het voorgestelde artikel 128b is een voorziening getroffen voor het geval er een
schuld ontstaat als gevolg van een wettelijk voorschrift tot betaling van een geldsom.
Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat een dwangsom verbeurd wordt verklaard
of een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Geregeld is dat titel 4.4 van de Algemene
wet bestuursrecht in dat geval van toepassing is. Deze bepaling is geconcipieerd naar
het voorbeeld van artikel 22, vierde lid, onderdelen a tot en met c, van de Pensioenwet
BES.
In het voorgestelde artikel 128c zijn de bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht
betreffende toezicht en handhaving, hoofdstuk 5, van overeenkomstige toepassing verklaard
in de openbare lichamen Bonaire, Eustatius en Saba. Hieruit volgt dat de Nederlandse
autoriteit politieke partijen in Caribisch Nederland dezelfde bevoegdheden heeft als
in Europees Nederland. Deze bepaling is geconcipieerd naar het voorbeeld van artikel
5.9 van de Wet kinderopvang BES. Omdat de Algemene wet op het binnentreden niet van
toepassing is in Caribisch Nederland is hierbij in het vierde lid een alternatief
voor het in artikel 5:27, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgenomen.
Dit in navolging van artikel 51, derde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens
BES.
Gelet op de voornoemde artikelen kunnen de eerder voorgestelde artikelen 132 tot en
met 138 komen te vervallen (onderdeel BBBBBB).
CCCCCC (art. 138a Wpp)
Uit de volzin «Artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek vindt in dat geval
geen toepassing» zoals deze in artikel 139, eerste lid, van het voorstel van wet was
opgenomen, zou men abusievelijk kunnen begrijpen dat het genoemde wetsartikel uit
het Burgerlijk Wetboek alleen geen toepassing vindt op het moment dat de procureur-generaal
bij de Hoge Raad een verzoek als bedoeld in artikel 139 heeft ingediend. Dat is niet
het geval. Waar het een politieke vereniging als bedoeld in deze wet betreft, treedt
artikel 139 voor artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek in de plaats. Het verbieden
en ontbinden van een politieke vereniging kan uitsluitend op grond van artikel 139.
DDDDDD (art. 139 Wpp)
Het eerste lid is opnieuw geredigeerd. De volzin waarin stond dat artikel 2:20 van
het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op politieke verenigingen is daarbij
verplaatst naar een separaat wetsartikel (art. 138a) (vgl. onderdeel CCCCCC).
EEEEEE (art. 140 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering.
GGGGGG (art. 141 Wpp)
Artikel 141 is om wetstechnische redenen opnieuw vastgesteld. De voorgenomen wijziging
van de artikelen G 1, zevende lid, G 2, zevende lid, G 2a, zevende lid, en G 3, zevende
lid, van de Kieswet is behouden.
Een centraal stembureau maakt zijn beslissing op een verzoek tot registratie van een
aanduiding niet alleen bekend aan de politieke groepering die het verzoek heeft ingediend
(vgl. art. 3:41 lid 1 Awb), maar doet ook mededeling van dit besluit aan de beoogd
gemachtigde van de betreffende politieke groepering en in het officiële publicatieblad.
Dit is geregeld in de artikelen G 1, vijfde lid, G 2, vijfde lid, G 2a, vijfde lid,
en G 3, vijfde lid, van de Kieswet. In de Kieswet wordt verduidelijkt dat in deze
mededeling niet alleen melding gemaakt moet worden van de aanduiding waarop het verzoek
betrekking heeft, maar ook van de naam van de politieke groepering die het verzoek
heeft ingediend. Dit is in lijn met de toelichting die bij de Wet elektronische bekendmaking
bij het begrip «mededeling» is gegeven (vgl. Kamerstukken II 2018/19, 35 218, nr. 3, p. 5). Omdat op grond van deze wet alleen verenigingen voor subsidie in aanmerking
komen waarvan de aanduiding is geregistreerd en bij de laatstgehouden verkiezing boven
een lijst heeft gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegewezen, is het voor de
Autoriteit belangrijk te kunnen nagaan voor welke politieke vereniging een aanduiding
is geregistreerd. Als centraal stembureaus in de mededeling bedoeld in artikel G 1,
vijfde lid, G 2, vijfde lid, G 2a, vijfde lid, en G 3, vijfde lid ook vermelden op
verzoek van welke vereniging (of stichting) een aanduiding is geregistreerd, heeft
de Autoriteit informatie die zij nodig heeft om subsidieaanvragen te kunnen beoordelen.
Uit artikel G 2, eerste lid, G 2a, eerste lid, en G 3, eerste lid, van de Kieswet
volgt bovendien dat als ten behoeve van een politieke vereniging al een aanduiding
is geregistreerd door het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden van
de Tweede Kamer der Staten-Generaal (de Kiesraad), deze politieke vereniging niet
ook op decentraal niveau een aanduiding kan registreren. Dient zij een verzoek daartoe
in, dan dient dit verzoek door het betreffende centraal stembureau te worden afgewezen.
Om dit te kunnen doen, moeten deze centraal stembureaus uiteraard wel kunnen weten
voor welke verenigingen het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal reeds een aanduiding heeft geregistreerd.
Voor aanduidingen die geregistreerd zijn bij een centraal stembureau voor de verkiezingen
van de leden van de provinciale staten geldt mutatis mutandis hetzelfde.
FFFFFF (Opschrift Deel 6)
Het opschrift van het vijfde deel van de wet is abusievelijk het zesde deel genoemd.
Deze misslag wordt met deze nota van wijziging hersteld.
HHHHHH, JJJJJJ (art. 141a, 141b, 142c en 145 Wpp)
In hoofdstuk 13 («wijzigingsbepalingen») van de Wpp worden drie wetsartikelen ingevoegd:
de artikelen 141a, 141b en 141c.
Artikel 141a bevat wijzigingsopdrachten ten aanzien van de Mediawet 2008.
Het begrip politieke partij komt niet alleen voor in de Wet financiering politieke
partijen, maar ook in de Mediawet 2008. Daarin wordt het begrip gedefinieerd als een
«vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1, Q 6 of Y 10 van de Kieswet
is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van
de Tweede Kamer, de Eerste Kamer of het Europees Parlement». De verwijzing in die
begripsbepaling naar artikel Y 10 van de Kieswet is onjuist. Registratie van een aanduiding
met het oog op Europees Parlementsverkiezingen vindt plaats op grond van artikel Y
2 jo. G 1 van de Kieswet. Belangrijker is dat de Mediawet 2008, anders dan de Wet
op de politieke partijen, voor het zijn van een politieke partij niet als voorwaarde
stelt dat de aanduiding van een politieke groepering bij een verkiezing boven een
lijst moet hebben gestaan waaraan een of meer zetels zijn toegewezen. Wat in de Mediawet
2008 een politieke partij wordt genoemd, is in de Wet op de politieke partijen een
landelijke politieke vereniging. Dit begrip wordt in die wet immers gedefinieerd als
«een vereniging waarvoor door het centraal stembureau op grond van artikel G 1, Q
6 dan wel Y 2 juncto G 1 van de Kieswet een aanduiding is geregistreerd».
Hoewel beide regimes naast elkaar kunnen bestaan, kan het gebruik van twee verschillende
definities voor hetzelfde begrip aanleiding geven tot verwarring. Om die reden is
ervoor gekozen om de terminologie in deze wetten te harmoniseren. Het begrip «politieke
partij» in de Mediawet 2008 wordt daartoe vervangen door het begrip «politieke vereniging».
Dat begrip zal in de Mediawet 2008 worden gedefinieerd als «een vereniging waarvoor
door het centraal stembureau op grond van artikel G 1, Q 6 dan wel Y 2 juncto G 1
van de Kieswet een aanduiding is geregistreerd voor de verkiezing van de leden van
de Tweede Kamer, de Eerste Kamer of het Europees Parlement». De toevoeging «voor de
verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer of het Europees Parlement»
is strikt genomen overbodig, maar is omwille van de lees- en herkenbaarheid van de
bepaling voor de gebruikers van de Mediawet 2008 behouden. Materieel brengt deze wijziging
geen verandering met zich mee. Wel is het nodig om overal in de Mediawet waar het
begrip politieke partij voorkomt dit te wijzigen in politieke vereniging.
Artikel 141b bevat een wijziging van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek. Abusievelijk
was deze wijzigingsopdracht opgenomen in artikel 145 van hoofdstuk 14 («Overgangs-
en slotbepalingen), maar het is een wijzigingsopdracht van een andere wet. De bepaling
is daarom verplaatst. Artikel 145 is daartoe vervallen verklaard (onderdeel JJJJJJ)
en de tekst van die bepaling is als nieuw artikel 141b ingevoegd.
Artikel 141c bevat wijzigingsopdrachten ten aanzien van de Wet op de politieke partijen
zelf. Het bevat de wijzigingen die noodzakelijk zijn om deze wet ook van toepassing
te laten worden op decentrale politieke verenigingen in Caribisch Nederland. Voor
een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 1.2 van het algemeen deel van
de toelichting bij deze nota van wijziging. Op het moment dat artikel 141c in werking
treedt, zal ook artikel 73a in werking treden.
NN onder 5, EEE onder 4, FFF onder 5 en IIIIII (art. 143 Wpp)
In artikel 27, vierde lid, 41, vierde lid, en 42, derde lid, van het voorstel van
wet werd telkens de Wet open overheid (Woo) niet van toepassing verklaard op bij de
Autoriteit berustende documenten. Hetzelfde doel kan bereikt worden door de genoemde
artikelen op te nemen in de Bijlage bij artikel 8.8 van de Wet open overheid (onderdeel
IIIIII) Dit past beter bij de systematiek van die wet. Daartoe strekken de hier besproken
wijzigingsopdrachten. Tevens is gebruikgemaakt van de mogelijkheid om artikel 143
te formuleren in lijn met aanwijzing 5.34a van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
KKKKKK (art. 146 Wpp)
Dit betreft een redactionele verbetering.
LLLLLL (art. 149 Wpp)
Abusievelijk waren in het opschrift van artikel 149 haakjes toegevoegd. Deze zijn
thans verwijderd. Voorts is deze bepaling aangepast aan het met deze nota van wijziging
ingevoegde nieuwe hoofdstuk 5a (onderdeel GGGG).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties