Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Mohandis en Moorman over het bericht ‘Ministerie houdt dagelijks bewegen op school' tegen’
Vragen van de leden Mohandis en Moorman (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Ministerie houdt dagelijks bewegen op school tegen» (ingezonden 15 mei 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 26 juni 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2143.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Ministerie houdt dagelijks bewegen op school tegen»
en wat is daarop uw reactie?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het genoemde artikel.
In het artikel staat dat twee dagen voor de definitieve vaststelling van de kerndoelen
een streep is gezet door het potentiële kerndoel over dagelijks bewegen. Dit is onjuist.
Zie voor een nadere toelichting het antwoord op vraag 2.
Vraag 2
Kunt u nader toelichten waarom de verplichting om dagelijks bewegen in het curriculum
op te nemen van tafel is?
Antwoord 2
De verantwoordelijkheid voor het wettelijk verplicht curriculum ligt bij het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Wat wettelijk verplicht is, ligt vast
in kerndoelen. In opdracht van OCW heeft Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) in
samenwerking met leraren, vakexperts en curriculumexperts de kerndoelen geactualiseerd.
In een vroege fase van de ontwikkeling van de kerndoelen voor Bewegen en Sport heeft
SLO nagedacht over een aanboddoel2. Dit doel had als opdracht voor de school als geheel om leerlingen te stimuleren
te bewegen met het oog op hun welbevinden en gezondheid. Na overleg met de advieskring,
de klankbordgroep specifieke onderwijsbehoeften, het monitorteam en de expertpoule,
is geconstateerd dat dit doel van Bewegen en Sport buiten de juridische kaders van
de werkopdracht en de wet viel. Dit doel ging namelijk niet over wat kinderen moesten
leren, maar om een verplichting voor de school als geheel om bewegen te stimuleren.
Dat kan scholen niet via de kerndoelen worden verplicht. Dit is besproken met het
kerndoelenteam en heeft ertoe geleid dat dit doel uiteindelijk niet is opgenomen in
de conceptkerndoelen.
De opdracht aan het onderwijs is groot: kwalificatie, ontwikkeling, socialisatie en
persoonsvorming. Primair verwacht de samenleving van scholen dat leerlingen leren
lezen, schrijven, rekenen, digitale vaardigheden opdoen en leren over burgerschap.
In de vernieuwde kerndoelen Bewegen en Sport komt terug dat leerlingen zich ontwikkelen
in het bewegen, samen met andere leren bewegen en betekenis kunnen geven aan bewegen.
Het is aan scholen zelf om een onderwijsprogramma in te vullen waarin ze aan de kerndoelen
werken. Dat kan bijvoorbeeld door beweegmomenten in te plannen gedurende de dag, maar
dat is geen verplichting.
Vraag 3
Wat was de doorslaggevende factor om dit niet op te nemen in het curriculum en waarom
is het op het laatste moment geschrapt?
Antwoord 3
Zie hiervoor het antwoord op vraag 2.
Vraag 4
Hoe verhoudt deze keuze zich tot de berekeningen van het RIVM dat de doelen met betrekking
tot het aantal kinderen met overgewicht in 2040 niet worden gehaald en maar liefst
op 14 procent blijft steken?3
Antwoord 4
Overgewicht en obesitas ontstaan door een mix van verschillende persoonsgebonden-
en omgevingsfactoren. Onder andere gezonde voeding, voldoende bewegen en mentaal welzijn
dragen bij aan een gezond gewicht en een gezonde leefstijl. Daarnaast zijn ook bredere
sociaalmaatschappelijk aspecten van belang zoals een gezonde leefomgeving, bestaanszekerheid
en kansengelijkheid in het onderwijs. We zetten hier op in via onder andere de Gezonde
School-aanpak en het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). Ook werkt het kabinet
momenteel de ambitie uit om kinderen in het primair- en voortgezet onderwijs schoolfruit
aan te bieden. Het kabinet werkt bovendien aan een omzetting van de verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken naar een gedifferentieerde verbruiksbelasting op suikergehalte
als aan een suikerbelasting op eetwaren. Het doel is om de suikerconsumptie via dranken
en eetwaren terug te dringen. Voor beide fiscale maatregelen werkt het kabinet toe
naar een wetgevingspakket dat naar verwachting in 2027 naar de Tweede Kamer zal worden.4
Het stimuleren tot bewegen is en blijft onderdeel van het pakket aan maatregelen in
de aanpak van overgewicht en obesitas. Zo kunnen scholen bijvoorbeeld via het programma
Gezonde School er zelf voor kiezen om naast de bestaande aandacht voor sport en bewegen
in het lesprogramma extra aan de slag te gaan met de thema’s bewegen en voeding.
Vraag 5
Hoe verhoudt deze keuze zich tot het gegeven dat voldoende bewegen leerlingen helpt
om beter te kunnen leren?
Antwoord 5
Voldoende bewegen draagt eraan bij om beter te leren. Wij delen dan ook het belang
van bewegen. De kerndoelen zijn echter niet de plek om scholen te verplichten meer
beweegmomenten door de dag heen aan te bieden. Scholen hebben zelf de vrijheid om
te bepalen hoe en met welke roosters ze het onderwijsprogramma vormgeven.
Scholen richten hun onderwijs in met kennis, uit wetenschap en praktijk, en goed afgestemd
op hun leerlingen. Veel scholen zijn hier ook al mee aan de slag. Bijvoorbeeld met
bewegen door de dag heen, om kinderen beter te laten leren. Ze doen dit in de vorm
van de dynamische schooldag, maar ook via het programma Gezonde school of een initiatief
als de Koningsspelen.
Vraag 6
Hoe verwacht uw het preventiedoel dat maximaal 5 procent van de kinderen overgewicht
heeft in 2040 te gaan halen?
Antwoord 6
Het kabinet zet in op de gezondste generatie ooit. Met de Samenhangende preventiestrategie
zetten we met gerichte, samenhangende maatregelen in op het gezonder maken van leefomgevingen
van kinderen en jongeren zoals thuis, op school en in de wijk, zodat de gezonde keuze
vanzelfsprekender wordt. Bij vraag 4 benoemde ik al de voorgenomen plannen voor een
suikerbelasting op eten en drinken en het aanbieden van schoolfruit. Maar we doen
meer. Zo wordt bijvoorbeeld ingezet op de Gezonde Kinderopvang en Gezonde School om
een groot bereik van deze programma’s te realiseren en kinderopvangcentra en scholen
te ondersteunen bij de implementatie. Ook kunnen scholen in het voorgezet onderwijs
en middelbaar beroepsonderwijs met de toolbox voor een gezonde leeromgeving van het
Voedingscentrum aan de slag om eten en drinken in kantines gezonder en duurzamer te
maken. De Samenhangende preventiestrategie staat niet op zichzelf. Wij werken met
diverse programma’s en akkoorden, zoals het Sportakkoord II, Gezond en Actief Leven
Akkoord (GALA) en het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) om tot de gezondste
generatie ooit te komen in 2040.
Vraag 7
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om het aantal kinderen met overgewicht te
laten doen afnemen?
Antwoord 7
Het kabinet zet in op een mix van universele en geïndiceerde preventie om overgewicht
en obesitas bij kinderen te voorkomen en terug te dringen. Hierbij gebruiken wij diverse
instrumenten van informatievoorziening en voorlichting, tot het financieren van preventieprogramma’s
(denk aan de Gezonde School en Gezonde Kinderopvang), beleidsmonitoring en -evaluatie
en waar nodig wetgeving.
Ook in het coalitieakkoord zijn afspraken opgenomen om overgewicht bij kinderen aan
te pakken. Zo krijgen kinderen in het primair en voortgezet onderwijs gratis schoolfruit
en voeren we een wet in die kindermarketing reguleert. Het kabinet wil afspraken maken
over de introductie van een suikerbelasting en werkt aan wetgeving om gemeenten aanvullende
bevoegdheden te geven om op grond van gezondheid maatregelen te nemen om met name
voor kinderen en jongeren de gezonde voedselkeuze makkelijker te maken. Met supermarkten
worden aanvullend afspraken gemaakt over het vergroten van het verkoopaandeel gezonde
producten.
Vraag 8
Bent u van mening dat kinderen voldoende bewegen, zowel buiten school als binnen school?
Hoe beziet u in dit licht de bevinding dat bijna de helft van de kinderen niet op
een actieve manier naar school gaat (te voet of te fiets)?5
Antwoord 8
Het kabinet zet zich ervoor in dat bewegen in het dagelijks leven en sport voor mensen
met en zonder beperking gestimuleerd wordt. Buitenspelen is voor alle kinderen, met
en zonder beperking, de belangrijkste vorm van bewegen. Helaas speelt maar 44 procent
van de kinderen 4–11 jaar (bijna) elke dag buiten. Daarom stimuleert het kabinet de
inzet op meer buitenspelen, (inclusief) buitenspeelbeleid, en de realisatie van inclusieve
speeltuinen en groenblauwe schoolpleinen. Dit gebeurt via gemeenten, scholen en maatschappelijke
organisaties. Zie ook antwoorden 6 en 7. Eigenlijk zou ieder kind buiten moeten kunnen
spelen, ongeacht de omstandigheden waarin een kind opgroeit.
Het grootste deel van het leven van een kind speelt zich af buiten de school. Kinderen
gaan ongeveer 25 uur per week naar school. Het aantal uur dat kinderen wakker zijn
per week ligt rond de 95 uur. Dit betekent dat zij ongeveer 75 procent van de tijd
niet op school zijn. Daarom is er een belangrijke rol voor de ouders en andere opvoeders
weggelegd om kinderen gezond te laten opgroeien en voldoende te laten bewegen. Hieronder
valt ook op actieve wijze naar school te gaan. Met de City deal Fietsen voor iedereen
en de City deal Ruimte voor lopen heeft het kabinet onder andere als doel om meer
kinderen op een actieve manier naar school te laten gaan.
Het is belangrijk dat kinderen sporten. We zien uiteraard dat niet elk gezin de financiële
middelen hiervoor heeft of de tijd en ruimte om hier verantwoordelijkheid voor te
dragen. Daarom bestaan er verschillende regelingen om kinderen en ouders financieel
en praktisch te ondersteunen om bewegen te stimuleren. Bijvoorbeeld de financiering
van de pilots met de Sportpas vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport. Daarnaast zijn er veel gemeentelijke initiatieven om kinderen en gezinnen financieel
te ondersteunen zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Gemeenten
bieden vaak ook eigen regelingen aan. Binnen de eerdergenoemde Brede Regeling Combinatiefuncties
zijn in 99 procent van de gemeenten combinatiefunctionarissen actief in het onderwijs
om het sport- en beweegaanbod te vergroten en te versterken.
Vraag 9
Bent u van mening dat de Nederlandse Staat voldoende doet om de gezondheid van kinderen
te beschermen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Dit kabinet zet zich in voor de gezondste generatie ooit en dat is een verantwoordelijkheid
die bij ons allemaal ligt: ouders en andere verzorgers, scholen, sportverenigingen,
gemeenten en maatschappelijke organisaties. Ieder kind verdient het om op te groeien
in een liefdevolle, veilige en stimulerende omgeving waarin gezond opgroeien vanzelfsprekend
is. Bewegen speelt daarbij een belangrijke rol.
Voldoende beweging draagt niet alleen bij aan een gezonde fysieke ontwikkeling, maar
helpt kinderen en jongeren ook om sociale vaardigheden te ontwikkelen, zelfvertrouwen
op te bouwen en beter om te gaan met uitdagingen en tegenslagen. Daarmee levert sport
en bewegen een belangrijke bijdrage aan hun weerbaarheid en mentale gezondheid. Ook
leefstijlpreventie is hierbij essentieel, zoals beschreven in antwoord 6 en 7.
Investeren in een actieve leefstijl op jonge leeftijd betekent daarom investeren in
de gezondheid en het welzijn van toekomstige generaties. In het coalitieakkoord zet
het kabinet nadrukkelijk in op preventie en welzijn, met als doel te komen tot de
gezondste generatie ooit. Dit probeert zij te realiseren door in verschillende akkoorden
van de Samenhangende preventiestrategie tot het AZWA hierover afspraken te maken,
maar ook via de verschillende regelingen en initiatieven gericht op bewegen en sporten
op scholen en in de leefomgeving zoals hiervoor beschreven in antwoord 8.
Dit kabinet doet er alles aan om de gezondheid van kinderen te stimuleren, maar er
is ook een belangrijke rol voor de ouders en andere opvoeders weggelegd. Indien nodig
met steun van hun naaste omgeving en beschikbare hulp en ondersteuning.
Vraag 10
Hoe kijkt u tegen de eventuele rechtszaak aan van Erik Scherder en Defence for Children?
Antwoord 10
We hechten waarde aan een constructieve dialoog. Een juridische procedure is niet
altijd de geëigende route daartoe, maar het staat in Nederland iedereen vrij om naar
de rechter te stappen.
Vraag 11
Kunt u deze vragen ieder afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 11
Vraag 2 en 3 zijn in samenhang beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.