Schriftelijke vragen : De aanpak van seksueel kindermisbruik in Nederland
Vragen van het lid Mathlouti (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de aanpak van seksueel kindermisbruik in Nederland (ingezonden 25 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving over de verdenkingen van seksueel misbruik van
minderjarige kinderen op een basisschool in Zoetermeer? Deelt u de opvatting dat deze
zaak opnieuw duidelijk maakt welke verstrekkende gevolgen seksueel misbruik heeft
voor slachtoffers, hun ouders en de betrokken gemeenschap?
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik jaarlijks
naar schatting buiten beeld blijven van politie en hulpinstanties, en welke concrete
maatregelen u neemt om deze groep beter te bereiken?
Vraag 3
Kunt u een overzicht geven van het aantal meldingen, aangiften, vervolgingen en veroordelingen
wegens seksueel misbruik van minderjarigen in de afgelopen vijf jaar? Hoe beoordeelt
u deze cijfers in verhouding tot de door experts en onderzoeksinstanties geschetste
omvang van de problematiek?
Vraag 4
Hoe reflecteert u op de bevinding van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum
(WODC) dat jaarlijks ten minste 20.000 Nederlandse mannen seksueel kindermisbruik
plegen in het buitenland? Welke conclusies trekt u uit deze bevinding over de omvang
van seksuele interesse in kinderen en het risico op seksueel misbruik door Nederlandse
daders, zowel binnen als buiten Nederland?
Vraag 5
Welke preventieve voorzieningen zijn momenteel beschikbaar voor personen die seksuele
gevoelens richting minderjarigen ervaren en daarvoor hulp zoeken voordat zij strafbare
feiten plegen? Is bekend hoeveel personen jaarlijks gebruik van deze voorzieningen
en acht u het bereik hiervan voldoende gelet op de omvang van de problematiek die
onder meer uit WODC-onderzoek naar voren komt?
Vraag 6
Kunt u reflecteren op de conclusies van de Nationaal Rapporteur op het belang van
vroegsignalering? In hoeverre zijn scholen, kinderopvangorganisaties, sportverenigingen
en andere instellingen die met kinderen werken verplicht om medewerkers te scholen
in het herkennen van signalen van seksueel misbruik? Kunt u een overzicht geven van
alle bij u bekende preventieve maatregelen, en acht u deze voldoende?
Vraag 7
Kunt u aangeven hoeveel meldingen van mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag
jegens minderjarigen de afgelopen vijf jaar bij Veilig Thuis zijn binnengekomen en
welk percentage daarvan heeft geleid tot nader onderzoek, hulpverlening of strafrechtelijke
vervolging?
Vraag 8
Kunt u reflecteren op de bevinding van de Nationaal Rapporteur dat slachtoffers van
seksueel geweld vaak pas jaren na het misbruik melding maken? Welke aanvullende maatregelen
neemt u om ervoor te zorgen dat kinderen eerder hulp kunnen zoeken en misbruik sneller
wordt gesignaleerd en gestopt?
Vraag 9
Beschikken de politie en gespecialiseerde zedenteams volgens u over voldoende capaciteit
en expertise om meldingen van seksueel misbruik van kinderen tijdig te onderzoeken?
Kunt u inzicht geven in de huidige wachttijden, achterstanden en personele capaciteit
binnen de zedenketen?
Vraag 10
Kunt u uiteenzetten welke concrete en meetbare doelstellingen het kabinet hanteert
voor het terugdringen van seksueel kindermisbruik in Nederland? Welke indicatoren
gebruikt u om vast te stellen of het beleid daadwerkelijk leidt tot minder slachtoffers?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Mahjoub Mathlouti, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.