Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bromet over de verhoogde kans op extreem hoog water voor de Nederlandse kust
Vragen van het lid Bromet (PRO) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over de verhoogde kans op extreem hoog water voor de Nederlandse kust (ingezonden 12 juni 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 25 juni
2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek en berichtgeving inzake de verhoogde kans
op extreem hoog water voor de Nederlandse kust?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het onderzoek waaruit blijkt dat als gevolg van de klimaatverandering
het risico op extreem hoge waterstanden is toegenomen?
Antwoord 2
Het onderzoek geeft aan dat de frequentie van hoge waterstanden voor de Nederlandse
kust viermaal hoger is dan in 1900. Dit onderzoek is een analyse van bestaande data.
Diezelfde data worden gebruikt in onze modellen en analyses voor belastingen van waterkeringen
en actualisaties daarvan. Daarbij gaat het in het onderzoek en het artikel om events
met een kans van voorkomen van eens in de honderd jaar. De Nederlandse kust is bestand
tegen veel extremere events. De uitkomsten van dit onderzoek leiden daarom niet tot
een (extra) dreiging voor onze waterkeringen langs de kust.
Vraag 3
Vindt u het ook zorgelijk dat, terwijl de verwachting is dat de gevolgen van de klimaatverandering
de komende decennia alleen maar groter zullen worden, extreem hoge waterstanden nu
al zoveel vaker voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Langs de Noordzeekust zijn wij goed voorbereid op de waterstanden en golfbelastingen
die kunnen volgen uit stormomstandigheden. Periodiek worden de databases voor hydraulische
belasting van de waterkeringen geactualiseerd. Dat gebeurt op basis van voortschrijdend
inzicht, waaronder de actuele wind- en waterstandstatistieken en de meest recente
KNMI-klimaatscenario’s.
Vraag 4
Wat doet u om de risico’s, dat de kans op extreem hoog water nog verder en sneller
toe zal nemen, te beperken?
Antwoord 4
Het Rijk zorgt er samen met de waterschappen voor dat de kustverdediging op orde is.
Dat wordt onder meer gedaan door instandhouding en voorbereiding van vernieuwing van
de stormvloedkeringen en door uitvoering van de kustlijnzorg zodat de zandige Noordzeekust
kan meegroeien met de zeespiegelstijgingen. Daarnaast vindt monitoring plaats en wordt
ervoor gezorgd dat kennis en instrumenten beschikbaar zijn om tijdig te kunnen anticiperen
op klimaatverandering. Een voorbeeld hiervan is het Kennisprogramma Zeespiegelstijging
dat de afgelopen jaren gelopen heeft: de Kamer heeft op 19 juni jl. een brief ontvangen
over de stand van dit Kennisprogramma (Kamerstukken 36 800 J, nr. 28).
Vraag 5
Welke consequenties hebben deze nieuwe berekeningen voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma
(HWBP)?
Antwoord 5
Zoals bij antwoord 3 aangegeven, worden alle nieuwe inzichten die invloed hebben op
de kans op mogelijke waterstanden periodiek verwerkt in een database met zgn. hydraulische
belastingen op de waterkeringen. Keringbeheerders beoordelen met behulp van die hydraulische
belastingen of de verwachte overstromingskans van de keringen voldoet aan de normen
die daarvoor gelden. Dat leidt dan tot een geactualiseerd beeld in de huidige beoordelingsronde
van waterkeringen die loopt tot 2035. Zie ook het antwoord op vraag 6.
Vraag 6
Heeft u goed in beeld waar langs de Europees-Nederlandse kust de meest risicovolle
plekken in de zeewering zijn? Wat zijn de geplande versterkingsopgaven?
Antwoord 6
De meest risicovolle plekken zijn de plekken waar de kust niet zelf kan meegroeien
met de zeespiegelstijging, zoals bij kustplaatsen. Deze zwakke schakels zijn in de
periode 2007–2016 versterkt. De waterschappen beoordelen als keringbeheerders iedere
12 jaar of de waterkering langs de kust blijft voldoen aan de waterveiligheidsnormen.
Momenteel voldoet vrijwel de hele Noordzeekust al aan de strenge waterveiligheidsnormen.
Waar voorzien wordt dat deze niet meer voldoen, worden deze keringen aangepakt in
het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). De HWBP-programmering wordt
jaarlijks bij de begroting en in het Deltaprogramma gepubliceerd. Met deze systematiek
werken we voortdurend aan het op tijd versterken van de keringen (dijken, duinen,
dammen) en daarmee aan het op orde houden van de waterveiligheid, ook aan de kust.
Vraag 7
Heeft u goed in beeld waar langs de kust in Caribisch Nederland de meest risicovolle
plekken in de zeewering zijn? Wat zijn de geplande versterkingsopgaven?
Antwoord 7
Ja. Voor de eilanden is voor de kustgebieden via risicoprofielen in beeld gebracht
waar ze het meest kwetsbaar zijn voor overstromingen vanuit zee. Voor Bonaire gaat
het met name om laaggelegen kustdelen, waaronder delen van Kralendijk, die bij zeespiegelstijging,
stormopzet en kusterosie kwetsbaar kunnen zijn.
Voor Saba en Sint Eustatius ligt de opgave vooral bij kust- en haveninfrastructuur
en erosiegevoelige locaties.
De verdere prioritering en uitwerking van maatregelen vindt plaats via de eilandelijke
klimaatplannen en het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie.
Vraag 8
Kunt u bovenstaande vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden voorafgaand aan het
aankomende commissiedebat Water d.d. 25 juni 2026?
Antwoord 8
Ja.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.