Schriftelijke vragen : Het artikel ‘Inwoners grensdorp kunnen voordeur naar België verplaatsen: ’Ziektekosten, wegenbelasting en huur zijn lager’’
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het artikel «Inwoners grensdorp kunnen voordeur naar België verplaatsen: «Ziektekosten, wegenbelasting en huur zijn lager»» (ingezonden 23 juni 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van berichtgeving over situaties in grensgemeenten, zoals in Baarle,
waar een appartementencomplex zowel een Nederlandse als een Belgische voordeur heeft
vanwege verschillen in regelgeving?1
Vraag 2
Bent u op de hoogte van het feit dat aan de Nederlandse zijde van een dergelijk perceel
geen extra woningen mochten worden gerealiseerd vanwege gemeentelijke regels, terwijl
dit aan de Belgische zijde wél mogelijk bleek?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat dergelijke casussen illustreren dat regelgeving in Nederland
knellender kan uitpakken dan in buurlanden en daarmee ongewenste prikkels creëert?
Is het mogelijk dat dergelijke regels ontstaan zijn in de jaren dat Nederland nog
dacht te krimpen?
Vraag 4
Wat vindt u van het feit dat beperkingen worden gesteld, zoals maximale bouwhoogtes,
bebouwingspercentages en functiebestemmingen, die het realiseren van extra woningen
kunnen beperken of uitsluiten?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het dat gemeenten via deze planregels feitelijk kunnen voorkomen
dat extra woningen worden toegevoegd, ook in gebieden met een groot woningtekort?
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat procedures, die in de praktijk maanden tot jaren kunnen duren,
een rem zetten op het tempo waarin nieuwe woningen worden gerealiseerd?
Vraag 7
Hoe beoordeelt u de stapeling van regels uit omgevingsplannen, huisvestingsverordeningen
en Algemene Plaatselijke Verordeningen in relatie tot de nationale woningbouwopgave?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u het risico dat vergelijkbare woninginitiatieven in de ene gemeente
wel en in de andere gemeente niet mogelijk zijn vanwege lokaal beleid?
Vraag 9
Kunt u aangeven hoe vergunningplichten voor het splitsen, samenvoegen of verkameren
van woningen ertoe leiden dat het aantal feitelijk beschikbare woonruimten wordt beperkt?
Hoe komen we daarvan af?
Vraag 10
Kunt u een integraal overzicht geven van de relevante hervormingen, beleidswijzigingen
en regelgeving van de afgelopen decennia (waaronder veranderingen in de invullingsvrijheid
van bestemmings- en omgevingsplannen, huisvestingsverordeningen, vergunningplichten
en bepalingen in Algemene Plaatselijke Verordeningen) die direct of indirect hebben
bijgedragen aan het beperken van woningbouw en woningvorming, en daarmee aan het vastlopen
van de woningmarkt?
Vraag 11
Klopt het dat de regels die het aantal woningen in het bestemmings- of omgevingsplan
niet laten toenemen, het splitsen van bestaande woningen beperken, wonen in bijgebouwen
verbieden of wonen in aanbouwen verbieden het toevoegen van woningen bemoeilijken?
Zijn er mogelijkheden om deze landelijk en generiek te schrappen? Zo ja, hoe? Bent
u bereid dat te doen?
Vraag 12
Welke maatregelen bent u verder bereid te treffen om te voorkomen dat lokale regelgeving
het realiseren van extra woningen onnodig belemmert? En op welke termijn zijn deze
maatregelen te verwachten? En neemt u in uw overwegingen het opleggen van een instructiebesluit
mee? Zo nee waarom niet? Zo ja, hoe en binnen welke termijn?
Indieners
-
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid