Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op de vragen van het lid Van der Plas over de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake de Huis- en hobbydierenlijst
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake de Huis- en hobbydierenlijst (ingezonden 1 juni 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 22 juni 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
(CBb) over de Huis- en hobbydierenlijst op 28 mei 2026 (ECLI:NL:CBB:2026:210 t/m 219),
waarin het CBb oordeelt dat voor meerdere diersoorten, waaronder de dromedaris, een
nieuw besluit moet worden genomen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat het CBb heeft geoordeeld dat de toepassing van het domesticatiecriterium
door de Minister te beperkt is geweest en dat voor onder andere de dromedaris, chinchilla
en Russische dwerghamster, opnieuw een bestuurlijke afweging moet worden gemaakt?
Antwoord 2
Het Adviescollege huis- en hobbydierenlijst heeft geadviseerd om zoogdiersoorten met
populaties die zich in een vergevorderd stadium van het domesticatieproces bevinden
op de huis- en hobbydierenlijst te plaatsen. Het CBb heeft geoordeeld dat het domesticatiecriterium
gebruikt mag worden en deugdelijk is. Overigens oordeelde het CBb dat ik moet bezien
of er aanleiding bestaat om de soorten dromedaris, jak, chinchilla, Russische dwerghamster
en witstaartstekelvarken om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen, ook
al voldoen deze soorten niet aan het criterium van verregaande domesticatie. Ik ga
deze bestuurlijke afweging zorgvuldig maken.
Vraag 3
Erkent u dat deze uitspraak, waarin door de rechter is vastgesteld dat bij al zeker
zes diersoorten ondeugdelijk gemotiveerde besluiten zijn genomen, laat zien dat bij
het opstellen van de Huis- en hobbydierenlijst fouten zijn gemaakt in de beoordeling
van diersoorten, in het bijzonder bij de toepassing van het domesticatiecriterium?
Antwoord 3
In de uitspraak over de huis- en hobbydierenlijst heeft het CBb geoordeeld dat de
lijst op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen. Het CBb heeft de bezwaren over
de onafhankelijkheid en deskundigheid van de adviescommissie en het adviescollege
die hebben geadviseerd over de lijst verworpen. Het CBb heeft geoordeeld dat de systematiek
die is gebruikt, wetenschappelijk verantwoord is en juist is toegepast. De manier
van beoordelen is in overeenstemming met de eisen van het Europees recht.
Het CBb heeft geoordeeld dat het domesticatiecriterium gebruikt mag worden en deugdelijk
is. Overigens oordeelde het CBb dat ik moet bezien of er aanleiding bestaat om de
soorten dromedaris, jak, chinchilla, Russische dwerghamster en witstaartstekelvarken
om bestuurlijke redenen toch op de lijst te plaatsen, ook al voldoen deze soorten
niet aan het criterium van verregaande domesticatie. Daarnaast moet ik het zoönoserisico
van de katoenrat opnieuw bezien. Voor zes andere soorten moet ik opnieuw een beslissing
op bezwaar nemen. Alle andere besluiten over het plaatsen of niet plaatsen van soorten
zijn in rechte vast komen te staan.
Vraag 4
Verwacht u naar aanleiding van de uitspraak van het CBb, dat sprake is van 314 afzonderlijke
besluiten waartegen individueel bezwaar en beroep openstaat, een groot aantal aanvullende
bezwaar- en beroepsprocedures tegen andere besluiten om diersoorten niet aan te wijzen?
Zo ja, wat betekent dit volgens u voor de uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid
van de huidige Huis- en hobbydierenlijst?
Antwoord 4
De uitspraak maakt duidelijk dat de beoordelingen van de diersoorten in rechte vaststaan,
tegen deze beoordelingen is geen bezwaar en beroep meer mogelijk. Uitzonderingen hierop
vormen de twaalf soorten waarover ik een nieuw besluit moet nemen.
Vraag 5
Acht u het wenselijk en werkbaar dat deze uitspraak leidt tot een aanzienlijke extra
belasting van rechtbanken en uitvoeringsorganisaties door nieuwe procedures over individuele
diersoorten?
Antwoord 5
Nee, ik zie dit risico niet. Voor nadere toelichting verwijs ik u naar mijn antwoord
op vraag 4.
Vraag 6
Hoe verhoudt het oordeel van het CBb zich volgens u tot de eis uit het Andibel-arrest
(ECLI:EU:C:2008:353) dat een positieflijst moet zijn gebaseerd op objectieve en proportionele
criteria, nu blijkt dat voor meerdere soorten alsnog een aanvullende bestuurlijke
(en dus specifiek niet wetenschappelijke) afweging nodig is om tot een besluit te
komen?
Antwoord 6
Het CBb heeft geoordeeld dat de huis- en hobbydierenlijst is gebaseerd op objectieve
en proportionele criteria. De systematiek van de lijst, alsmede het domesticatie-criterium
zijn in lijn met het Andibel-arrest. Overigens oordeelde het CBb dat ik een aanvullende
bestuurlijke afweging moet maken zoals toegelicht in antwoord op vraag 3. Deze afweging
gaat over de toepassing van het criterium domesticatie. Ik bezie momenteel hoe ik
deze afweging ga maken.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat het problematisch is dat de strikt wetenschappelijke beoordelingssystematiek
ertoe zou hebben geleid dat zelfs honden, katten en paarden niet op de lijst zouden
zijn geplaatst en dat vervolgens via het domesticatiecriterium bestuurlijke uitzonderingen
moesten worden gemaakt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het CBb heeft vastgesteld dat het domesticatie-criterium wetenschappelijk is onderbouwd
en consequent is toegepast. Er hoefden dus geen bestuurlijke uitzonderingen gemaakt
te worden om verregaand gedomesticeerde populaties van soorten op de lijst te plaatsen.
Honden, katten en paarden staan op de huis- en hobbydierenlijst en mogen gehouden
worden.
Vraag 8
Hoe verklaart u de uitzonderingspositie die het damhert en edelhert innemen, nu uit
de uitspraak van het CBb blijkt dat de bevoegdheid omtrent het aanwijzen van diersoorten
als soorten die gehouden mogen worden niet discretionair van aard is?
Antwoord 8
Het damhert en edelhert zijn niet aangewezen. Mijn voorganger heeft besloten in een
vrijstelling op grond van artikel 10.1, eerste lid, van de Wet dieren voor deze soorten
te voorzien. Hetzelfde geldt voor het houden van de dromedaris voor productie, ook
hiervoor is in een vrijstelling voorzien.
Vraag 9
Bent u bereid opnieuw kritisch te kijken naar de uitwerking en juridische houdbaarheid
van de Huis- en hobbydierenlijst, mede in het licht van deze uitspraak en de mogelijkheid
van verdere procedures tegen individuele beslissingen?
Antwoord 9
De uitspraak van het CBb bevestigt dat de huis- en hobbydierenlijst juridisch houdbaar
is. Ik ga niet opnieuw kijken naar de juridische houdbaarheid van deze lijst.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.