Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord vragen van de leden Raijer en Boon over de 'Summer School on Palestine' van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam
Vragen van de leden Raijer en Boon (beiden PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de «Summer School on Palestine» van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit Rotterdam (ingezonden 21 mei 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 18 juni
2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2271
Vraag 1
Bent u bekend met de door het International Institute of Social Studies (ISS) van
de Erasmus Universiteit Rotterdam georganiseerde «Summer School on Palestine», waarin
expliciet wordt gesproken over «legal mobilisation, solidarity and resistance» en
waarbij wordt samengewerkt met Birzeit University?1, 2, 3, 4
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat Birzeit University internationaal onder vuur ligt vanwege
Hamasinvloed op de campus, Hamasgelieerde studentenorganisaties en meerdere incidenten
rondom extremisme en radicalisering en vindt u samenwerking met een dergelijke instelling
wenselijk voor een Nederlandse publieke universiteit?
Antwoord 2
Het is aan universiteiten om eigen afwegingen te maken bij het aangaan of continueren
van samenwerkingen. Van instellingen verwacht ik dat zij zich voortdurend inzetten
om een veilige leer- en werkomgeving, de academische vrijheid en het maatschappelijk
verantwoordelijkheidsbesef te borgen. Dit betekent dat zij regelmatig hun risico’s
inventariseren en proportioneel veiligheidsbeleid voeren.
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat termen als «resistance» in de context van een samenwerking
met een universiteit waar Hamasgelieerde studentenbewegingen actief zijn, op zijn
minst buitengewoon ongepast en zorgwekkend zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs. Het past
niet bij de academische vrijheid dat ik commentaar lever op de inhoud van een onderwijsprogramma.
Vraag 4
Klopt het dat voor deze samenwerking een delegatie van studenten, medewerkers en docenten
van Birzeit University naar Nederland en Den Haag zal reizen? Zo ja, op welke wijze
worden deze personen vooraf gecontroleerd op mogelijke Hamas sympathieën, steun voor
terrorisme of antisemitische standpunten en welke veiligheidsrisico’s acht de regering
hierbij aanwezig?
Antwoord 4
Ja, het klopt dat er voor deze samenwerking een delegatie van Birzeit University naar
Nederland reist.
Kennisinstellingen zijn bij uitstek plekken van open dialoog. Vrijheid van meningsuiting
en academische vrijheid staan hier centraal. Wanneer personen uitlatingen doen die
aanzetten tot haat, geweld, discriminatie, of opruiend zijn beschouw ik dat als risico
voor de veiligheid op de instelling. In deze gevallen is er mogelijk sprake van een
strafbaar feit. Indien deze situatie zich voordoet is het daarom zaak dat de instelling
aangifte doet. Strafrechtelijk optreden is in concrete gevallen mogelijk door de politie
en het Openbaar Ministerie.
Vraag 5
Hoe verhoudt deze ideologische eenzijdigheid zich tot academische pluriformiteit en
wetenschappelijke objectiviteit?
Antwoord 5
Zie mijn antwoord op vraag 3. Universiteiten vervullen een essentiële rol in het maatschappelijk
debat over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ik acht het daarom van belang dat er
ruimte is voor een diversiteit aan perspectieven binnen politiek-maatschappelijke
thema’s.
Vraag 6
Wat schiet de Nederlandse belastingbetaler concreet op met het financieren van een
activistische «Summer School on Palestine» waarin termen als «solidarity» en «resistance»
centraal staan en wordt samengewerkt met Birzeit University en waarom moet publiek
geld worden besteed aan dit soort ideologische programma’s?
Antwoord 6
Ik doe als Minister geen uitspraken over de inhoud en kwaliteit van een summer school.
Universiteiten ontvangen een rijksbijdrage om hun wettelijke taken, het verzorgen
van onderwijs, het verrichten van onderzoek en het verzorgen van kennisoverdracht
aan de maatschappij uit te voeren. De rijksbijdrage wordt als lumpsum uitgekeerd.
Hogescholen en universiteiten bepalen binnen de kaders van de wet hoe zij de middelen
inzetten en verantwoorden zich hierover via het jaarverslag.
Vraag 7
Deelt u de mening dat dit soort eenzijdige activistische programma’s, waarin anti
Israëlische retoriek en termen als «resistance» centraal staan en wordt samengewerkt
met een universiteit waar Hamasinvloed en Hamasgelieerde studentenbewegingen actief
zijn, bijdragen aan de normalisering van antisemitisme en het gevoel van onveiligheid
onder Joodse studenten en medewerkers op Nederlandse universiteiten ernstig vergroten?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs en voor het
maken van afwegingen over institutionele samenwerkingen. Het past niet bij de academische
vrijheid dat ik commentaar lever over de inhoud van een onderwijsprogramma of een
academische samenwerking. Wel verwacht ik van instellingen dat zij zich voortdurend
inzetten om de veilige leer- en werkomgeving te borgen en programma’s aanbieden die
passen binnen de academische kernwaarden.
Vraag 8
Bent u bereid het College van Bestuur van Erasmus Universiteit Rotterdam ter verantwoording
te roepen over het faciliteren van een programma met banden met een universiteit waar
Hamasinvloed en Hamasgelieerde studentenorganisaties actief zijn en maatregelen te
nemen zodat publieke universiteiten zich weer richten op neutraal onderwijs, wetenschap
en academische vrijheid in plaats van ideologische activistische programma’s die bijdragen
aan antisemitisme en gevoelens van onveiligheid onder Joodse studenten en medewerkers?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Ik zie op dit onderwerp geen aanleiding om met het College van Bestuur van de Erasmus
Universiteit Rotterdam in gesprek te gaan. Het is aan universiteiten om eigen afwegingen
te maken bij het aangaan of continueren van samenwerkingen.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.