Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de vleesgigant JBS
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de vleesgigant JBS (ingezonden 20 mei 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 18 juni 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Greenpeace wil uitbreidingsplannen vleesgigant JBS
in Nigeria blokkeren via Nederlandse rechtbank»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat een bedrijf met een Nederlands hoofdkantoor volledige transparantie
moet bieden over de impact van dergelijke miljardenprojecten op het klimaat, de lokale
biodiversiteit en de rechten van lokale gemeenschappen in Nigeria?
Antwoord 2
De EU-richtlijn inzake de duurzaamheidsrapportering, de Corporate Sustainability Reporting
Directive (CSRD), waarvan de implementatievoorstellen momenteel in het parlement aanhangig
zijn, verplicht een onderneming niet tot transparantie over de duurzaamheidsgevolgen
van een specifiek voorgenomen project tot uitbreiding van de onderneming. Pas zodra
de uitbreiding is gerealiseerd, dient die meegenomen te worden in de duurzaamheidsrapportering
door de onderneming als zij onder de CSRD-verplichtingen valt.
Een onderneming valt onder de CSRD-verplichtingen in Nederland indien zij een statutaire
zetel in Nederland heeft of een beursvennootschap is met Nederland als land van herkomst,
een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen heeft en meer dan duizend werknemers. Indien
de onderneming een dochtermaatschappij met statutaire zetel in Nederland is met een
netto-omzet van meer dan € 200 miljoen, waarvan de moedermaatschappij buiten de EU
is gevestigd en in de EU een netto-omzet van meer dan € 450 miljoen heeft, dan dient
die dochtermaatschappij een verslag inzake duurzaamheid openbaar maken waarin verslag
wordt gedaan over de duurzaamheid van het hele concern van de moedermaatschappij.
Vraag 3
Bent u bereid om te onderzoeken of de groeiplannen van JBS in Nigeria (waaronder zes
nieuwe vleesverwerkingsfabrieken) verenigbaar zijn met de internationale klimaatdoelen
die Nederland heeft onderschreven?
Antwoord 3
Elke partij levert volgens het Parijs-akkoord op basis van hun «National Determined
Contribution» een bijdrage aan het tegengaan van klimaatverandering. Dat zijn vrijwillige
bijdragen van de individuele landen. Het is dus niet aan Nederland om naar bovenstaande
onderzoek te gaan doen in Nigeria; dit is aan Nigeria als partij aan het Parijs-akkoord.
Wel zal de Nederlandse regering via de Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen (Wivo)
de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) implementeren en handhaven.
De Wivo ziet erop toe dat in Nederland gevestigde bedrijven zich wereldwijd inspannen
om misstanden, zoals klimaatschade en mensenrechtenschendingen, te voorkomen.
Vraag 4
Gaat de Nederlandse overheid de «zorgplicht» actief handhaven nu JBS een Nederlands
bedrijf is, zeker gezien de link met illegale ontbossing in de Amazone en de recente
schikkingen wegens kinderarbeid in de VS?
Antwoord 4
Als met zorgplicht de verplichting voor bedrijven om gepaste zorgvuldigheid toe te
passen bedoeld wordt, is het inderdaad de bedoeling hiervoor adequaat toezicht in
te richten. Gepaste zorgvuldigheid komt terug in verschillende Europese wetten die
binnenkort van kracht worden. Zo is het kabinet momenteel bezig eerdergenoemde CSDDD
te implementeren met de eerdergenoemde Wivo. De CSDDD dient uiterlijk 26 juli 2028
omgezet te zijn in nationale wetgeving en een jaar later moeten bedrijven aan de wet
voldoen. De Wivo zal ondernemingen die binnen het toepassingsbereik van de wet vallen
verplichten om gepaste zorgvuldigheid toe te passen in hun waardeketen. Dit betekent
dat grote ondernemingen feitelijke en potentiële nadelige gevolgen voor mens en milieu,
inclusief meetbare milieuschade zoals schadelijke emissies, in hun keten moeten identificeren
en deze vervolgens moeten voorkomen, beperken of beëindigen. Beoogd toezichthouder
Autoriteit Consument en Markt (ACM) zal op de naleving hiervan toezien.
Daarnaast zal de Europese Ontbossingsverordening (EUDR) van toepassing worden vanaf
2027. Deze verordening verplicht bedrijven die onder haar toepassingsbereik vallen
om aan te tonen dat hun producten niet afkomstig zijn van recent ontboste gebieden
en dat zij legaal zijn geproduceerd. De bevoegde autoriteiten zullen toezicht houden
op de naleving en kunnen bij overtredingen handhavend optreden. Of in een specifiek
geval, zoals dat van JBS, handhaving aan de orde is, hangt af van de specifieke omstandigheden
en het oordeel van de toezichthouders.
Vraag 5
Is de regering bereid om, in het kader van de Wet Internationaal Maatschappelijk Verantwoord
Ondernemen (IMVO), strengere eisen te stellen aan bedrijven die Nederland enkel als
juridische uitvalsbasis gebruiken voor activiteiten die elders ter wereld leiden tot
grootschalige natuurverwoesting (klimaatverandering en mensenrechtenschendingen)?
Antwoord 5
De Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen (Wivo), de wet die de Corporate Sustainability
Due Diligence Directive (CSDDD) implementeert, wordt momenteel geschreven en geldt
nog niet. De CSDDD dient uiterlijk 26 juli 2028 omgezet te zijn in nationale wetgeving
en een jaar later moeten bedrijven aan de wet voldoen. De Wivo zal ondernemingen die
binnen het toepassingsbereik van de wet vallen verplichten om gepaste zorgvuldigheid
toe te passen in hun waardeketen. Dit betekent dat grote ondernemingen feitelijke
en potentiële nadelige gevolgen voor mens en milieu, inclusief meetbare milieuschade
zoals schadelijke emissies, in hun keten moeten identificeren en deze vervolgens moeten
voorkomen, beperken of beëindigen.
Ondernemingen vallen onder het toepassingsbereik van de Wivo wanneer zij binnen Nederland
gevestigd zijn en een jaaromzet van ten minste € 1,5 miljard en 5.000 medewerkers
hebben. Indien JBS aan deze criteria voldoet wanneer de wet in juli 2028 in werking
treedt, zal het onder de handhaving van de Nederlandse toezichthouder vallen.
Nederland hecht groot belang aan een zo hoog mogelijk niveau van harmonisatie bij
de implementatie van de CSDDD in de lidstaten, om een gelijk speelveld binnen de Europese
Unie te waarborgen. De Wivo wordt mede daarom zuiver en lastenluw geïmplementeerd.
Vraag 6
Welke stappen gaat u ondernemen om te voorkomen dat Nederland een «safe haven» wordt
voor multinationals die hun expansie financieren ten koste van het klimaat en de natuur
elders.
Antwoord 6
Zoals is toegelicht in het antwoord op vraag 5, wordt momenteel gewerkt aan de implementatie
van de CSDDD in de nationale wetgeving. Daarmee ontstaat een gelijk speelveld op het
gebied van gepaste zorgvuldigheid in de Europese Unie en kan Nederland op dat gebied
geen «safe haven» worden.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het zorgelijk is dat financiële instellingen buiten de reikwijdte
van de EU-ontbossingsverordening (EUDR) vallen, waardoor investeringen in ontbossingsbedrijven
zoals JBS ongehinderd doorgaan, en bent u bereid zich in Europees verband hard te
maken om deze tekortkoming in de wetgeving alsnog aan te pakken?
Antwoord 7
Het kabinet is van mening dat de EUDR in de huidige vorm geen geschikt instrument
is voor het controleren van financiële stromen, omdat deze zich richt op toeleveringsketens
van fysieke producten.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.