Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Berg over de negatieve BTI-toets in het kader van de overname van het bedrijf Solvinity (Platform DigiD)
Vragen van het lid Daniël van den Berg (JA21) aan de Staatssecretarissen van Economische Zaken en Klimaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de negatieve BTI-toets in het kader van de overname van het bedrijf Solvinity (Platform DigiD) (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 18 juni
2026)
Vraag 1
Wat betekent een negatief BTI-oordeel concreet voor de continuïteit, stabiliteit en
beschikbaarheid van het bedrijf Solvinity en daarmee voor DigiD?
Antwoord 1
Op dit moment is er geen indicatie dat het besluit inzake Solvinity leidt tot een
gevaar voor de continuïteit, stabiliteit en beschikbaarheid van DigiD en andere Logius
voorzieningen. Logius heeft strenge contractuele afspraken met Solvinity dat zij de
beschikbaarheid en veiligheid van DigiD moet garanderen.
Een besluit in het kader van hoofdstuk 14a van de Telecommunicatiewet ziet op de risico’s
van een voorgenomen investering of overname voor het publiek belang. Een dergelijk
besluit vormt geen oordeel over de operationele continuïteit, stabiliteit of financiële
positie van een onderneming, dus ook in dit geval niet over Solvinity. Het kabinet
blijft in contact met Solvinity over de verdere ontwikkelingen. Over de bedrijfseconomische
situatie van individuele ondernemingen doet het kabinet geen uitspraken.
Vraag 2
Kunt u uiteenzetten welke risico’s er bestaan voor burgers alsmede voor de overheidsdienstverlening
als de huidige situatie langer voortduurt?
Antwoord 2
Logius actualiseert het risicoprofiel naar aanleiding van het verbod van de overname.
Indien nodig zal het kabinet stappen nemen om de continuïteit van DigiD, en alle overige
overheidsdienstverlening in afstemming met andere overheden te kunnen blijven garanderen.
Vraag 3
Welke exitstrategie is er richting 2028, zeker omdat Logius/BZK zelf meldt dat het
Solvinity-contract op 27 maart 2026 met twee jaar is verlengd omdat een overstap vóór
augustus 2026 niet veilig werd geacht?
Antwoord 3
De huidige overeenkomst met Solvinity is op 6 mei 2026 verlengd en loopt uiterlijk
af in augustus 2028. Op dit moment worden voor de aanbesteding vanaf 2028 voorbereidingen
getroffen via de Aanbestedingswet Defensie en Veiligheid (ADV). De reden hiervoor
is dat de ADV meer mogelijkheden biedt dan een reguliere Europese Aanbesteding om
risico’s voor de nationale veiligheid te beperken. Na het selecteren van een contractant
geldt een overdrachtsperiode van 6 tot 12 maanden. Voor augustus 2026 had Logius niet
de mogelijkheid om zowel het aanbestedingstraject als de overdrachtsperiode te voltooien.
Vraag 4
Kunt u in het licht van de in de vorige vraag benoemde risico’s, de eerdere namens
de JA21-fractie gestelde Kamervragen omtrent de overname van Solvinity deze week beantwoorden,
zodat de risico’s duidelijk in kaart kunnen worden gebracht?
Antwoord 4
De eerdere namens de JA21-fractie gestelde Kamervragen zijn inmiddels beantwoord.
Vraag 5
Kunt u toelichten op basis van welke criteria, risicoanalyses en wettelijke kaders
het BTI-advies tot stand is gekomen?
Antwoord 5
Het BTI heeft de voorgenomen overname van Solvinity door Kyndryl getoetst op grond
van hoofdstuk 14a van de Telecommunicatiewet (Tw) en het Besluit ongewenste zeggenschap
telecommunicatie.
De Tw biedt de bevoegdheid tot het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap
in een telecommunicatiepartij te verbieden indien het verkrijgen of houden van deze
zeggenschap leidt tot een risico op een bedreiging van het publiek belang. Daarbij
worden de omstandigheden van het specifieke geval beoordeeld aan de hand van de criteria
die in de WOZT (artikel 14a.4) zijn vastgelegd. Hierbij wordt gekeken naar de combinatie
van de kenmerken van de voorgenomen koper, de vormgeving van de transactie en de kenmerken
van de activiteiten van de doelonderneming, in dit geval Solvinity.
Over de inhoud van de beoordeling en de daaraan ten grondslag liggende analyses in
individuele gevallen worden geen nadere mededelingen gedaan.
Vraag 6
Welke specifieke veiligheids-, afhankelijkheids-, governance- of soevereiniteitsrisico’s
lagen ten grondslag aan het negatieve oordeel en speelt digitale autonomie hierin
ook een rol?
Antwoord 6
Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar het antwoord op vraag 5.
Het kabinet doet geen uitspraken over de specifieke risico’s, analyses of afwegingen
die ten grondslag liggen aan de beoordeling van individuele zaken op grond van de
Telecommunicatiewet.
Digitale autonomie is geen afzonderlijk wettelijk criterium binnen de WOZT. Voor zover
aspecten die onder de noemer digitale autonomie worden geschaard relevant zijn voor
de beoordeling van risico’s voor het publiek belang, kunnen deze worden betrokken
in de integrale afweging. Over de toepassing daarvan in individuele gevallen doet
het kabinet geen uitspraken.
Vraag 7
Kunt u het volledige BTI-advies, inclusief de onderliggende overwegingen en risicoanalyses
met de Kamer delen?
Antwoord 7
Nee. Het kabinet maakt de onderliggende adviezen, risicoanalyses en vertrouwelijke
overwegingen die ten grondslag liggen aan beoordelingen op grond van hoofdstuk 14a
van de Telecommunicatiewet niet openbaar. Deze stukken bevatten vertrouwelijke bedrijfsinformatie,
toezichtvertrouwelijke informatie en informatie die raakt aan de bescherming van de
nationale veiligheid. Openbaarmaking zou afbreuk kunnen doen aan de belangen die de
wet juist beoogt te beschermen. Het kabinet hecht tegelijkertijd aan een goede informatievoorziening
van de Kamer. Daarom is de Kamer in de gelegenheid gesteld om in vertrouwelijke technische
briefing te worden geïnformeerd over de BTI-procedure.
Vraag 8
Op welke exacte grondslag wordt de overname tegengehouden: Wet Vifo, hoofdstuk 14a
van de Telecommunicatiewet, beide, of andere gronden? Zo ja, welke specifieke gronden?
Antwoord 8
Zoals aangegeven in de Kamerbrief «Besluit investeringstoetsing Solvinity» van 26 mei
is de voorgenomen overname beoordeeld op grond van hoofdstuk 14a van de Telecommunicatiewet
(Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie, WOZT).
Vraag 9
Kunt u toelichten welke Europese of nationale technologische alternatieven zijn onderzocht
voor de overname van IT-dienst van DigiD? Kunt u tevens uitleggen of deze alternatieven
van gelijkwaardige technologie zijn als die van Kyndryl, aangezien blijkt dat Europa
en Nederland, de Verenigde Staten niet kunnen bijbenen op het gebied van technologische
innovatie op vele gebieden?
Antwoord 9
In 2020 is door Logius een Europese aanbesteding uitgezet in de markt voor het leveren
van IT-diensten. Deze aanbesteding is uitgezet onder strenge voorwaarden zodat de
continuïteit en veiligheid van voorzieningen gewaarborgd blijft. Solvinity is destijds
geselecteerd als contractant en met Solvinity zijn contractuele afspraken gemaakt.
De diensten die Solvinity levert aan Logius zijn niet uniek en kunnen bij meerdere
leveranciers worden afgenomen. Het voorbereiden van een aanbesteding en de overdracht
kost echter tijd. Zoals in de beantwoording op vraag 3 aangegeven bereidt Logius nu
de aanbesteding voor 2028 voor. Dit betekent niet dat we inleveren op kwaliteit van
de dienstverlening en veiligheid van burgers.
Vraag 10
Kunt u uitleggen dat indien het alternatief niet van gelijkwaardige technologische
kwaliteit is, er voldoende rekening is gehouden met het verhoogde risico op cyberaanvallen
en daarmee met de veiligheid van burgers?
Antwoord 10
Zie antwoord op vraag 9.
Vraag 11
Welke gevolgen verwacht het kabinet dat dit oordeel heeft voor het investerings- en
vestigingsklimaat voor internationale technologiebedrijven in Nederland?
Antwoord 11
Nederland heeft een open economie en een aantrekkelijk investerings- en vestigingsklimaat
voor nationale en internationale ondernemingen. Het kabinet hecht grote waarde aan
buitenlandse investeringen, die bijdragen aan innovatie, werkgelegenheid en economische
groei.
Tegelijkertijd is het van belang dat de nationale veiligheid en andere zwaarwegende
publieke belangen adequaat worden beschermd. Instrumenten zoals de Wet ongewenste
zeggenschap telecommunicatie zijn bedoeld voor situaties waarin dergelijke belangen
in het geding kunnen zijn. Deze instrumenten worden indien nodig toegepast en de beoordeling
vindt zorgvuldig plaats op basis van de wettelijke criteria en de specifieke omstandigheden
van het geval.
Uit een evaluatie van de investeringstoetsen (Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie
en Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames) van najaar 2025 komt naar
voren dat de impact op het investeringsklimaat door deze toetsen te overzien lijkt,
mede door de gerichte aanpak. Het kabinet is van oordeel dat een helder, voorspelbaar
en wettelijk verankerd toetsingskader bijdraagt aan een stabiel investeringsklimaat.
Het is niet mogelijk om vast te stellen welke concrete gevolgen een individueel besluit
heeft voor toekomstige investerings- of vestigingsbeslissingen van ondernemingen.
Vraag 12
Binnen welke termijn verwacht het kabinet duidelijkheid te kunnen geven over een definitieve
oplossing?
Antwoord 12
Met het besluit op grond van de WOZT vindt er thans geen wijziging van de zeggenschap
van Solvinity plaats. Het is aan de betrokken marktpartijen te beoordelen welke vervolgstappen
zij willen zetten. Het kabinet zal de situatie blijven monitoren zodat de continuïteit
en kwaliteit van de dienstverlening van Solvinity geborgd blijft.
Vraag 13
Kunt u uitleggen waarom betrokkenheid van internationale technologiepartijen binnen
het GRIP-IT-project van Defensie wel verenigbaar werd geacht met nationale veiligheidsbelangen,
nota bene bij de hervorming van de Defensie-ICT, terwijl in de onderhavige casus een
negatief BTI-oordeel is afgegeven?
Antwoord 13
Deze situaties zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar. Een contractuele samenwerking
verschilt wezenlijk van een wijziging van zeggenschap over een onderneming. Iedere
casus onder investeringstoetsing wordt beoordeeld op basis van de specifieke feiten
en omstandigheden en het toepasselijke wettelijke kader. Over de onderliggende risicoanalyses
in individuele dossiers doet het kabinet geen uitspraken. Voor de precieze inrichting
en afweging ten aanzien van het GRIT project bij Defensie, verwijs ik u door naar
de Minister en/of Staatssecretaris van Defensie.
Vraag 14
Welke lessen worden getrokken voor toekomstige aanbestedingen van vitale digitale
infrastructuur?
Antwoord 14
Wat betreft toekomstige aanbestedingen van vitale digitale infrastructuur bouwt het
kabinet voort op het ABDTOPConsult rapport «Van kwetsbaar naar weerbaar. Geleerde
lessen uit dreigende acute en langdurige uitval van uitbestede ICT-dienstverlening
bij overheidsorganisaties» dat vorig jaar met de Kamer is gedeeld [29 362 nr.388]. Dit rapport verwoordt lessen en geeft concrete en bruikbare aanbevelingen om risico’s
stapsgewijs te mitigeren, de eerste stappen daartoe zijn inmiddels gezet.
Vraag 15
Wat wordt aan burgers verteld behalve «DigiD blijft werken»?
Antwoord 15
Gebruikers kunnen hun DigiD blijven gebruiken zoals altijd. Zoals in de beantwoording
van vraag 1 beschreven zijn er strenge contractuele afspraken met Solvinity waarin
staat vastgelegd dat zij de beschikbaarheid en veiligheid van DigiD moet garanderen.
Logius communiceert actief op de DigiD website wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn
rondom Solvinity.
Vraag 16
Kunt u de vragen los van elkaar en op de kortst mogelijke termijn beantwoorden?
Antwoord 16
Ja.
Ondertekenaars
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.