Schriftelijke vragen : Een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt
Vragen van de leden Synhaeve en Van der Werf (beiden D66) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over een omstreden concept dat kinderen van hun ouders scheidt (ingezonden 17 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt:
«Zolang ik niet leuk doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien»»?1
Vraag 2
Acht u het wenselijk dat jeugdbeschermers op basis van een theorie die niet vaststaat
en waarbij internationaal ernstige zorgen zijn over de schadelijke gevolgen van deze
theorie, dergelijke ingrijpende beslissingen kunnen nemen over kinderen?
Vraag 3
Welke jeugdbeschermingsorganisaties in Nederland werken vanuit deze of een vergelijkbare
theorie en hoeveel kinderen zijn er – gebaseerd op deze theorie – uit huis geplaatst?
Vraag 4
Op welke wijze wordt voorkomen dat onbewezen of onvoldoende wetenschappelijk onderbouwde
werkwijzen – en in dit geval bewezen ineffectieve werkwijzen – een rol spelen bij
beslissingen die kunnen leiden tot dermate ingrijpende maatregelen zoals beperking
van contact met een ouder of gedwongen plaatsing bij een van beide ouders?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het volstrekt ongewenst is dat een werkwijze waarover onder
wetenschappers en deskundigen aanzienlijke discussie bestaat in de praktijk leidt
tot beslissingen waarbij kinderen, tegen hun uitdrukkelijke wens in, contact met een
ouder verliezen of hun veilige plek thuis verliezen?
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat deze kinderen recht hebben op een onafhankelijke beoordeling
van hun gevoelens, ervaringen en veiligheidsbeleving, en hoe wordt dit in de praktijk
gewaarborgd?
Vraag 7
Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat signalen van onveiligheid, verwaarlozing
of mishandeling onterecht worden geïnterpreteerd als uitingen van zogenaamde ouderverstoting,
waardoor kinderen mogelijk juist niet beschermd worden tegen onveilige situaties?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat bij ingrijpende beslissingen over kinderen de veiligheid
van het kind leidend moet zijn, en hoe wordt getoetst of dit ook daadwerkelijk gebeurt
wanneer beslissingen worden gebaseerd op een theorie waarvan de validiteit ter discussie
staat?
Vraag 9
Hoe bent u van plan om overzicht te krijgen van regionale handelwijzen en praktijken
in de jeugdbescherming en jeugdzorg teneinde misstanden als deze te voorkomen en in
te kunnen grijpen waar nodig?
Indieners
-
Gericht aan
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Marijke Synhaeve, Kamerlid -
Medeindiener
Hanneke van der Werf, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.