Schriftelijke vragen : De aanpak van complexe omgangsproblemen
Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de aanpak van complexe omgangsproblemen (ingezonden 17 juni 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Hoe een omstreden concept kinderen van hun ouders scheidt:
«Zolang ik niet leuk doe met mijn moeder, mag ik mijn vader niet zien»»?1
Vraag 2
Hoe reflecteert u op de in het artikel beschreven zaken waarin kinderen tegen hun
uitdrukkelijke wens langdurig worden gescheiden van een ouder op basis van aannames
over ouderverstoting? Hoe wordt toezicht gehouden op de (mogelijke) schade en effectiviteit
van de maatregel?
Vraag 3
In hoeverre sluiten de in het artikel beschreven maatregelen aan bij de uitgangspunten
van het programma Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin, met name de punten omtrent
het beperken van schade aan kinderen en het voorkomen van escalatie centraal staan?
Welke lessen uit het programma Scheiden zonder Schade en Een Goed Begin zijn inmiddels
verwerkt in de werkwijze van de jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming
en de rechtspraak?
Vraag 4
Welke mogelijkheden hebben kinderen zelf om bezwaar te maken tegen beslissingen die
hun woonplaats of contact met ouders ingrijpend veranderen? Vindt u de bestaande mogelijkheden
voldoende toegankelijk en effectief?
Vraag 5
Hoe verhoudt de aanpak zoals beschreven in dit artikel zich tot artikel 12 van het
VN-Kinderrechtenverdrag, waarin het recht van kinderen om gehoord te worden in procedures
die hen raken vastgelegd staat? Hoe wordt geborgd dat kinderen daadwerkelijk worden
gehoord en dat hun verklaringen niet op voorhand terzijde worden geschoven vanuit
de veronderstelling dat zij gemanipuleerd zouden zijn?
Vraag 6
Welke lessen trekt u bij de aanpak van complexe omgangsproblemen uit de ervaringen
van organisaties zoals Villa Pinedo, die de belangen en ervaringen van kinderen van
gescheiden ouders centraal stellen?
Vraag 7
Hoe reflecteert u op de internationale ontwikkelingen op het gebied van complexe omgangsproblemen,
zoals bijvoorbeeld de keuze van het hooggerechtshof in Italië om het gebruik van de
theorie omtrent ouderverstoring als onwettelijk te bestempelen en de keuze van Spanje
om een verbod in te stellen op het gebruik van het concept ouderverstoting in familierechtzaken?
Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot de Nederlandse praktijk?
Vraag 8
Hoe reflecteert u op het feit dat een omstreden en wetenschappelijk betwiste theorie
over ouderverstoting ten grondslag ligt aan methoden en interventies die diep ingrijpen
in het gezinsleven en kinder- en mensenrechten? Welke eisen stelt u aan de wetenschappelijke
onderbouwing van dergelijke interventies?
Vraag 9
Wat is momenteel de stand van zaken van de uitvoering van elk van de aanbevelingen
uit het Adviesrapport van het Expertteam Ouderverstoting? Kunt u per aanbeveling aangeven
welke acties zijn ondernemen en of ze volledig, gedeeltelijk of nog niet zijn uitgevoerd?
Wat zijn de concrete opbrengsten van de implementatie van elk van de aanbevelingen?
Vraag 10
Zijn het aantal gevallen van contactverlies teruggedrongen sinds de start van Scheiden
zonder Schade en Een Goed Begin, zoals uw ambtsvoorganger aangaf te verwachten?2 Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, hoe verklaart u dit?
Vraag 11
Wat is momenteel de stand van zaken van de implementatie van Scheiden zonder Schade
en Een Goed Begin? Kunt u per onderdeel aangeven welke maatregelen ingevoerd zijn
en welke concrete opbrengsten deze programma’s hebben (gehad) voor kinderen en ouders?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Gericht aan
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.