Schriftelijke vragen : Het bericht dat Defensie wil dat kwetsbare informatie per direct offline gaat, maar dat andere ministeries nog in gesprek hierover zijn
Vragen van de leden Van Lanschot, Bühler en Boelsma-Hoekstra (allen CDA) aan de Ministers van Defensie, van Economische Zaken en Klimaat en van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht dat Defensie wil dat kwetsbare informatie per direct offline gaat, maar dat andere ministeries nog in gesprek hierover zijn (ingezonden 17 juni 2026).
Vraag 1
Klopt het dat medio 2025 ambtelijk is gesignaleerd dat mogelijk defensiegevoelige
infrastructuurgegevens openbaar beschikbaar waren op websites en in registers van
de overheid, maar dat deze gegevens nog steeds online staan?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat bij een concreet risico op sabotage van militaire infrastructuur
de nationale veiligheid leidend moet zijn en dat informatie daarom bij twijfel op
zijn minst eerst tijdelijk moet worden afgeschermd, waarna de juridische discussie
kan worden afgerond? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Kan de Minister van Defensie andere ministeries daadwerkelijk opdragen defensiegevoelige
informatie onmiddellijk af te schermen? Zo nee, wie kan binnen het kabinet bij een
acute dreiging wel een bindend besluit nemen?
Vraag 4
Welke maatregelen zijn direct na de ambtelijke signalering van deze veiligheidsrisico’s
medio 2025 genomen?
Vraag 5
Klopt het dat pas in het najaar van 2025 is begonnen met het verwijderen of afschermen
van deze informatie? Kunt u toelichten waarom dit na de eerste signalering nog maanden
heeft geduurd?
Vraag 6
Wat is de reden dat de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Economische
Zaken en Klimaat vooralsnog geen volledige uitvoering hebben gegeven aan het verzoek
van de Minister van Defensie om de kwetsbare informatie per direct offline te halen?
Vraag 7
Waarom is pas in maart 2026 een interdepartementale werkgroep «Openbaarheid en nationale
veiligheid» ingesteld, terwijl al sinds medio 2025 bekend was dat mogelijk gevoelige
informatie openbaar was?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat het instellen van een ambtelijke werkgroep geen alternatief
kan zijn voor een onmiddellijk bestuurlijk besluit wanneer informatie per direct offline
moet worden gehaald vanwege risico’s op spionage en sabotage? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Zijn de MIVD, AIVD en de NCTV betrokken bij deze ambtelijke werkgroep? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, hoe beoordelen zij dat deze gevoelige informatie nog niet offline is
gehaald?
Vraag 10
Erkent u dat deze gang van zaken – eerst signaleren, vervolgens maanden overleggen,
daarna een werkgroep instellen en uiteindelijk nog steeds geen volledige verwijdering
realiseren – niet past bij de snelheid en slagkracht die nodig zijn in de huidige
veiligheidssituatie? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Bent u bereid zo spoedig mogelijk alle gegevens die Defensie als potentieel sabotagegevoelig
beoordeelt in ieder geval tijdelijk af te schermen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Bent u bereid één bewindspersoon aan te wijzen die doorzettingsmacht krijgt bij conflicten
tussen openbaarmakingsverplichtingen en de nationale veiligheid, zodat niet opnieuw
maandenlang interdepartementaal overleg nodig is voordat wordt ingegrepen? Zo nee,
waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Gericht aan
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Gericht aan
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Indiener
Maes van Lanschot, Kamerlid -
Medeindiener
Luciënne Boelsma-Hoekstra, Kamerlid -
Medeindiener
Judith Bühler, Kamerlid