Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het besluit van het CBR om de praktijkexamens in Maastricht, Kerkrade en Urmond te centraliseren naar één locatie in Sittard-Geleen
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het besluit van het CBR om de praktijkexamens in Maastricht, Kerkrade en Urmond te centraliseren naar één locatie in Sittard-Geleen (ingezonden 22 mei 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 16 juni
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR)
om de praktijkexamens in Maastricht, Kerkrade en Urmond per 1 januari 2027 te centraliseren
in Sittard-Geleen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat het CBR dit besluit tot centralisatie intern heeft genomen zonder overleg
met de actiegroep van ruim 100 rijschoolhouders uit Zuid-Limburg? Zo ja, waarom heeft
hierover geen overleg plaatsgevonden?
Antwoord 2
Het CBR stelt dat het besluit onderdeel is van een bredere herziening van de huisvesting
en exameninfrastructuur. Het is aan het CBR zelf, als zelfstandig bestuursorgaan,
om invulling te geven aan de wijze waarop stakeholders worden betrokken bij voorgenomen
wijzigingen. In het gehele traject heeft het CBR gesprekken gevoerd met verschillende
betrokken partijen in de regio.
Vertegenwoordigers van de Rijscholen zijn eerder geïnformeerd over de huisvestingsstrategie
van het CBR. Daarbij is niet expliciet de situatie in Zuid-Limburg besproken. Na het
indienen van de vergunningaanvraag voor de nieuwe locatie in Sittard/Geleen zijn informatiebijeenkomsten
voor rijscholen georganiseerd. De afgelopen maanden is meermaals gesproken met een
actiegroep van rijschoolhouders uit Limburg, die is opgericht na de bekendmaking van
de huisvestingsplannen van het CBR in Zuid-Limburg.
Vraag 3
Heeft het CBR onderzocht of alternatieve examenlocaties binnen de gemeenten Maastricht,
Kerkrade en Urmond beschikbaar waren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Het CBR heeft verschillende scenario’s onderzocht, waaronder de mogelijkheid van alternatieve
locaties. Daarbij zijn onder meer goede bereikbaarheid, voldoende parkeergelegenheid
en de mogelijkheid om voldoende valide examenroutes te rijden belangrijke criteria.
Het CBR heeft uiteindelijk gekozen voor Sittard-Geleen vanwege de centrale ligging
en omdat deze locatie voldeed aan de criteria voor huisvesting van het CBR. Centraal
daarbij staat dat de reistijden binnen de landelijk norm blijven die voor alle huisvesting
van het CBR geldt. Voor een praktijklocatie betekent dit dat 95% van de kandidaten
en rijscholen – onder normale omstandigheden – binnen 30 minuten op een praktijklocatie
moet kunnen zijn. Die norm wordt gehaald met de nieuwe locatie.
Vraag 4
Erkent u dat het sluiten van deze examenlocaties kan leiden tot hogere kosten voor
zowel rijschoolhouders als examenkandidaten, onder meer door extra brandstofkosten
en hogere lesprijzen? Welke maatregelen bent u bereid te nemen om deze gevolgen te
beperken?
Antwoord 4
Wijzigingen in examenlocaties kunnen (negatieve) gevolgen hebben voor de reistijd
en kosten voor sommige rijschoolhouders en kandidaten. Aan de andere kant, zal dit
voor andere rijschoolhouders en kandidaten weer positieve gevolgen hebben.
Het CBR is verantwoordelijk voor de organisatie van examens en dient daarbij een zorgvuldige
afweging te maken tussen bereikbaarheid, kwaliteit en doelmatigheid. Dit besluit voldoet
aan de landelijke normen die het CBR stelt om zijn dienstverlening te waarborgen en
levert ook voordelen op voor de dienstverlening door het CBR in Limburg. Zo leidt
één examenlocatie tot een efficiëntere inzet van examinatoren, een breder aanbod van
alle type examens op één locatie en ruimere openingstijden. Ook zijn de afstanden
in Zuid-Limburg vergelijkbaar met de bereikbaarheid van andere (centrale) CBR-locaties
in het land. Het besluit draagt bij aan het behoud en de verbetering van de kwaliteit
van de dienstverlening van het CBR, wat de examenkandidaten ten goede komt. Ik zie
daarom voor het CBR geen reden tot maatregelen om de gevolgen te beperken.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat deze centralisatie in een regio als Zuid-Limburg extra nadelige
gevolgen kan hebben, mede gezien de kwetsbare sociaaleconomische positie van een deel
van de inwoners?
Antwoord 5
Het is van belang dat publieke dienstverlening voor inwoners toegankelijk blijft,
ook in regio’s waar bereikbaarheid en sociaaleconomische omstandigheden extra aandacht
vragen. Het CBR weegt de regionale effecten zorgvuldig mee in de afweging over de
inrichting van de dienstverlening.
In dit geval heeft het CBR door (externe) analyses laten zien dat zij binnen de transparante
en aanvaardbare normen blijven zoals deze gelden voor de CBR locaties in heel Nederland
(zie ook het antwoord op vraag 3). In het geval van Zuid-Limburg blijft de dienstverlening
van CBR op hetzelfde niveau en is er geen sprake van krimp voor wat betreft het aantal
medewerkers of het aantal examens dat wordt afgenomen.
Vraag 6
Hoe verhoudt deze keuze van het CBR zich tot het kabinetsbeleid om publieke voorzieningen
en rijksdiensten regionaal toegankelijk en gespreid te houden, zoals verwoord in onder
meer het rapport «Elke Regio Telt!»?
Antwoord 6
Het niveau van dienstverlening van het CBR blijft gelijk in Zuid-Limburg (zie ook
het antwoord op vraag 5). Door verplaatsing krijgen kandidaten en opleiders meer keuzemogelijkheid
voor de dag en het tijdstip waarop zij examen willen doen. Het CBR kan elke dag alle
specialisaties aanbieden. Daarnaast blijft het CBR binnen de norm voor wat betreft
reisafstanden de in heel Nederland geldt.
Zoals aangegeven in de beantwoording op eerdere vragen van lid Wijen-Nass1 door de Minister van BZK, is er geen sprake van verschraling van de dienstverlening.
Zie ook het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Welke mogelijkheden heeft u als Minister om hierop te sturen, en bent u bereid die
in dit geval in te zetten?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 5 en 6. Het CBR is een zelfstandig bestuursorgaan met een
eigen verantwoordelijkheid voor de uitvoering van zijn wettelijke taken en de inrichting
van de bedrijfsvoering. Zolang het CBR binnen de aanvaarbare normen blijft voor huisvestinglocaties,
zie ik geen noodzaak om hier op bij te sturen. Dat is hier ook het geval.
Vraag 8
Klopt het dat het CBR voornemens is om op termijn ook de examenlocaties in Venlo en
Weert te concentreren in Roermond? Zo ja, op welke termijn en waarom?
Antwoord 8
Het CBR heeft aangegeven dat voortdurend wordt gekeken naar de toekomstbestendigheid
van het locatiebestand. Ook voor de regio Venlo, Weert en Roermond geldt dat CBR kijkt
naar lopende huurcontracten en toekomstbestendige huisvesting in de regio waarbij
ook overleg met de regio plaatsvindt. Over eventuele toekomstige wijzigingen ten aanzien
van Venlo, Weert en Roermond zijn op dit moment door het CBR nog geen definitieve
besluiten genomen.
Vraag 9
Bent u bereid zich in te spannen om ten minste één van de huidige examenlocaties in
Maastricht of Kerkrade te behouden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 3, 4 en 6. Dit is de verantwoordelijkheid van het CBR en
zolang zij zich houden aan de criteria, zie ik geen rol voor IenW.
Vraag 10
Hoeveel praktijk- en theorie-examenlocaties heeft het CBR momenteel in Nederland?
Hoeveel locaties zijn de afgelopen tien jaar gesloten, en hoeveel locaties zullen
volgens de huidige plannen nog sluiten?
Antwoord 10
Het CBR heeft op dit moment 53 praktijklocaties, waarvan 17 in combinatie met een
theorie-examencentrum en 3 zelfstandige theorie-examenlocaties (Roermond, Breda en
Arnhem). Tien jaar geleden betrof het aantal praktijklocaties 54 en het aantal theorie-examencentra
20. Het CBR kijkt voortdurend naar de toekomstbestendigheid van de huisvesting, over
verdere ontwikkelingen zijn nog geen definitieve besluiten genomen (zie ook het antwoord
op vraag 8)
Vraag 11
Erkent u dat verdere concentratie van examenlocaties negatieve gevolgen kan hebben
voor de kwaliteit en toegankelijkheid van rijopleidingen, bijvoorbeeld door minder
vertrouwdheid met examenroutes en extra druk op kandidaten en rijscholen? Hoe weegt
u daarbij mee dat Zuid-Limburg juist relatief hoge slagingspercentages kent ten opzichte
van sterk gecentraliseerde stedelijke regio’s?
Antwoord 11
Ik ben blij met de hoge slagingspercentages in Zuid-Limburg. Dat geeft aan dat daar
goede rijscholen zijn die hun vak verstaan en het geven van rijles zeer serieus nemen.
Dat verandert niet door een concentratie van CBR-locaties. Ik begrijp de zorgen die
leven onder rijschoolhouders en kandidaten over de mogelijke effecten van verdere
concentratie van examenlocaties. Echter, daarbij dienen zowel de belangen van kandidaten
alsook de uitvoerbaarheid voor het CBR zorgvuldig te worden gewogen. Het is uiteraard
wel belangrijk een evenredige spreiding van examenlocaties door het land te houden.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.